11-08-2009 - Komkommertrip

Wat is, voor de makers, het leuke aan de zomerse Komkommertrip – het woord zegt het eigenlijk al; op zoek naar in wezen non-nieuws in de nieuwsloze vakantieperiode? Dat fotograaf & verslaggever onbevangen & onbevooroordeeld op pad gaan om middels een negental willekeurige interviewtjes te peilen, wat er onder de lezers leeft. Wat hen bezighoudt, irriteert of wat ze graag anders zouden willen zien. Spontaniteit staat daarbij voorop. En de route verloopt nooit volgens een plan dat er dan ook niet is. Goed, je bepaalt een startpunt en dan zien we wel wie de negen mensen zijn, die in deze Komkommertrip-rubriek zullen ‘optreden’.
Dat startpunt was vorige week woensdagochtend het nét weer geopende overdekte zwembad de Hullen in Roden. En vandaar trokken we zónder tomtom verder…..
Bij het zwembad de Hullen is het overigens – het is kwart over negen in de morgen – bijna doodstil. Dat is begrijpelijk, want op die dag is er, na het (senioren)zwemmen dat van 7.00 tot 8.30 uur duurt, pas om tien uur weer een zwemsessie voor iedereen. Maar net als we onverrichter zake willen vertrekken, komt daar Anna de Ring uit De Wilp het zwempand uit. Ze is wat verlaat van het ochtendzwemmen en heeft eigenlijk haast om naar haar werk in Ubbena-Zeijen te gaan. Maar even praten wil Anna wél. Ze zwemt normaliter twee keer per week in De Hullen, op woensdag- en vrijdagochtend. En daar heeft ze veel plezier in, vertelt ze.”Want het houdt me fit.”Anna zwom als kind al veel, ze heeft ook aan redding zwemmen gedaan. Vanaf 2003 zwemt ze, helemaal vanuit De Wilp komend, in Roden. “We hebben in Marum, dus dichterbij, wel een openluchtbad maar ik ben nogal een kouwkleum en dat rillerige aan de kant hoeft voor mij niet. Dit is perfect. Ik blijf zo goed in beweging, voel me het hele jaar door lekker in mijn vel zitten.” Anna oogt – mede door het zwemmen? – rielekst en zo voelt ze zich ook, vertelt ze. Natuurlijk zijn er dingetjes waar ze zich aan ergert, zoals:”Dat de mensen steeds minder respect voor elkaar tonen. Laat iedereen in zijn of haar waarde en je leeft allemaal veel prettiger naast elkaar,” luidt haar welgemeende advies.
Even later ontmoeten we op de Borglaan in Roden Harm Warners, die met zijn scooter en met de helm nog op stilstaat om de natuur te bewonderen. Harm is in Zevenhuizen opgegroeid maar woont sedert een maand, en sedert zijn trouwen!, in Marum. Hij werkt als verkoper bij Expert in de Roder Wilhelminastraat - ‘fijne baan!’- waar hij ’s ochtends om tien uur moet beginnen. “Maar tot dusverre ging ik elke ochtend ruim op tijd van huis, uit Marum dus, om telkens langs een verschillende route de natuur te verkennen,” vertelt de stralende bruidegom die een paar keer zegt dat ie erg gelukkig is. De Feestweek in Zevenhuizen – op het moment dat u dit leest in volle gang – laat hem koud. “Die tijd hebben we gehad,”zegt hij nuchter. Hij en zijn uit Baflo afkomstige bruid die hij via de kerk heeft leren kennen, hebben genoeg aan elkaar. “Daar hoeft geen feestweek, hoe gezellig ook, meer aan te pas te komen.” Ergernissen?, proberen we Harm uit de tent te lokken. “Voor mij persoonlijk? Niks,” is zijn reactie. “Maar in het algemeen vind ik dat mensen meer respect voor elkaar moeten hebben. En toleranter moeten zijn.” Waarvan acte.
