Vijf weken lang gingen we voor u op pad om lukraak steeds weer negen mensen te interviewen. Over hun leefsituatie, wat hen (eventueel) dwars zit. En wat ze (ook weer eventueel) anders zouden doen als zij ‘de baas’ in hun dorp of gemeente zouden zijn. Dat leverde, hoorden wij van diverse kanten, boeiende reacties op. Opvallend daarbij was, dat we tijdens onze overval tochten – want dat waren het – bijna nimmer een ‘nee’ te horen kregen van de mensen, die we aanschoten. Ook bijna iedereen kende deze vakantierubriek, vond ze leuk. Onze dank voor de spontaniteit die we ontvingen. Dit is de laatste aflevering. Veel leesplezier gewenst.
Meteen raak al, nog voordat het Komkommertripteam (fotograaf & verslaggever) het gebouw waar de redactie zetelt, in de Kanaalstraat in Roden dus, hebben verlaten. Want vanuit het krantenrek in de hal pakt Willem Boerema uit de Eeckenbosch in Roden daar net een gratis extra exemplaar van de Krant weg, als we hem passeren. Bingo! De in Marum geboren en lange tijd in Leek en Nietap gewoond hebbende Boerema woont nu sedert 10 jaar in De Vijfde Verloting en dat bevalt prima. Roden vindt ie een pracht plaats, ook om te winkelen en: “Leek is bekakter, daar heerst volgens mij meer haat en nijd, in Roden laat je elkaar meer vrij”, zegt ie met stelligheid. De gemeentepolitiek volgt meneer Boerema ’een klein beetje’, maar zijn mening dat er veel op het ambtenarenapparaat kan worden bezuinigd, onderbouwt hij met de overtuiging dat er veel te veel regeltjes zijn, waaraan de modale burger moet voldoen. Als voorbeeld noemt hij: “Ik heb een stukje land aan de Meerweg in Nietap. Daar groeit berenklauw, waarvan het zaad giftig is. Ik maai dat dan ook altijd zelf op tijd, maar desondanks krijg ik met regelmaat een brief thuis, dat ik er op moet letten dat de berenklauw wordt gemaaid. Onzin dus.” Maar als pluspunt van Roden duidt hij meteen ook het ‘veilig wonen’ hier aan. Als hij de ‘baas’ in de gemeente Noordenveld zou zijn, zou hij er veel meer op bedacht zijn dat er niet zoveel nieuwe huizen, en complete nieuwe woonwijken, worden gebouwd. “Gewoon de vinger aan de pols houden en niet maar lukraak grootschalig gaan bouwen.”
Janny de Jonge uit de Kastanjelaan in Roden treffen we aan op de Zulthereschweg, waar ze met hondje Jacky haar dagelijkse ochtendrondje loopt. De in Lieveren geboren, in Langelo opgegroeide en sedert 35 jaar in Roden wonende Janny vindt Roden ‘te stads’ geworden. “De gezelligheid van toen is er niet meer,”zegt ze. “En dat merk je toch ook een beetje tijdens het Rodermarktfeest. We stonden vroeger met onze zaak altijd op de jaarbeurs, dus ik heb altijd wel dicht bij de feestelijkheden gestaan, ‘t was altijd gezellig. Nu gaan we met Ronermaark wél het dorp in, maar feestvieren doen we niet meer zo. Ooit zou ik nog wel eens in Norg willen wonen,”mijmert ze. “Mijn man komt daar vandaan. Maar verder ben ik heel tevreden hoor. We hebben hier allemaal in de buurt zeven kleinkinderen wonen en dat is een zegen.” Hond Jacky is keurig aangelijnd; Janny ruimt zijn uitwerpselen ook altijd zelf op als het beestje op straat of op de stoep poept. “Dat vind ik niet meer dan je plicht. Weet je, waar je je hond fijn, ook los, kunt laten lopen? Bij de kanovijver.”
