28-07-2009 - Komkommertrip 3

Ga in de eerste week van de bouwvakvakantie ’s ochtends om 9.00 uur niet op pad want je komt geen mens tegen – werden we vooraf gewaarschuwd. Maar dat bleek vorige week woensdagochtend opnieuw erg mee te vallen. We gingen de paden op, de lanen in en troffen ondanks de relatieve rust toch heel wat mensen aan, die best even ‘zo maar’ een praatje willen maken en op de foto willen. Wat ook voor deze editie weer een negental leuke, heel gevarieerde reacties opleverde. Reacties – grieven en tevredenheids betuigingen, maar ook ontboezemingen waarin u zichzelf best wel eens zou kunnen herkennen. Kortom:deze aflevering van de Komkommertrip is weer het lezen waard. En let op: Volgende week zou ook u bést eens op straat kunnen worden benaderd. We zijn benieuwd wat u dan heeft te melden.
Ze heeft een beetje haast, Lenie Wolfis uit Leek, die we op weg naar het Zwemkasteel Nienoord als eerste van onze wekelijkse negen ‘slachtoffers’ aanschieten. Maar de al 41 jaar aan de Nijenoerdweg wonende geboren stad-Groningse – maar in die drukte daar heb ik nooit kunnen aarden’- wil best even praten. Over het landelijke Leek, dat haar nog steeds trekt, Ondanks dat ook het destijds royale uitzicht in onze straat al helemaal weg is. Maar ja, de tijd staat niet stil, nietwaar. Lenie zwemt in water met een extra hoge temperatuur, omdat ze last van haar heup en knie heeft. “En dat is heerlijk, je knapt er helemaal van op.” Klachten over het woon- & leefklimaat – de Komkommertrip-redactie stookt af & toe graag een beetje bij de door haar ‘overvallen’ interview-slachtoffers – heeft de kwieke 76-jarige mevrouw Wolfis ook na enig aandringen beslist niet. Ze winkel graag in Leek en Roden, verklaart ze nog. “Daarvoor hoef ik echt niet meer naar de stad Groningen. Maar mag ik nú door, want het zwemmen wacht.
George Schaafsma, de kantoorattributen-expert bij Boekhandel Bronsema-Bosman aan de Tolberterstraat in Leek, staat buiten net de krantenrekken (waar u ook steeds het laatste nummer van de Krant kunt vinden) aan te vullen als we hem snappen. Het is (we hebben het over vorige week woensdag) de eerste bouwvakweek en dan is het, zegt George, altijd wat rustiger. “Maar we hebben tot dusverre geen klagen gehad, de boekenverkoop loopt nog steeds goed dank zij onze royale sortering. Nee, de kredietcrisis heeft ons nog niet écht getroffen.” De 31-jarige George werkt vanaf zijn vijftiende – toen als vakantiekracht – al bij Bronsema en dat werk is nog steeds(!) zijn lust en zijn leven. De meest opvallende veranderingen in de boekenbranche vindt hij, dat de mensen dankzij internet steeds beter geïnformeerd raken. Ze zijn doelgerichter, weten vaak meteen wat ze willen. Wat er in Leek beter zou kunnen?, proberen we deze tevreden mens toch een wat meer kritische uitspraak te ontlokken. Het centrum zou eigenlijk wat gezelliger moeten, geeft ie als advies mee.
In Tolbert, onze volgende pleisterplek, staat Anne van der Wal in de Verdeniusstraat waar ie al 38 jaar woont, monter zijn auto te poetsen. In korte broek. Anne is een echte, dus geboren, Tolberter. “Het is een leuk dorp waar veel gebeurt, vat hij kort & bondig zijn visie samen. Hij mist niks, zegt ie zonder ook maar even na te hoeven denken. En wat Tolbert niet heeft, kan ik in Leek wel krijgen. Hij oogt en ook ís tevreden. Ik erger me nooit, hoewel….de buurt gaat wél achteruit. Qua netheid dan, sommige tuinen hier verloederen en de jeugd wordt ook al baldadiger.” De 72-jarige Van der Wal heeft mensen helpen als hobby. Ik ben medewerker van de Klusjesdienst die allerlei karweitjes voor mensen die dat zélf niet meer kunnen, opknapt. Ik niet alleen hoor, we zijn met ons achttienen en hebben het behoorlijk druk. Het is fijn en ook dankbaar werk. Ik kom mijn tijd wel door, ‘k heb altijd in de bouw gewerkt, mijn handen staan niet verkeerd. En ik erger me, behalve dan die opmerking over het een beetje verloederen van de buurt, echt nergens aan.”
