18-10-2011 - Ina Mulder had veel eerder zanglessen moeten nemen

In haar woonkamer aan de Oldebertweg in Tolbert hangt een fraaie serie ingelijste natuurfoto’s. “Zeker, die heb ík gemaakt,”zegt Ina Mulder nonchalant maar met een lichte ondertoon van trots. “Fotograferen is echt wel mijn hobby, maar mijn passie ligt helemaal bij het zingen. Dáár zou ik niet meer zonder kunnen.” Dús – akkoord, een wat rare overgang – zet de fotograaf haar buiten in de tuin, in de najaarszomerzon, op de kiek. Immers: Zonnig is haar stem (ze is alt) ook. Tsja.

Maar ‘tsja’ als muziek je leven is? Ga maar na: Jarenlang was Ina Mulder op de administratie van Muziekschool Westerkwartier bij het culturele gebeuren in deze regio betrokken. Dáár leerde ze de liefde voor muziek en zingen in het bijzonder, écht kennen. Op de Muziekschool die inmiddels is ‘omgezet’ in de coöperatie Kunstbedrijven Westerkwartier waardoor Ina haar baan verloor, werd ze ook bij organisatorisch/bestuurlijke werkzaamheden op het gebied van zangkoren betrokken. Kwam van ’t een het ander. Werd ze lid van diverse koren en beheerst zingen nu een groot deel van haar leven.

Ze is in Valthermond geboren, waar haar ouders een café bestierden dat afbrandde. “Ik was toen vier jaar,”vertelt Mulder. “Daarna hebben we tot aan mijn achtste in de Gelkingestraat hartje stad Groningen gewoond, waar mijn ouders een café runden. Vervolgens heb ik tot aan mijn trouwen in de wijk Helpman gewoond. Daarna verhuisde ik naar Hoogkerk waar mijn echtgenoot werk had en toen volgde Tolbert, waar ik nu 35 jaar woon. Tot volle tevredenheid; Tolbert is een prettig, sociaal dorp waar je jezelf kunt zijn. Ik ben hier lid van Vrouwen van Nu, de bijdetijdse benaming voor de Vereniging van Plattelandsvrouwen. Aan zingen werd vroeger bij ons thuis niks gedaan. Integendeel: muziek en zang werden door mijn moeder niet gestimuleerd. Als kind moest zij leren piano spelen en dat deed ze altijd met grote tegenzin, vertelde ze. Die verplichting wilde ze haar kinderen niet aandoen.”

Als werkneemster bij Muziekschool Westerkwartier kwam die dimensie wél in Ina’s leven. Vooral het zingen trok haar. Ze ging zingen bij Burlesque, het inmiddels ter ziele gegane opera-, operette- en musicalkoor dat met name in de regio Leek een goede naam had. “Maar de teloorgang was op de duur niet tegen te houden; we kregen ook steeds minder leden dus inkomsten, tel alles maar bij elkaar op. Jammer want dit genre is heerlijk om te zingen,”zegt Ina Mulder. Maar dat gemis is inmiddels in heel ruime mate gecompenseerd. Ina zing nu in maar liefst drie koren. “En alledrie zijn ze me even lief,”vertelt ze diplomatiek.”Hoewel,” nuanceert ze even later, “als ik écht moest kiezen zou ik met het mes op de keel voor het Kleinkoor Pasop kiezen. Dat telt tien leden, mannen en vrouwen, is dus kleinschalig maar daardoor ook intiemer. We repeteren thuis bij de Midwolder kunstenaar Bep van der Venne; de ene keer mét dirigent, de andere keer zónder. We zingen klassiek, pop, eigenlijk álles behalve kerkliederen. Dat laatste doe ik dan weer één keer in de twee maanden bij Taizé in Drachten. Het is een gemengd kerkkoor dat in de kerk diensten begeleidt. Zelf ben ik niet belijdend religieus, maar zingen in een kerk, ja dat heeft wel iets bijzonders vind ik. En als derde zing ik nog in het gemengd koor In Between; ook daar repeteren we elke week. Het genre daar? In één woord: alles.”

Ook op bestuurlijk gebied is Ina Mulder erg actief. Zo is ze secretaris van de Groninger afdeling van SAKO, wat staat voor ‘Samenwerkende Korenorganisaties’, een overkoepelende stichting die onder andere door de provincie verstrekte subsidies onder de diverse zangbonden verdeeld en ook zelf korendagen organiseert. Op zaterdag 17 maart 2012 vindt zo’n grote zangmanifestatie op Landgoed Nienoord in Leek plaats. “Aanvankelijk was het de bedoeling dat alleen ’s middags en ’s avonds koren, elk met een repertoire van twintig minuten, zouden optreden. Maar de aanmeldingen zijn nu al zo talrijk dat we er ook de ochtend bij moeten betrekken. Mooi toch?” Naast secretaris van SAKO doet Mulder nog meer bestuurswerk, onder andere als secretaris bij BOOG, wat staat voor ‘Bond voor Opera en Operette Gezelschappen’.

Haar uitsmijter? “Ik had achteraf beschouwd veel eerder zanglessen moeten nemen. Zingen staat bij mij al jaren met stip op plek Een.” Zegt ze. Met een diepe zucht. Maar ook met een glimlach.