Jan Meijer uit Tolbert, werkzaam bij Novatec, laat zijn gigagrasmaaier lustig draaien op een van de gazonnetjes in Nietap. Dat doet ie ook in Leek, Marum, Nuis, Niebert, Marum en Jonkersvaart. “En altijd met veel plezier. Je bent vrij en in de open lucht. Man, wat wil je meer.” Het mooiste groen heeft de nieuwe wijk Oostindië, zegt hij als kenner. “Maar op sommige plekken is het daar moeilijk grasmaaien, omdat je met je grote maaier niet goed om de bomen kunt komen,” voegt hij er aan toe. Hondenpoep op het gras is zijn grootste grief, maar “Voor de rest vind ik het groenbeleid hier in de regio goed.” En de politiek?, proberen we nog een andere dimensie aan te boren. Daarover is Meijer kort & bondig: “Die volg ik amper, zeker de gemeentepolitiek. En landelijk? Dat is één grote rotzooi. Ze doen ook maar; laat er nu asjeblieft eens snel een nieuw kabinet komen.”
De in Nuis geboren Harry Boonstra is Leekster sedert 1967. De 67-jarige ex-letterzetter (hij werkte 44 jaar bij (nu) Bronsema-Bosman Leek, destijds uitgever van de befaamde Leekster Courant, als vooral loodzetter en verricht nog steeds klusjes bij boekhandel Bronsema). Oude liefde roest niet en we treffen hem even ‘koffiedrinkend’ bij zijn voormalige werkgever aan. Hij mist de Leekster (abonnee)krant die een grote regionale reputatie had, nog steeds. “De Krant van jullie is nu ook goed hoor, maar wordt ie niet te dik?,” vraagt hij belangstellend, daarbij misschien vergetend dat de ‘Leekster’ destijds qua volume en gewicht ook niet aan de lichte kant was. Leek vindt hij (nog steeds) een pracht plaats. “Alleen zouden de bouwplannen voor appartementen in het centrum eens wat meer vaart moeten krijgen.” Vervelen doet Boonstra zich zeker niet. Naast dat ie af & toe klusjes opknapt bij de boekhandel, schildert hij in zijn vrije tijd ook graag. “Abstract, ik werk heel graag met kleuren.”
Huidig ‘Manusje van alles’- in de goede zin uiteraard – Brechtje van der Veen die we en passant ook even bij haar werkgever Bronsema-Bosman interviewen, noemt Harry ‘een gouden kracht waarop we altijd een beroep kunnen doen.’ Brechtje woont in Marum –‘prima plaats, niks mis mee’ - en werkt sedert 1989 bij haar huidige baas. Het leuke in haar werk vindt ze de veelzijdigheid: “Ik doe de inkoop, de verkoop, de kassa, van alles.” Mensen die met vakantie gaan, slaan (vaak) een behoorlijke hoeveelheid lectuur in, constateert ze elk jaar weer. “Wat veel gaat? Vooral de millennium-trilogie van Larsson.” Zelf leest ze graag biografieën. Marum vindt Brechtje een gemeente, ‘die steeds mooier is geworden’ en van Leek, waar ze ook een tijdlang heeft gewoond, vindt ze vooral dat er veel historische en karakteristieke panden verdwijnen of op het punt van verdwijnen staan. “Jammer. Ook van de Drachtster Tram die dwars door het dorp reed….” En vervolgens roept de kassa, want de show must go on.
Overigens ook voor het Komkommertripteam, dat op de valreep nog even met de tijdelijke hulp, ‘ik val in tijdens de vakantie van de vaste kracht’, Maria Schnizler praat. Ze woont al 38 jaar in Marum zegt de struise uit Duitsland afkomstige Schnitlzer die dat charmante accent heeft weten te bewaren. Marum vindt ze mooi om te wonen. “In Leek doe ik regelmatig mijn boodschappen maar om hier ook te wonen? Nee, geef mij toch Marum maar.” Ondanks haar haast – ‘het schoonmaakwerk moet af, daar ben ik hier voor’ – wil Maria best nog even een paar opmerkingen ventileren. Dat Marum meer voor de jeugd moet doen. Dat ze de politiek niet volgt –‘want ik mag hier toch niet stemmen’- en dat de Nederlandse mentaliteit in zoverre van de Duitse verschilt, dat de Nederlanders egoïstischer zijn – ‘meer van ikke, ikke, ikke’. Maar weer terug naar de Heimat? “Geen sprake van. Hier ligt mijn leven, wonen, behalve mijn oudste zoon die in Maleisië woont, mijn kinderen en zeven kleinkinderen. Hier voel ik me thuis!”
