09-11-2010 - Door Jan Slenema, Belastingadviseur Sabanoord te Roden

In mijn column van deze week zal ik een tweetal onderwerpen behandelen die als opvallend zijn te beschouwen.
Ten eerste een uitspraak van de Hoge Raad waar de Gemeenten in Nederland niet blij mee zullen zijn, het betreft namelijk de W.O.Z.-bezwaarprocedure.

Met ingang van 2005 werd in artikel 26a van de Wet Onroerend Zaakbelasting (W.O.Z.) op amendement van Tweede Kamerlid Fierens een marge ingevoerd, later genoemd de “Fierensmarge”. Op grond van deze marge werd de door de Gemeente vastgestelde W.O.Z. waarde als juist geacht als die waarde maximaal een bepaald percentage of bedrag afweek van de daadwerkelijke waarde. Bezwaar of beroep tegen de vastgestelde W.O.Z. waarde had dan alleen zin als deze meer afweek dan de aangegeven “Fierensmarge”. Deze marge of drempel was dus ingevoerd om de bezwaar-/ beroepsprocedure stroom in te dammen.
Ruim 5 jaar heeft deze “Fierensmarge” bepaling stand gehouden, maar op 22 oktober jl. heeft de Hoge Raad het laten stranden. Deze was van mening dat de “Fierensmarge” in strijd was met het Eerste Protocol van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (E.V.R.M.).
Zoals gezegd, de Gemeenten in Nederland zullen hier niet blij mee zijn, want mede doordat de waardeontwikkeling van vrijwel alle woningen sterk onder druk staat en de Gemeenten sinds 2008 elk jaar een waardebeschikking afgeven zal de gevreesde bezwaar- en beroeps- procedurestroom alsnog losbarsten.
De tweede kwestie betreft een onlangs door de belastingdienst aan belastingconsulenten gezonden schrijven over privégebruik auto.
Ik citeer gedeeltelijk uit dit schrijven:
Zoals u in de media hebt kunnen vernemen vormt het thema privégebruik van de auto van de zaak een prominent onderdeel van ons toezicht op de naleving van de autogerelateerde belastingen. Om dit toezicht te optimaliseren hebben wij in de afgelopen tijd onze databases met autogegevens nog verder gevuld. We gaan relaties leggen tussen de aanwezigheid van auto’s in een onderneming
(eigendom en lease), en de verwerking van die auto’s in de (loon)administratie.
Een groot deel van die vergelijkingen zullen we geautomatiseerd doen. Dat betekent dat er in de gevallen dat we geen verschillen constateren geen bedrijfsbezoeken nodig zullen zijn.
Daarvoor is wel noodzakelijk dat de codes in de loonopgave zorgvuldig zijn vermeld en de bijtelling voor privégebruik auto wordt aangegeven in kolom 10 van de loonstaat. Ook helpt het als werknemers van uw cliënten, die een verklaring geen privégebruik auto hebben ingediend, bij een wijziging van de auto het nieuwe kenteken zo snel mogelijk doorgeven.
Uit ervaringscijfers weten we dat vastleggingen in loonadministraties op het gebied van auto niet altijd actueel zijn. Dat betekent niet altijd dat er onjuiste bedragen aan loonheffing zijn ingehouden, maar het levert in ieder geval wel vragen en onduidelijkheden op. In bepaalde gevallen kan dit leiden tot een bedrijfsbezoek dat achteraf niet nodig was geweest als de juiste informatie maar was verstrekt. Daar zit niemand op te wachten.
Ook in deze geld: Een gewaarschuwd mens telt voor twee.