De vakanties zijn grotendeels voorbij. De scholen staan weer op het punt om te beginnen – de basisscholieren zítten al weer in de klas – de sportclubs hebben al de eerste trainingen achter de rug, het verenigingsleven, kortom, komt weer op gang. En de competities komen er ook aan. Komkommertijd is (bijna) voorbij. Nieuws volop. De kranten komen weer ruimte tekort. Voor de laatste keer dit jaar trok het Komkommertripteam – we blíjven het een perfect scrabblewoord vinden – er vorige week woensdagochtend op uit. Met het plan, om het hele gebied van de Krant nog een keer te doorkruisen.
Maar, bekennen we met enig schuldgevoel, daar is niks van terechtgekomen. We bleven dit keer vlak bij onze uitvalsbasis, zeg maar hooguit 500 meter vanaf de redactie verwijderd, steken. Omdat er in dat beperkte stukje tóch nog heel wat te schrijven en te fotograferen viel. Allemaal komkommernieuws? Mwâh. Lees maar.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ondanks onze goede voornemens kwamen we met deze Komkommertrip toch niet verder dan het centrum van Roden. Want op de Brink, in het horecarijtje, troffen we namelijk de druk het terras van ‘Lunchroom Brink 15’ vegende 16-jarige Emiel Vergnes aan. Emiel, met prachtige krullenbol zit in atheneum vijf van het Augustinus college in Groningen. Hij werkt elke zaterdag bij de lekkere broodjeszaak en in de vakantieweken zelfs elke dag. “Gezellig werk, meestal leuke mensen dus dit is voor mij de perfecte parttime job. Alleen: vooral de wat oudere dames mogen graag even door mijn krullenbol heen aaien. Als een jonge meid dat doet, prima. Maar ze moeten niet te oud zijn,”geeft ie als zijn kieskeurige mening. Wat de klanten het lekkerste hapje vinden, willen we van hem weten. “Appeltaart en club sandwich,”geeft ie zonder aarzelen lik op stuk. Emiel gaat graag in Roden uit: “Bij Klaas Pruim, prima disco. Maar van mij zou er best nog een tweede disco bij mogen. Voor de variatie,”zegt de aankomend architect – want daarvoor wil hij doorstuderen. En:“Roden mag er best nog wat meer winkels bij krijgen,dan wordt het centrum nog gezelliger want dat mankeert er nog wel eens aan,”is zijn stellige mening.
Een terras verder, bij IJssalon Italia, zijn ze ook drukdoende om alles voor een weer ‘klantvriendelijke’ dag in te richten. Toch heeft Scocco Vincenzo, aan zijn uiterlijk alleen al zie je dat hij een ras-Itraliaan is, best even tijd om zijn visie op het Roner (uitgaans)leven te geven. Het is voor hem het tiende, dus jubileumjaar, dat hij de IJssalon nu bestiert, vertelt de 43-jarige perfect Nederlands sprekende Scocco. Maar meer dan de helft van zijn leven is de geboortige Milanees dan ook al in ons land. ”Ik heb in deze vakantietijd veel toeristen, maar de mensen uit eigen regio vormen toch het hele jaar door de basis van mijn afzet,”vertelt hij. “Elke ijssoort heeft zijn eigen recept,”geeft hij iets van zijn vakmanschap prijs. “Maar mijn lekkerste bestseller is de Kus van een Dame. Dat heb ik eigenlijk min of meer ‘per ongeluk’ samengesteld maar ’t is o zo heerlijk,”geeft ie verder niks van dat geheim prijs. Scocco woont in de Vijfde Verloting in Roden en dat is, erkent hij, wel een stuk rustiger dan hartje Milaan waar hij opgroeide en zijn familie nog steeds woont. Naar zijn geboortestad terug gaat hij regelmatig, maar daar weer wonen hoeft hij (nog) niet, zegt ie. “De rust hier in Roden in vergelijking met de hectiek daar, die is heerlijk. Ik ga wel regelmatig even naar Milaan, maar een moederskindje zoals zoveel Italiaanse mannen ben ik niet. Mijn grote band met Milaan is vooral de voetbalclub Inter,” verklaart ie met opeens een extra vleugje Italiaanse hartstocht. “Ik volg de club, ook via de Interclub Holland, overal waar ik maar kan. En weet je wat ik hoop? Dat Rafaël van der Vaart die in Madrid uitgerangeerd is, naar Inter wordt getransfereerd. Hij zou daar vast goed tot zijn recht komen. En o ja, Berlusconi is ondanks alle geschrijf in Nederlandse media, toch mijn man. Tenminste als ondernemer. Want besef wél wat hij als eenvoudige arbeidersjongen allemaal heeft gepresteerd. Petje af.”
