28-12-2010 - Door Jan Slenema, Belastingadviseur Sabanoord te Roden

Het blijkt maar steeds weer dat ambtenaren in Den Haag die zich bezig houden met de ontwikkeling van o.a. fiscale wetgeving kennelijk niet in staat zijn onze samenleving te doorgronden. Het gevolg daarvan is veelal onduidelijke en gebrekkige wetswijzigingen die meer dan eens aangepast moeten worden voordat ze ingevoerd worden of naderhand de voedingsbodem zijn voor fiscale procedures.
Op dit moment worden er diverse wetswijzigingen of aanpassingen uit de hoge hoed getoverd in het kader van het belastingplan 2011.
Ter zake van de Wet Omzetbelasting, zo hebt u in diverse media kunnen lezen, krijgen we de nodige wijzigingen voorgeschoteld. Los van alle commotie omtrent de tariefswijzigingen in de wereld van musea, kunst etc. krijgen we te maken met een tariefsverlaging op bepaalde diensten die aan woningen verricht worden. In mijn volgende column zal ik op deze materie ingaan, omdat het werkelijk onvoorstelbaar is hoe ingewikkeld, onduidelijk deze regeling is bedacht en daardoor in de uitvoering ongetwijfeld voor veel problemen zal zorgen.
Wat ook in het belastingplan 2011 is opgenomen is het nieuwe partnerbegrip dat vanaf 01-01-2011 zal gelden. Wil je vanaf 1 januari a.s. nog als fiscaal partner worden gekwalificeerd dan moet je aan een aantal (strengere) regels voldoen.
Onderscheidenlijk bij het nieuwe partnerbegrip is de situatie of men gehuwd of ongehuwd is. Ten eerste is het van belang te weten dat het begrip partnerschap en het voldoen daaraan gaat gelden voor meerdere belastingwetten waar dit begrip aan de orde komt, zoals Inkomstenbelasting / Erfbelasting. Dat is t/m 2010 niet het geval.
Is men gehuwd dan is er simpelweg sprake van partnerschap. Alleen bij echtscheiding en opname in verzorging- of verpleegtehuis kan het van belang zijn actie te ondernemen om het partnerschap eerder te doen beëindigen dan wel beëindigen te doen voorkomen.
Bij gehuwde partners die gaan scheiden wordt het criterium duurzaam gescheiden levende vervangen door “scheiding van tafel en bed” en moet er tevens een verzoek tot echtscheiding zijn ingediend, wil het partnerschap kunnen worden verbroken. Doet men dit niet en verlaat één der partners de echtelijke woning om bijv. te gaan samen wonen een met een nieuwe partner in een andere eigen woning met hypotheekrente aftrek, dan is deze (nieuwe) hypotheekrente niet aftrekbaar omdat het oude partnerschap niet is beëindigd.
Bij opname in een verzorging- of verpleegtehuis is het onder de huidige wetgeving (Inkomstenbelasting 2001) zo dat duurzaam gescheiden levende gehuwden worden gekwalificeerd als niet gehuwd, waardoor men geen fiscaal partner meer kan zijn. In het nieuwe partnerbegrip is het een en ander aangepast, zodat er ten gevolge van ziekte of invaliditeit geen sprake meer kan zijn van “duurzaam gescheiden levende”. Maar let op, dit geldt alleen voor gehuwden.
Voor ongehuwd samenwonenden zijn aanvullende partnercategorieën in de wet opgenomen. Dit zijn ongehuwd samenwonenden zonder notarieel samenlevingscontract die samen een kind hebben of voor een pensioenregeling als partner gelden of samen een eigen woning hebben. Een gehuurde woning als zodanig telt niet!. Willen overige ongehuwde samenwonenden zich als partner kwalificeren dan moet er een notarieel samenlevingscontract zijn opgemaakt. Dat geldt ook voor ongehuwd samenwonenden die kinderen in hun gezin hebben uit een vorige relatie, de zgn. samengestelde gezinnen.