Amper is Harm op zijn scooter vertrokken, of daar komt Margriet de Wit op haar fiets aanracen. Ze heeft kennelijk haast maar wil best heel even stoppen. Margriet (18) die aan de Grasbroek in Roden woont, is per fiets op weg naar Groningen om haar theorie rij-examen af te leggen. “Of ik daarvoor zal slagen?,” proeft ze onze vraag lachend maar weifelend. “Mwâh, ik had eigenlijk wat meer moeten leren maar ik hoop dat ik het red. Over een paar weken doe ik mijn praktijk-examen in de BMW van Piet Bos van de rijschool en daar knijp ik ‘m meer voor. Maar we zien wel.” Rodermarkt vindt Margiet best leuk, maar haar uitgaansheil zoekt ze doorgaans tóch in Groningen. “Daar is natuurlijk veel meer keus. Maar mag ik asjeblieft nu doorfietsen, want over een dik uur begint mijn examen.” Succes, roepen we haar na. En ze zwaait.
En dan vallen we met onze neus in de boter. Want op het REO-tenniscomplex is het op dit vroege uur al een drukte van belang. Het door de Roder tennisclub georganiseerde traditionele Nationale Ranglijst Toernooi – dat als u dit leest, de hele vorige week werd gehouden – vergt veel voorbereiding dús veel vrijwilligers. En die heeft REO – chapeau! – zat weten te recruteren. Voordat de wedstrijddag een uurtje later begint, zit een groot deel van die vrijwilligers zich al op het zonnige terras, kopje koffie er bij, op de werkzaamheden voor te bereiden. “Kom er bij zitten,” wordt het Komkommertripteam gastvrij uitgenodigd. Niek Ridenberg is een van die vrijwilligers. Hij is al een jaar of dertig tennislid – ‘ook nu tennis ik nog drie keer per week recreatief’- en hij zet zich als, zoals ie dat zelf lachend noemt, ‘hoofd van de kantine en onderhoud banen’ in de toernooiweek net als zovelen duchtig in om het prestigieuze toernooi weer te doen slagen. “Samen met de groundsman ben ik ’s ochtends vanaf een uur of acht in de weer om de banen er perfect te laten uitzien. Nee hoor, dat vind ik helemaal geen opgave. Je bent immers – zeker met het weer dat we tot nu toe tijdens het toernooi hebben – lekker in de buitenlucht bezig en kameraadschap en teamgeest zijn een extra stimulans.” Niek woont sedert 1970 in Roden, aan de Bleijenbeek en naar de stad Groningen waar hij oorspronkelijk vandaan komt hoeft ie zeker niet terug. “Tenminste, als Roden niet groter groeit want het moet wél zijn charmante dorpskarakter enigszins blijven behouden. Dus géén hoogbouw!,” waarschuwt hij. Frustraties of ergernissen?, proberen we hem verder uit de tent te lokken. “Nou, die hadden we wel, als tennisclub, toen er sprake van was dat ons complex voor een rondweg zou moeten wijken. De schrik sloeg ons allemaal om het hart. Maar dat is, zoals de plannen er nu uitzien, gelukkig van de baan.”
Jeannette Joustra, ook vrijwilligster en tevens koffiedame is het helemaal met de vorige spreker eens. Ze woont sedert 1976, samen met haar echtgenoot Bert die hier even verder op aan het woord komt, aan Den Dam in Roden. Jeannette tennist twee keer per week recreatief en zet zich intensief als vrijwilliger in. Niet alleen in de toernooiweek maar ook als reguliere ‘bardame’. Ze voelt zich in Roden prima thuis, “Zeker nu De Winsinghhof zo’n mooi theater is geworden en een pracht programma heeft te bieden. Voorheen gingen we veel naar De Lawei in Drachten en naar de Groninger Stadsschouwburg maar dat is nu een stuk minder geworden. Alleen: laten ze in De Winsinghhof asjeblieft nog wat aan de airconditioning doen. Maar verder heb je in Roden eigenlijk, zeker qua winkelbestand, alles. Hoewel, de leegstand die er nu met name in het centrum van het dorp heerst, doet zeker niet prettig aan. Roden groeit al groter, maar laten de bestuurders nu eerst eens kijken wat ze in het dorpscentrum zélf kunnen doen, voordat ze al die grote uitbreidingsplannen realiseren. En nog iets: dat pand met zoveel glas tegenover de nieuwbouw van het gemeentehuis in de Raadhuisstraat, da’s toch echt geen gezicht. Hoe hebben ze dat ooit kunnen toestaan?” Zo, dat is gezegd.