Eén tafeltje op het terras is op dit vroege uur (tien uur ’s ochtends) al bezet. Door Anneke Groenendal uit Lieveren die daar haar bijna dagelijkse kopje cappuccino komt drinken. Na dertig jaar Roden woont Anneke nu negen jaar in Lieveren. “Prachtig wonen daar. Maar euh, nu jullie er toch zijn: Gaat de Krant met de kerstdagen weer een wedstrijd houden wie dan de mooiste buitenverlichting heeft?Afgelopen jaar was die wedstrijd er niet. Jammer, want wij hebben met onze verlichting aan het Centrum al twee keer de hoofdprijs gewonnen. En er reden me ‘s avonds toch een auto’s langs ons huis. Dat isvooral een compliment voor mijn man Jannes Bathoorn, want hij ‘doet’ onze kerstverlichting.” Klachten over de gemeente heeft mevrouw Groenendal amper, hoewel, na enig nadenken: “Er zouden in Lieveren wat kavels moeten komen om starterswoningen te bouwen, zodat de ‘eigen jeugd’ niet weg hoeft. En laat de politie vooral in Roden eens wat meer surveilleren voor wat vernielingen aan bushokjes en bloembakken betreft. Dat vandalisme rijst de pan uit. Nog eentje dan: Hèhè, de markt in Roden wordt nu dus eindelijk naar de Herestraat verplaatst. Dát was me een zware bevalling.”
Jannes Bezu is al dertig jaar een succesvol ondernemer in Roden. Hém treffen we, goedgebruind van een vakantie in vaste jaarlijkse prik Domburg, bij een van zijn vrijetijdskledingzaken op de Albertsbaan. Dat plein wordt voor hem – ‘en ook voor andere centrumondernemers’ – een steeds grotere bron van ergernis. “De Albertsbaan ligt er toch niet bij,”is zijn eerste nog gematigde beginzin. “Daar zou de gemeente toch veel meer van kunnen maken. Niet alleen als gerenoveerde parkeerplaats, want zó is het geen gezicht, maar ook als een rustpunt met bomen en waterpartijen. Met wat goede wil moet dat toch niet zo’n probleem zijn. Nu ondernemer Sjors van der Heide, heel begrijpelijk, met zijn bouwplannen daar heeft afgehaakt moet de gemeente toch zélf eens wat initiatieven nemen. Roden, ik merk het echt aan mijn eigen zaken, heeft een grote aantrekkingskracht op consumenten van zeker wel 30 kilometer hiervandaan. Maar de Albertsbaan is nu allesbehalve een visitekaartje.” Of Bezu zelf nog plannen heeft om zijn winkelimperium verder uit te bouwen, vragen we hem prikkelend. Jannes lacht:”Ik zou in het centrum best nog 500 tot 1000 vierkante meter willen bijbouwen – ondanks de leegstand die er heerst. Nee hoor, mijn ideeën daarover geef ik niet zo eentweedrie prijs, misschien is het nuttig dat ik er eerst eens met de gemeente over ga praten.” Wordt vervolgd?, vragen we nieuwsgierig. Maar Jannes lacht. Breed-uit. “En nu je toch aan het schrijven bent: Er zou onder de ondernemers in Roden weer eens wat méér saamhorigheid moeten komen.”
Wat die saamhorigheid onder de Roder winkeliers betreft, is Niek Middelhoek van de drankenhandel op de Albertsbaan het volledig met zijn collega eens. “De binding die er vroeger was, is helemaal weg,”zegt ie. “Hoewel ik zelf qua winkel geen klagen heb. De recessie betekent voor mijn branche dat mensen minder ‘uit’ gaan en hun gezelligheid meer thuis zoeken. En mijn assortiment en service zijn zo groot dat ik daar nu zakelijk wél bij vaar.” De gediplomeerd vinoloog is het ook met Bezu eens voor wat betreft de Albertsbaan. “Zelfs als simpel parkeerterrein ziet dat er nu schandalig uit,”erkent hij. “De upgrading die het centrum van Roden door het Masterplan heeft ondergaan wordt deels teniet gedaan door die treurige Albertsbaan.” Dat er een behoorlijke leegstand in het centrum is, beaamt Niek. “Dat is erg jammer. Maar een V&D bijvoorbeeld mag er van mij best nog bij komen.”
