01-11-2011 - Amateurschilder John Tolsma pleit voor meer samenwerking in kunstensector

John Tolsma (69) woont al jaren aan de Duinakker in Roden. Nog steeds is hij razend-actief. Als amateur schilder en als redacteur van het clubblad Schildersverdriet van de Teken en Schilder Groep (TSG) Roden. Bij diezelfde liefst 250 amateurs tellende schilderclub geeft hij elke donderdagochtend acte de présence om samen met een kleine twintig mede-liefhebbers onder leiding van docent Jan Kenter een paar uur intensief te schilderen. Om daar, als hij is thuisgekomen, vaak meteen mee door te gaan tot het schilderij af is.

Tolsma is ook secretaris van de Filatelistenvereniging Groningen waar hij vooral zijn belangstelling voor historische brieven kan uitleven. En, last but not least, is hij bestuurslid van de Stichting Kunstmomenten Noordenveld. Die was de organisator van de in september gehouden Open Atelierroute langs 60 amateur schilders in de gemeente Noordenveld, wat een daverend succes werd. “Met dit initiatief van professioneel beeldend kunstenaar Fokko Rijkens willen we zéker volgend jaar doorgaan,”zegt Tolsma.“Ik vind ook, dat de scheidslijn, het kwaliteitsverschil dus, tussen werk van amateurs en profs zo langzamerhand in veel gevallen heel dun is geworden. Daarom pleit ik voor een nauwere samenwerking tussen Verkuno, de Noordenvelder vereniging van professionele beeldend kunstenaars, de TSG Roden en wat mij betreft ook de Nörger Varvers.”

John Tolsma werd in Bolsward geboren. “Mijn moeder zong veel, ook in koren, maar ze speelde daarnaast graag toneel. Ik heb, denk ik, mijn huidige de creativiteit aan haar te danken. Dat geldt ook voor mijn beide broers; de een schildert ook en de ander is een virtuoze instrumentalist in de muziek. En vader? Dat was een echte handelsman, zorgde – zoals in die tijd gebruikelijk – voor het inkomen, terwijl moeder eigenlijk heel graag het onderwijs was ingegaan. Maar ja, those were the days. Dat ík als docent Nederlands in het onderwijs terecht ben gekomen, kun je – zeker achteraf – als een vorm van eerbetoon aan háár beschouwen.”

Als kind al tekende John graag, maar pas nadat hij in 1995 vervroegd was uitgetreden – ‘dat werd toen erg gestimuleerd: als oudere moest je plaats maken voor jongeren in het onderwijs en de condities voor uittreders waren destijds gunstig…’- wijdde hij zich aan het schilderen. “Ik kreeg er immers de tijd voor. Ik heb eerst een tijdje bij de Nörger Varvers geschilderd, maar al snel switchte ik over naar de Teken en Schilder Groep Roden, die aan de Jasmijnlaan een eigen atelier heeft. Tussenhaakjes: Wanneer wordt nu eigenlijk de door huisbaas Woonborg al tíjden toegezegde lift naar onze aterlierverdieping gerealiseerd? Fokko Rijkens was mijn eerste leermeester bij de TSG, Jan Kenter de huidige. Van beiden leer(de) ik veel. Weet je, waar ik voorstander van ben? Dat er in de diverse groepen – dagelijks is ons gezamenlijke atelier bezet, ook in de avonduren! - regelmatig een tijdelijke wisseling van docenten plaats kan vinden. Zo wordt jouw spectrum als ‘leerling’ steeds breder. Iedere professionele docent heeft immers zijn eigen stijl waarvan je kunt leren.”

John Talsma schildert in aquarel en acryl en dan vooral landschappen. “Ik heb, als ik op pad ga, vaak mijn fototoestel bij me. Thuis of op het clubatelier neem ik dan een door mij gemaakte foto als voorbeeld, waaraan ik mijn eigen interpretatie geef. Aan acryl geef ik de voorkeur; het geeft je meer mogelijkheden, vooral omdat ik graag een ‘ruige toets’ hanteer. Bij aquarel moet je meer van te voren precies weten wat je gaat doen. Je zou mijn werk figuratief kunnen noemen, met een losse toets – dat ruige, zeg maar - neigend naar expressionisme. Mijn grootste critica en tevens ook mijn grootste fan is mijn vrouw. Haar opmerkingen trek ik me echt aan…”

John Tolsma heeft een genuanceerde mening over het kunstbeleid van de gemeente Noordenveld. “Ik ben in principe overtuigd van hun goede bedoelingen maar ik merk er te weinig van. Neem expositieruimte in met name Roden. Die is er voor ons amateurs weinig tot niet. Sinds het ‘oude’ gemeentehuis voor de burgers ‘dicht’ is, kunnen we daar in de hal onze kunst niet meer tonen. Terwijl in de publiekshal van het nieuwe gemeentehuis met wat goede wil best een mooie ruimte, met panelen, gecreëerd kan worden om daar de burgers met onze kunst kennis te laten maken. Laksheid of tóch een gebrek aan goede wil?”