22-02-2012 - Jan Drenckhahn na veertig dienstjaren in het onderwijs toe aan iets anders

PEIZE – Jan Drenckhahn (61) en basisschool ’t Spectrum (voorheen Centrumschool) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat zal ook altijd zo blijven, al zet Jan aanstaande vrijdag dan wel definitief een punt achter zijn carrière als onderwijzer. Stilzitten is er echter – als het aan Jan ligt- niet bij. De aimabele inwoner van Peize is op zoek naar iets anders. Achter de geraniums zitten, dat kan immers altijd nog. ‘’Ik zou best groenteboer willen worden’’, zegt hij. En hij meent het nog ook.
Praten met Drenckhahn is een lust voor het oor. Ongevraagd vertelt hij (bijna) alles. Bijvoorbeeld dat hij in Duitsland geboren werd – in Lubeck- en dat hij samen met zijn moeder lange tijd woonachtig was in Heerenveen. Hij studeerde aan de PA/Kweekschool, daarna bleek het vinden van een baan geen eenvoudige opgave. Met behulp van de politie (!) belandde Jan op een school in Kuinre. ‘’Je moet je voorstellen dat je in die tijd geen telefoon had. Ik stond ingeschreven bij het Arbeidsbureau, en die konden me toen er een vacature was, niet bereiken. Ze hebben toen de politie maar ingeschakeld en via een aantal telefoontjes in een telefooncel belandde ik in Kuinre. Ik heb er ruim een jaar gewerkt. Dat viel bepaald niet mee. Ik had weliswaar mijn diploma’s, ervaring had ik helemaal niet. Ik had niet eens stage gelopen. Ik werd dus zo voor de leeuwen gegooid en zat lange tijd in de kost in Wolvega. Mooi dichtbij, met de brommer deed ik er een kwartiertje over. In het weekend keerde ik terug in Heerenveen, vooral om te sporten. Aanvankelijk deed ik aan voetbal én korfbal, later koos ik voor korfbal. Vond ik leuker. Vooral de sfeer. Mannen en vrouwen bij elkaar, jezelf wat stoer voordoen. Korfbal is echt mijn sport geworden.’’
Jan werkte ruim een jaar in Kuinre. Toen keerde de vorige onderwijzer terug vanuit militaire dienst. En begon ook de ‘ellende’ van het solliciteren weer. ‘’Via mijn schoonmoeder die in een koor zat bij een leerkracht uit Peize, belandde ik uiteindelijk hier. Prachtig, al heb ik de eerste keer dat ik deze kant op kwam erg moeten zoeken. Via Groningen, Leek, Norg en Langelo kwam ik uiteindelijk in Peize terecht. Het was hier geweldig geregeld. Ik kreeg een woning- alle gemeenteambtenaren woonden aan de Kipakkers- en een vaste baan. Wel was het zo dat ik vijftien jaar lang- elk jaar weer -bang was om ontslagen te worden. Het was elk jaar namelijk weer kantje boord voor de school om genoeg leerlingen te binden om zo ook alle leerkrachten aan het werk te houden. En ik was de jongste. Ik heb het echter overleefd’’, lacht Jan nu.
Na veertig jaar- en vrijwel alle klassen en groepen- komt er een einde aan een imposante loopbaan in het onderwijs. ‘’Het rouwproces heb ik al lang gehad. Ik probeer vrijdag te genieten van het afscheid. Heb al opgeschreven wat ik ga zeggen, al zal daar denk ik niets van terecht komen. Ik heb altijd geprobeerd meer te zijn dan alleen leerkracht. Zo ging ik bijvoorbeeld altijd op huisbezoek. Gewoon om te weten hoe het er thuis bij de leerlingen aan toe ging. Commissies? Ik was er gek op. De mooiste periode was toch wel de kleutergroep. Echt waar. Ik zag het aanvankelijk als een verplicht nummer- iedereen moest die groep twee jaar doen- maar ik ben tien jaar blijven plakken. Ik leerde ze te zitten op de stoel en te luisteren. Ik dresseerde de kinderen. Met ongelooflijk veel plezier.’’
Jan is toch al een bijzonder man. Zo brengt hij al jaren en jaren kranten rond. ‘’Eerst het Dagblad, nu nog de NRC. Waarom? Om in beweging te blijven. Ik heb slechte knieën. In beide gewrichten is de kruisband kapot. Ik vind het leuk, denk onderweg na en blijf bewegen. Heerlijk.’’
Een ding wil Jan – die ooit als Sinterklaascadeau op de school bezorgd werd- dus niet: achter de geraniums zitten. ‘’Ik heb dit werk veertig jaar gedaan. En dus weet ik niet hoe het in andere bedrijfstakken werkt. Ik ben daar heel nieuwsgierig naar. Als ik thuis zit, weet ik zeker dat ik me snel ga vervelen. Ja hoor, ik zou zomaar groenteboer kunnen worden. Of schrijver, want ik zet graag dingen op papier. Journalist, lijkt me ook heel leuk. Ik wil graag origineel zijn. Ik zie wel wat op mijn pad komt, maar sta echt overal voor open.’’
Drenckhahn vind de kinderen van nu niet veel anders dan die van veertig jaar geleden. ‘’Ze zijn wat mondiger, dat wel. Ze zeggen wel eens ‘dat doe ik niet’. Nou, dat kwam vroeger echt niet voor hoor. Maar verder? Ik elke klas heb je wel een paar deugnietjes. Nu en vroeger ook. Wat dat betreft is er niets veranderd. Wel ben ik van mening dat er tegenwoordig veel te veel getoetst word. En waarvoor? Ik heb een half jaartje op ’t Hoge Holt in Roden mogen werken, en de sfeer is daar zo relaxed. Accepteer dat kinderen bepaalde dingen minder goed kunnen. Kunnen ze niet rekenen? Geef ze gewoon een rekenmachine. Doe niet zo moeilijk. Het veroorzaakt alleen maar stress. Maar verder? Ik heb het veertig jaar lang erg naar mijn zin gehad in het onderwijs en ga het ook zeker missen.’’