Steven Keun, geboren Eener maar al 45 jaar in Roden wonend, zegt ‘dik tevreden’ te zijn over zijn woonplaats. “Maar toch stoort het me dat er zo weinig, té weinig, aan het openbaar onderhoud wordt gedaan. De wegen en trottoirs verslechteren qua onderhoud per jaar en dat moet niet mogen.” Keun is behoorlijk actief binnen de vereniging GroenNoordenveld, die de gemeentelijke escapades betreffende de Structuurvisie nauwlettend volgt en volgens hem met steeds weer onderbouwde tegenargumenten komt. “Deskundigen inhuren is voor ons een kostbare zaak, wat dát betreft heeft de gemeente het natuurlijk veel gemakkelijker. Ik vind ook dat de gemeente, naar het althans líjkt, zich helemaal aan de provinciale visie heeft geconformeerd en aan de hand van het regiobestuur loopt. Laten we, dat is in ieders belang dus zéker dat van de bevolking, elkaar geen vliegen gaan afvangen maar constructief met elkaar bezig zijn. Wat je nu ziet is dat het gigaplan in allemaal kleine deeltjes wordt opgedeeld, dat het gelijk van GroenNoordenveld niet wordt erkend maar het hele plan langzaam, partje bij partje in een veel gematigder versie dan de overheid in principe van plan was, wordt gepresenteerd. De gemeente moet blíj zijn, dat hun plannen kritisch door de burgerij worden gevolgd.”
Jolanda Boskamp staat op de Albertsbaan keurend bij een schoenenbak vol met slippers, als we haar aanspreken. De kleindochter van oud-wethouder en Roner coryfee IJfko de Boer – ‘nog vaak hoor ik mensen lovend over mijn opa praten!’- vindt als geboren Steenbergster en getogen Roner dat het erg jammer is, dat het oude Roon niet meer bestaat. “Kijk eens wat er voor terug is gekomen. Zoals tegenover het gemeentehuis. En kijk ook maar eens wat er hier op de Albertsbaan is. Echt, ik vind het geen gezicht. Ach laat ik maar ophouden want zo lijk ik wel een zeurpiet terwijl ik dat helemaal niet ben.” Het bloed kruipt kennelijk ook bij Jolanda waar het niet gaan kan, want de gemeentepolitiek blíjft haar boeien. ”Ik ben lid van Gemeentebelangen, net als vroeger mijn opa. En nee, d’r zit – komt ze weer down to earth – hier bij de slippers niks voor me bij. Maar we kijken verder. Doei”
“Dát is leuk, vertellen we thuis niet dat we in de Krant komen en verrassen we ze daar dan mee,”reageert Ada Duijn uit Roderesch tegenover haar kleinzoon Ischa de Vries (ruim 10) uit, jawel, Brussel. Ischa logeert bij oma Ada. Samen zijn ze op de fiets naar de Albertsbaan getrokken, boodschappen doen. Ischa is een globetrotter, een wereldkind (en voor oma vast in beide betekenissen) want hij woont nu een jaar in Brussel, na ook al in Ghana, Cambodja en Zambia – waar hij geboren is – te hebben gewoond. Zijn pa werkt nu bij de EU, vandaar. Ischa is in Brussel op een Amerikaanse school. “En Frans leer ik nu ook,”vertelt de Feijenoord-fan, die ook in Ghana zijn potje meevoetbalde, onbevangen. Hij vindt het fijn bij zijn familie in Roderesch, waar Ada’s zoon Dirk nu De Zwerfsteen bestiert. Het gaat prima met dit groepsverblijf, aldus Ada. “We zitten steeds goed vol, we kunnen in onze accommodatie nu 80 mensen onderdak bieden en de faciliteiten, met name de buiten(sport) mogelijkheden, zijn flink uitgebreid. Je zou eens moeten komen kijken; je weet echt niet wat je ziet. De vorige burgemeester Verkerk is al eens bij ons geweest, hij was enthousiast maar het is nu nog veel mooier geworden. Burgemeester Van der Laan zou eens moeten langskomen, dan kan hij zien wat er in zijn gemeente ook op dit gebied allemaal voor voorzieningen zijn.. Wat ik het leukste van Roden vind? Het Fitnesscentrum in de Kanaalstraat, daar sport ik drie keer per week. Heerlijk. En wat ik in Roden mis? Een lekker Mexicaans of Indiaans restaurant.” De gemeentepolitiek interesseert Ada wel degelijk. “Vooral de structuurvisie. Er wás in het begin sprake van dat er een rondweg vlak bij ons langs zou komen maar dat is meen ik definitief van de baan. Maar een golfbaan, zoals geloof ik nog steeds de bedoeling is, mag er wat mij betreft in het gebied tegenover ons wel komen. Maar we gaan weer verder. Daag.”
Daag. Dat zeggen we met deze laatste komkommertrip van dit seizoen ook tegen u. Misschien tot volgend jaar.