22-02-2012 - Hendrik Oostra (63) pleit voor eenrichtingsverkeer op natuurijsbanen

RODEN – Daar zit ie dan op een stoel: bezige Bij Hendrik Oostra (63). De arm in een lichter, het (ziek)bed staat nog in de kamer. Hendrik – schilder van beroep- brak onlangs zijn heup en zijn schouderblad na aan val op de natuurijsbaan in Nieuw Roden. Hoewel Oostra aanvankelijk dacht aan een beetje spierpijn, was de schade toch aanzienlijk. Amper twee uur na de val werd de fanatieke Roner al geopereerd. Oostra pleit voor eenrichtingsverkeer en andere regels op natuurijsbanen. ‘’Dat zou echt een hoop ellende schelen’’, zegt hij. Saillant detail: kleindochter Fleur brak op de ijsbaan in Nieuw Roden haar pols.
Oostra is geen klager. Integendeel. Pijn heeft ie wel, maar daar heeft hij medicijnen voor. Volgende week hoopt hij weer wat te kunnen doen op de hometrainer, en als het medisch verantwoord is, wil hij straks ook weer gewoon gaan schaatsen. Want schaatsen is naast zijn werk zijn grote passie. ‘’Ik werk zes dagen per week en geef trainingen aan recreanten op de kunstijsbaan in Assen. Ja, ik mag mezelf best een ervaren schaatser noemen. Sterker nog: ik heb drie keer de Elfstedentocht gereden. De Tocht der Tochten heb ik bovendien twee keer op skeelers afgelegd. Vallen kan altijd. Dat is het risico van schaatsen. Natuurlijk is het lastig voor me om nu stil te zitten. Maar ach, zo zie ik Elly,mijn vrouw, ook weer eens wat langer’’, lacht Oostra.
Even terug naar 4 februari, 15.00 uur. Hendrik is bezig aan zijn laatste trainingsrondjes op de ijsbaan in Nieuw Roden. Hij heeft een uur lang getraind, omdat ook de Elfstedenkoorts hem nadrukkelijk in de greep had. ‘’Als de tocht er was gekomen, had ik zeker deelgenomen. Dat stond vast. Daarvoor moest ik echter wel trainen, want ik had de afgelopen periode voor mijn gevoel wat te weinig gedaan.’’ En zo geschiedde. Het was druk, die zaterdagmiddag in Nieuw Roden. Kinderen krioelden over de baan en Oostra past zijn snelheid aan. Tot hij – opeens- uit moest wijken voor een meisje. ‘’Het was of het meisje vol raken, of uitwijken. Ik week uit en belandde met een grote klap op het ijs. Het leek wel alsof ik uit de lucht kwam vallen’’, zegt Oostra nu, nuchter.
De EHBO was snel ter plaatse. Oostra wilde daar eerst echter niet te veel van weten. Het zou allemaal wel meevallen. Dacht hij. Met een slee werd hij van het ijs gehaald. Intussen voelde hij al dat zijn been niet echt meewerkte. De ambulance werd gebeld en binnen een mum van tijd lag hij op de operatiekamer in het Martiniziekenhuis in Groningen. ‘’Achteraf was de schade inderdaad best groot. Natuurlijk ben ik wel eens vaker gevallen, niet echter op deze manier.’’
Oostra heeft geen enkele kritiek op de mensen van ijsvereniging Nieuw Roden. Sterker nog, het slachtoffer is vol lof. ‘’Anja Pater heeft me als EHBO-er geholpen. Ze verdient een dikke pluim om haar doortastendheid. Ze hebben ook meteen Elly gebeld, haar van huis gehaald zodat ze meekon naar het ziekenhuis. Bovendien is Anja hier later nog op bezoek geweest. Niets dan lof dus voor die mensen. Weet je, het had op elke willekeurige ijsbaan kunnen gebeuren. Simpelweg omdat er geen regels zijn. Iedereen doet maar wat. Het is dus vaak gevaarlijk.’’
Eenrichtingsverkeer zou al wat zijn. ‘’Nu kom je soms zomaar ineens tegenliggers tegen. Heel gevaarlijk als je op snelheid ligt. Kinderen zouden misschien beter voorgelicht kunnen worden, want schaatsen op de ijsbaan is niet van gevaar ontbloot. Mensen schieten zomaar van de binnen- naar de buitenbocht. Met kunst en vliegwerk blijf je soms overeind. Natuurlijk is dat ook wel een beetje de charme van zo’n ijsbaan, een aantal simpele regeltjes zou heel wat onheil kunnen voorkomen.’’
Onheil. Het woord is gevallen. Want hoewel ‘we’ over het algemeen en tamelijk gemakkelijk praten over ijspret, was het bepaald niet alleen prettig. ‘’In Assen was het gips op een bepaald moment op. Op kunstijsbanen schaatsen ook kinderen. Daar gebeuren echter veel minder ongelukken, gewoon omdat er bepaalde regels gelden.’’
Intussen zit Hendrik balend thuis. Hij heeft een eigen schildersbedrijf. Gelukkig neemt zoon Joop de taken waar en konden na overleg met de klanten wat klussen verschoven worden. Geen man overboord dus. Stilzitten is echter niets voor Hendrik. ‘’Nee man, het is allemaal erg vervelend. Hier zit niemand op te wachten. Ik had ook echt niet gedacht dat het zo erg zou zijn. Ik heb een plaat en schroef in mijn been. Ik hoop dat de boel een beetje snel aangroeit, zodat ik snel weer wat kan doen. Werken ja, maar zeker ook schaatsen. Want angst heb ik er zeker niet aan overgehouden.’’