Echtgenoot Bert, ook recreatief tennisser én vrijwilliger – ‘noem mij maar algemeen assistent’, zegt ie lachend – hoort zijn echtgenote met kennelijk genoegen aan. Zo ként ie haar: geen blad voor de mond. Tennissen vindt (ook) Bert een pracht sport: “Je kunt bij REO zélf je tijd indelen.” In het centrum van Roden komt ie niet zo vaak:”Ik ben geen boodschappenman dus matig ik me ook geen oordeel daarover aan. Maar wat ik wél belachelijk vind is, dat na twee jaar, let wel: na 24 maanden, de destijds al besliste verplaatsing van de vrijdagmarkt op de Albertsbaan naar de Heerestraat nu e-i-n-d-e-l-ij-k schijnt te worden gerealiseerd. Wát een gemeentebestuur, wát een daadkracht, maar niet heus natuurlijk. Dit soort zaken verergert mijn afkeer van de gemeentepolitiek. Zó verschrikkelijk traag. En daarom bemoei ik me er ook niet mee. Je kunt er tóch niks aan doen. Hoewel, besef ik nu ik dit zo zeg, dat je daarmee – met dat niet mee bemoeien – de zaak alleen maar verergert. Daarom lees ik voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 toch de plaatselijke partijprogramma’s maar eens goed door. Ook zo’n actie die dik dertig jaar geleden werd gevoerd, ‘De kop hoort er op’, of Roden nu bij de provincie Drenthe moest blijven of door de provincie Groningen zou worden ingelijfd is toch te belachelijk voor woorden? Europa moet één worden, en wij kissebissen over zo’n futiliteit. Belachelijk.”
Nog een paar minuten en het tennistoernooi gaat weer beginnen. Groundsman Wijnand Smit heeft nog heel even tijd voor een kop koffie voordat ie weer verder aan de slag gaat. Wijnand (bijna 47 maar jonger ogend) is een geboren Leekster, maar hij woont nu al 25 jaar in Zevenhuizen. Hij is de enige fulltime-beroepskracht van de tennisclub. Een groundsman, vertelt ie heel in het kort, is de man die de verantwoording heeft voor het onderhoud van de banen, van het hele tenniscomplex eigenlijk. “Mooi werk, vrijheid en blijheid,” zegt ie daarover en dat straalt hij ook uit. Wijnand doet dit werk nu een jaar of acht en in die periode heeft de voormalige offsetdrukker (bij Bronsema in Leek) het tennissen als sport ook leren waarderen. De Feestweek in Zevenhuizen heeft – nu als u dit leest het REO tennistoernooi al weer achter de rug is – aan hem ook een goeie. Zijn favoriete item daar is de moutainbike tocht. “Jammer dat Pruim Pruim niet meer is, want daar heb ik in mijn jongere jaren veel plezier beleefd. En het verschil tussen Leek en Roden? Man, dat is echt flauwekul allemaal. Maar nu moet ik weer aan de slag.”
Buiten het tenniscomplex waarop het al maar drukker wordt, houden we – we voelen ons soms net politieagent – de juist voorbijfietsende Titia Verspiek staande. Titia woont aan de Havixhorst in Roden en is op weg naar het centrum, om daar boodschappen te doen. Roden, waar ze sedert 1985 woont, bevalt haar goed. “Maar heel eerlijk gezegd trekt de stad Groningen waar ik vandaan kom, me toch meer. Qua terrassen, leuke winkeltjes, kortom: qua gezelligheid. Ooit gaan we denk ik toch wel weer naar de stad terug….,” mijmert ze. De gemeentepolitiek en ook de structuurvisie Leek-Roden volgt ze een beetje. Maar dat ze zich er echt in verdiept, nou nee. “Maar ik erger me eerlijk gezegd ook aan niks. Zal ‘k dus maar verder fietsen?”
Bijna zijn we aan het eindpunt van deze Komkommertrip gekomen, maar we stoppen toch nog even op de Stinsenweg waar mevrouw Annet Rijtma, de strippenkaart in de hand, op een bankje op de bus naar Groningen zit te wachten. Mevrouw Rijtma woont sinds kort in de Noorderkroon in Roden, maar de stad trekt (nog). Ze wil ons net uitleggen over het hoe en waarom of….daar komt de bus al aan scheuren. Snel stapt ze in. Jammer. Maar misschien dat we haar een volgende keer nog eens uitgebreider treffen.
Deze trip zit er weer op. Tot de volgende week, dan komen we voor wat de Komkommertrip betreft voor de laatste keer bij u terug.