Zwanet Berends uit de Leuringslaan laat even verder haar hond Cassy uit. Die is een beetje ziek, moet rustig zijn behoefte kunnen doen dus is ie nogal trekkerig aan de riem om een mooi plekje te vinden. Maar ik heb de tijd. En ik heb ook een plastic zak bij me waarin ik zijn behoefte schep want daar hoeft een ander niet in te trappen, dat vind ik zó smerig. Zwanet is het met haar voorganger Van der Wal eens, dat het allemaal wat rommeliger begint te worden in de buurt. “Moet je kijken wat voor troep er op de straten ligt. Jammer.” Maar naar de stad Groningen, waar ze tot voor 14 jaar zo’n beetje in het centrum heeft gewoond, hoeft ze niet terug. “Veel te druk. Ik ben, toen mijn moeder in Vredewold kwam te wonen, naar Tolbert verhuisd en dat bevalt me prima. Voor de boodschappen ga ik meestal naar Leek. Nee hoor, ik mis hier niks. Hier wonen allemaal leuke mensen. Hoewel (zegt ze na enig nadenken) toch wel: Een Chinees, die zou hier best een goede broodwinning kunnen hebben. ’t Is geloof ik al eens geprobeerd maar toen afgeketst op een goeie kok. Of zoiets. Maar nu ga ik dóór, de hond trekt me bijna van de sokken.
We gaan ook door, richting Marum, waar we op het fietspad daar naar toe Jacob Kobes, hard fietsend op weg naar een uitzendbureau in Leek, ‘aanhouden’. Jacob is werkeloos lasser en doet verwoede pogingen om weer aan de bak te komen. Wat niet meevalt. Maar de in Siegerswoude geboren en sedert 6 jaar in Marum – een pracht plaats - wonende Jacob gaat er niet onder gebukt. “Mijn vriendin Joke die uit Amsterdam komt, werkt ook, zij zorgt voorlopig alleen voor het inkomen. Maar natuurlijk wil ik zelf ook weer aan de slag gaan.” Jacob Kobes oogt goed afgetraind en dat klopt. Hij is een fervent hardloper, hij traint regelmatig bij de atletiekvereniging Impala in Drachten en heeft al mooie tijden geklokt: 39.05 op de tien kilometer en 1 uur 25 minuten op de halve marathon. De momenteel licht geblesseerde Kobes – ‘een enkelblessure, opgelopen in het bos bij Bakkeveen’- zou er in zijn woonplaats Marum graag nog een winkel als Action of een grote bouwmarkt bij willen hebben. Maar voor het overige is er een prima winkelbestand. ’t Is hier fijn wonen. Mijn vriendin die dus uit Amsterdam komt is verbaasd over het leefklimaat – en dat dan in gunstige zin – dat hier heerst. Laatst waren we in de Hema en daar was de kassa niet bemand. Dat zou in Amsterdam eens moeten gebeuren…
Amper is Kobes weer opgestapt, of Jenny Klooster uit Niebert stopt. Ze is samen met haar zus uit Wormerveer, die bij haar logeert, op pad naar Marum. Even gezellig winkelen. Jenny woont 9 jaar in Niebert, maar: “Ik kom oorspronkelijk van de klei, van Zuidwolde bij Bedum. t Was hier even wennen, erkent ze. ‘Maar dat bedoel ik positief. Weet je, de mentaliteit hier in het Zuidelijk Westerkwartier is wat socialer, de mensen zijn meer samen, meer meelevender ook. Het heeft echt even geduurd voor ik daar aan gewend was, maar nu voel ik me er heel goed bij. Het winkelen hier bevalt me ook prima, wat Marum niet heeft koop ik wel in Leek, het is allemaal zo dichtbij.” Het verenigingsleven in Niebert heeft aan Jenny een goeie. Ze is lid van de gymclub en vrijwilligster bij het voetballen en het museum ‘t Steenhuus. En natuurlijk, als er wat te doen is, bijvoorbeeld een toneeluitvoering, dan zijn we erbij. Nee ik hoef hier niet meer weg, nou ja als ik ooit weer alleen kom te staan – ik woon nu samen – dan wil ik misschien weer terug naar de klei. Mijn kinderen wonen daar en dat is dan lekker dichtbij.… Haar zus staat keurig te wachten tot Jenny is uitgepraat. Nee, zegt die, het is hier mooi, zeker qua natuur, dat wel. En veel rustiger dan in het hectische westen, maar hier wonen, nou nee. Maar ik heb natuurlijk daar mijn leven opgebouwd, voegt ze er verklarend aan toe. En dóór fietsen de dames nu.
