04-01-2011 - ACTUELE KWESTIES \"OVERHEID MOET OP TIJD BETALEN\" EN \"AANGETEKEND SCHRIJVEN KUN JE NIET NEGEREN\".

Dit jaar was er een voornemen van onze gemeente om facturen later te betalen en op deze wijze een bezuiniging in te boeken. Het gaf aanleiding voor de plaatselijk ondernemers daar flink tegen te ageren en ze hebben de nieuwe regering aan hun zijde.
Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft woensdag 8 december 2010 aan de Tweede Kamer geschreven dat overheden die niet binnen dertig dagen hun facturen voldoen, een vertragingsrente van 8% aan de betreffende ondernemer moeten betalen. Bovendien krijgt die overheid voor elke te laat betaalde factuur een boete van veertig euro.
Een en ander vloeit voort uit gemaakte afspraken binnen de Europese Unie. Hoewel de Europese regels pas over twee jaar verplicht worden, wil de minister ondernemers zo snel mogelijk tegemoet komen. Zijn doel is dat minimaal 90% van alle rekeningen van de Rijksoverheid binnen 30 dagen worden betaald. Uit een onderzoek van begin dit jaar blijkt dat dit percentage nu nog op 81,4% ligt.
Een tweede actuele kwestie is dat de Hoge Raad een uitspraak heeft gedaan over het al dan niet ontvangen van een brief, in dit geval een aangetekend schrijven. Als iemand een aan hem gerichte aangetekende brief niet ophaalt nadat die (aantoonbaar) door de postbode is aangeboden, dan heeft de in de aangetekende brief opgenomen verklaring toch gewoon werking.
Volgens het Nederlands recht heeft een verklaring pas werking op het moment dat de verklaring de geadresseerde heeft bereikt. De uitzondering daarop is nu bevestigd namelijk de regel dat een verklaring ook werking heeft als de verklaring de geadresseerde niet of niet tijdig heeft bereikt maar dit (kort gezegd) komt door omstandigheden die voor risico van de geadresseerde moeten komen. Het is niet overigens niet nodig dat de ontvanger vervolgens ook daadwerkelijk van de inhoud van de verklaring kennis heeft genomen.
Bij discussie over het al dan niet hebben ontvangen van een brief, moet in zijn algemeenheid de afzender aantonen dat de verklaring de geadresseerde heeft bereikt.
De afzender van een aangetekende brief hoeft alleen maar aan te tonen dat een aangetekende brief is verzonden, naar het juiste adres en de juiste persoon, en hij moet aannemelijk maken dat de brief aan de geadresseerde is aangeboden. Als een correcte aanbieding aannemelijk is gemaakt, staat daarmee in beginsel vast dat de brief de geadresseerde heeft bereikt of zich een geval voordoet dat met een zodanig bereiken gelijk moet worden gesteld. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan het geval dat de geadresseerde de brief bij aanbieding heeft geweigerd, maar ook aan het geval dat hij heeft verzuimd om de brief op de daartoe aangewezen plaats af te halen, als deze in zijn afwezigheid is aangeboden.