14-02-2012 - The making of ‘Made in China’

RODEN – Speelgoedmuseum Kinderwereld opende vrijdagmiddag de tentoonstelling ‘Made in China’. De thematentoonstelling is zéér de moeite waard en uniek voor de regio De moeite waard is ook het verhaal achter de totstandkoming van de tentoonstelling. Want dat kostte spreekwoordelijk bloed, veel zweet en nog meer tranen. Maandenlang was conservator Jo-ann Nauta (en zeker ook in haar kielzog pr-medewerkster Si-ja Dam) in de weer om deze bijzondere tentoonstelling tot stand te brengen. Jo-ann vertelt over de totstandkoming, ofwel the making of ‘Made in China’.
‘’De tentoonstelling is in aansluiting op die in het Drents Museum in Assen. Zij gaven aandacht aan zeer oude, luxe gebruiksvoorwerpen en laten zo een deel van de Chinese samenleving zien. Ik gebruik speelgoed om de geschiedenis, de rol en de ontwikkeling van speelgoed vanuit China te laten zien. Ook laat ik op deze manier de relatie tussen China en de Westerse wereld zien. Organisatorisch is een tentoonstelling een enorme operatie. Het begint uiteraard met een idee. Ik formuleer een verhaal met een centrale boodschap en daaromheen bouw je steeds verder aan de omvang, aard, onderwerpen en boodschap. Soms moet je dingen afstoten, omdat je anders de boodschap wat kwijtraakt. Andere keren moet je ideeën aanpassen omdat je of objecten die dat moeten verbeelden niet kunt krijgen of topstukken kan krijgen die zoveel bijdragen dat je de grenzen gaat verleggen. Dat heb ik dus ook gedaan. Toen ik hoorde dat ik drie aardewerkobjecten kon lenen, kreeg de tentoonstelling een ander karakter, ging ineens veel verder terug in de tijd dan dat de bedoeling was’’, zegt Nauta.
Tegenslagen kreeg ze zeker te verwerken. ‘’Bijvoorbeeld toen een grote bruikleengever van blikken speelgoed overleed nadat hij zeer enthousiast had toegezegd voor ons zijn collectie van zolder te halen. Hij viel vervolgens van de trap en enkele dagen later overleed hij. Dat komt hard aan. Helemaal als je enthousiast belt en vervolgens van zijn vrouw hoort dat hij overleden is. Dan moet je dus weer helemaal overnieuw beginnen. De contacten met Hong Kong – waar oude voorwerpen vandaan komen- verliepen voorzichtig en bijzonder traag. Men wil alles weten: ben je wel écht een museum, of het museum veilig is en of er een goed klimaat heerst. Je moet een omgevingsrapport invullen en er zijn voorwaarden waaraan je moet voldoen voordat een museum hun objecten in bruikleen af wil staan. Alles wat binnenkomt in het museum wordt gefotografeerd door mij, onderzocht op schade en dat wordt in een conditierapport vastgelegd. Ook moet duidelijk zij wat van welke bruikleengever is, want er zijn ongeveer 200 voorwerpen en vijftien bruikleengevers, waaronder speelgoedmuseum Mechelen, Tropenmuseum en Speelgoedmuseum Deventer. Er moet onderzoek gedaan worden voor alle teksten en ik heb de hele tentoonstellingsruimte moeten uittekenen – op schaal- zodat je weet waar welke vitrines staan, wat er in zit en dat het klopt met de verhaallijn. Afmetingen voor tussenwanden moet je meten, je bepaalt welke kleuren de vitrines moeten hebben en er moeten verlichtingskabels aangesloten (of omgeleid) worden. Er moet een logische route ontstaan, met genoeg ruimte tussen de vitrines zodat ook rolstoelen er langs kunnen. Teksten moeten op het juiste formaat worden geschreven zodat iedereen het goed kan lezen. Lastig hoor, want voor volwassenen mogen teksten niet te laag en voor kinderen weer niet te hoog zijn.’’
‘’We hebben als museum een klein budget en dus moet je zelf ook actief aan sponsorwerving doen. Mensen bellen en vragen of ze mee willen denken. Voor deze tentoonstelling was het fantastisch dat een aantal archeologiebedrijven bereid waren vanuit maatschappelijke betrokkenheid de drie aardewerkobjecten te sponsoren. Zo kon ik de heenreis betalen naar Nederland. Raap, ARC, Centernet, Archeosynthese, De Steekproef; allemaal hebben ze belangeloos meegewerkt. Hartverwarmend. Met collega’s moet je de laatste weken hard werken om alles bij elkaar te brengen. Pas kort voor de opening was alles eindelijk klaar. Het voorbereiden van een dergelijke tentoonstelling kost maanden. Honderden mailtjes, brieven en telefoontjes én ontzettend veel energie en geduld. Het resultaat mag er echter zijn. Komt dat zien.’’
Info: www.kinderwereld.net.