Anna van Donderen heeft het meteen door, als we haar, voor de deur pratend met haar buren, aan het Boveneind in Leek ‘aanschieten’. “Jullie zijn van De Krant,” schat ze ons juist in. “Zijn jullie op pad voor die Komkommertrip-rubriek? Mooi, dan moet je mij niet hebben, ik heb mijn haren nog niet gekamd en ik wil er mooi op staan.” Maar fotograaf Erik stelt haar gerust. “Ik maak een mooi plaatje van u,” belooft hij. Waarna Anna – ‘ze noemen me ook wel Anne of Anneke’- meteen van start gaat. Ze woont, vertelt ze, nu 14 jaar in Leek ‘en met veel plezier, ik ga hier niet meer weg’. Terwijl, vertelt ze in één adem door, ze toch heel wat van de wereld heeft gezien: “Australië, Nieuw-Zeeland, ik ben er geweest hoor, als emigrant, maar geef mij Nederland maar. Het mooie aan Leek vind ik de gemoedelijkheid die hier heerst. En ik heb ook leuke buren. Weet je wat hier in Leek voor senioren zoals ik ook goed is geregeld? Het taxivervoer. Dat schijnt hier heel wat beter te zijn georganiseerd dan in Roden. De landspolitiek – gaat Anna nog steeds in één adem door – volg ik via de tv, hij staat de hele dag op 1, maar wat een rotzooitje is dat. En wat moet er straks wel niet allemaal worden bezuinigd? Ik houd mijn hart vast. Maar (met enige stemverheffing) Ze krijgen mij er niet onder!”
En dan is het de beurt aan haar toehorende buurvrouw Bouktje Zwienenberg, die haar werkzaamheden in de tuin heeft opgeschort om buurvrouw Anna even aan te horen. Bouktje is in Een geboren maar woont samen met haar echtgenoot Bernard al 41 jaar in Leek. “Eigenlijk wilde ik vroeger nog liever in Roden wonen, maar dat kon toen niet. Leek is ook prima hoor. Roden trekt niet meer, hoewel we er graag onze boodschappen doen. Ik vind het centrum van Roden gewoon wat gezelliger. Drenten – zegt Bouktje beschouwend – vind ik op zich in doorsnee wat gemoedelijker dan Grunnegers, hoewel – kijkt ze richting buurvrouw Anna die geboeid meeluistert – je natuurlijk niet moet generaliseren. Mijn man en ik fietsen graag en dan valt het ons op, dat je naar mate je van Leek naar Roden fietst, de mensen steeds vriendelijker worden. Of zou dat maar flauwekul zijn?” Aan het Boveneind wordt veel te snel gereden, is Bouktje’s grief. “En wat me ook opvalt is dat de passanten (neem ik aan) steeds vaker en steeds meer vuilnis aan de kant van de weg dumpen. Ze zouden hier ook van die korven langs de weg moeten plaatsen, zoals bijvoorbeeld in Nietap. Je kunt dan je blikjes daar zo in werpen. Maar ja, of de mensen dat dan ook doen?”
Haar echtgenoot Bernard (hopelijk tijdelijk) op krukken, knikt terwijl zijn echtgenote aan het woord is. Hij vult haar aan met: “Ik merk zelfs dat sommige mensen gras dat ze in hun tuintje hebben gemaaid, langs de kant van de weg gooien, het is soms net een mestbult. Dat hoeft zo toch niet?” Bernard komt uit Overijssel, maar de Westerkwartierder mentaliteit bevalt hem goed. Hij heeft geen ‘wens’ om ooit naar Overijssel terug te keren. Over de gemeente politiek heeft hij ‘geen klachten’. En over de landspolitiek is zijn mening kort maar krachtig: ‘een kinderachtig spelletje’. Als we aan het eind van deze Komkommertrip(serie) afscheid willen nemen, wordt ons door drie tevreden mensen toegeroepen: “Vergeet niet te vermelden dat we hier aan het Boveneind prachtig wonen. Aan de rand van de natuur. Want waar vind je nog zoals hier herten, hazen en ooievaars?”
Is dat een mooi besluit of niet?