Maar wíj zijn nog niet van het fietspad af. Want Aletta Bron uit Nuis fietst daar ook, in hoog tempo vanaf Marum op weg naar huis. Naar zoon Tom van een half jaar, die ze op het Marumer gemeentehuis nét in haar paspoort heeft laten bijschrijven. Aletta (26, maar nóg jeugdiger ogend!) is in Nuis geboren en getogen, zegt ze. Met een onderbreking van vijf jaar, toen ik in de stad Groningen psychologie studeerde.” Ze werkt nu drie dagen in de week als psycholoog bij een arbeids-medisch-adviesbureau; een job die haar goed bevalt en prima met haar werk als huismoeder valt te combineren. Ze legt op ons verzoek bereidwillig uit, wat haar taak als psycholoog daar inhoudt en dat is – heel kort samengevat – ‘mensen met een persoonlijkheidsstoornis weer geschikt maken voor het arbeidsproces. Het is werk, waarbij je vooral het vertrouwen van je cliënten moet zien te winnen, begrijpen we. En dat lijkt, zo suggereren we, Aletta wel toevertrouwd. Die beaamt dat: ”Ik vind het fijn en bevredigend werk, waarin ik me helemaal kan geven. Uit Nuis wil haar gezin niet weg. “Ik ben er ook niet voor niets naar teruggekeerd. Alleen al het werken in de tuin vind ik heerlijk. Ja, we zijn gelukkig, spreekt ze in meervoud. Waarna Tom thuis wacht.
In de Langestraat in Marum treffen we Jan de Vries, pittig-op fietsend op weg naar huis nadat ie even te voren bloed heeft laten prikken. Jan komt van Opende, waar hij een varkenshouderij bestierde. Hij woont nu 11 jaar in Marum. Ach, tussen beide plaatsen zie ik geen verschil. Nou ja, Opende is kleiner maar dat ís het dan. De 67-jarige Jan vermaakt zich best, vertelt hij in vlot tempo. En hij ergert zich ook aan niets. Hij is, kortom, de ideale burger. ‘Alles komt zoals het komt. De Vries heeft vogels gehad en is ook vogelloos nog steeds lid van de vogelclub, vertelt ie. Vakantie viert ie dicht bij huis. Dit jaar gaan we denk ik naar Drenthe, verder hoeft niet. De fietsen gaan op het rek achterop de auto. En verder heb ik eigenlijk niks te melden. De ideale burger dus, maar dat meldden we al.
En dan is er tot slot van dit Komkommertripje nog Roelie Betten uit Roden, die veertien dagen lang samen met echtgenoot Tinus op het huis & de fietsenwinkel van dochter Josita (Hiemstra) en haar gezin aan de Wendsteinweg in Marum past. “Ze zijn voor het eerst met het hele gezin op vakantie, naar Frankrijk vertelt moeder Betten, geboren Diertens, die samen met man Tinus in Roden aan het Nijlandspark woont. Het verschil tussen Roden en Marum? Roden is groter, heeft meer winkels maar ook meer hoogbouw, analyseert ze kritisch. En hoewel de natuur hier bij Marum ook mooi is, geef ik toch de voorkeur aan de bosrijke omgeving van Roden. Ook mevrouw Betten ergert zich aan niks, zegt ze. We zijn gezond, Tinus, ik en de kinderen. We fietsen veel en vaak, we gaan regelmatig met vakantie. Binnenkort, als Josita en haar gezin weer terug zijn, gaan we naar Eext. Tinus – wijst ze naar de tuin – is nu een beetje in de tuin van de kinderen aan het werk. Man, we zijn gelukkig. Hartstikke gelukkig.
Is er een mooier slot van deze Komkommertrip denkbaar?