17-01-2012 - Kreukeldichter Jan Willem Pieter Slotema uit zijn vurigste wens

“Het kan niet missen, want onze oranje kever staat altijd op de oprit.” Zegt Jan Willem Pieter Slotema, als hij ons de weg naar zijn woning aan de Zwarte Els, in de Leekster nieuwbouwwijk Oostindië, duidt. Een royaal hoekhuis met fraai uitzicht, m’n liefje wat wil je nog meer? Maar Slotema voelt zich er toch niet zo happy als hij vijf jaar geleden dacht te worden, toen hij vooral als wens van zijn vrouw vanuit de nabijgelegen ‘authentieke’ buurtschap Oostindië naar deze Leekster nieuwbouwwijk verhuisde. Daar, aan de weg die ook Oostindië heet, heeft hij met zijn Alie en gezin van vier kinderen – op de jongste na nu allemaal de deur uit – bijna vier decennia heerlijk gewoond. “Midden in de natuur en in een buurtschap, waar het noaberschap in de ware betekenis van het woord werd gepraktiseerd,” mijmert de 58-jarige ‘Kreukel’- wekelijks geeft ie in De Krant acte de présence met een immer originele one-liner. “Helemaal niets ten nadele van het ‘nieuwe’ Oostindie waar we nu wonen. Mooi ontwikkeld, prima gemeenschap, echt niks te klagen. Maar de jaren die ons gezin in het ‘oude’ Oostindië heeft doorgebracht vind ik hier voor mezelf toch niet terug. Ik ben een buitenmens, een natuurliefhebber. En dat was dáár een eldorado. Of ben ik nu een ouwe somberaar?” Dat laatste zinnetje zegt ie toch wat aarzelend. En dat karakteriseert Slotema ten voeten uit. Want hij is en blijft kritisch op zichzelf.

Jan Willem Pieter Slotema werd in Tolbert geboren, als zoon van een melkboer en in – zoals hij meerdere keren beklemtoont – een prachtig gezin met zes kinderen. Een echte studiebol was ie niet; schoolmeester Lycklama á Nijeholt van de Christelijke Van Panhuijsschool in Leek zag hem geen professor worden. Dat hoefde van pa ook niet, als zijn kinderen maar goed hun brood konden verdienen. En dat deed Jan Willem zeker. Met zijn rijdende winkel bereed hij jarenlang een bloeiende klantenpraktijk in met name Roden. Befaamd werd ie door elke dag op een schoolbord aan die rijdende winkel een treffende spreuk te produceren. “Ik begon daarmee toen Renze de Vries, de ‘oervader’ van FC Groningen, in het nieuws kwam vanwege belastingfraude,” blikt Slotema terug. “Ik was, ook als jongen, altijd al gefascineerd door woordspelingen. Ik wilde, toen die eerste spreuk met als tekst: ‘Renze de Vries – zwart schaap onder de varkens’ aansloeg, elke dag zo’n woordspeling produceren. Ik bouwde hiermee al snel een zekere faam op. Het toenmalige Roder Weekend Journaal – Roden had toen maar liefst twee gratis ‘eigen’ weekbladen, het Roder Journaal op dinsdag en het Roder Weekend Journaal op vrijdag ! – vroeg me om voor elk nummer een spreuk te schrijven. Die noemde ik Kreukel, als verzamelwoord voor ‘de rimpels van het leven’, een titel die door mijn vrouw Alie werd bedacht. Het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden schreef er een groot verhaal over en ik gaf op verzoek boekjes met verzamelde Kreukels uit. Toen De Krant 11 jaar geleden van start ging vroegen ze mij meteen, of ik elke week een Kreukel wilde maken. Ik vind dat nog steeds heerlijk werk. Ik probeer altijd naar de deadline op maandagmorgen toe te leven qua actualiteit. Vaak mail ik op het allerlaatste moment mijn Kreukel door. Inhaken op actuele zaken vind ik echt een uitdaging.”

Slotema heeft buiten zijn befaamde Kreukels ook een aantal ‘levensliederen’ geschreven waarvan de rechten bij BUMA zijn gedeponeerd. “Misschien dat ze ooit nog eens op cd worden gezet…,” zegt ie hoopvol. Het wat langere dichtwerk schuwt hij nu ook niet. “Daar probeer ik wat meer diepgang in te leggen, zonder overdreven literair te doen,” zegt hij. “Zoals bij: ‘Je gaat als een bal/ al rollend door het leven./ Soms ben je in balans,/ dan weer in ’t oneven./ Maar ben je wat balorig/ en ga je provoceren,/ dan komt soms ’t balverlies,/ voorbij is dan ’t jongleren.’”

Jan Willem Slotema heeft nog steeds een druk leven. Hij zit in diverse organisaties en zeker als CDA-raadslid van de gemeente Leek – ‘alweer zo’n 9 jaar’- neemt ie al die taken erg serieus, wil hij vooral tussen de burgers staan. “Menselijke contacten zijn voor mij heel belangrijk,”zegt hij. “Daar laad ik mijn motor mee op. Wat ik nog graag zou willen? Zo veel nog! Maar het liefst zou ik een boek willen schrijven over de geschiedenis van de Leekster Courant. Die heeft het nieuws in deze regio jarenlang beheerst.”