21-07-2009 - Komkommertrip

Een waarheid als een koe: Zelfs in deze stille vakantieperiode ligt het nieuws op straat. Dat ondervond vorige week woensdagochtend het Komkommertripteam – verslaggever & fotograaf van de Krant die er ‘zomaar’ op uit trekken om ook ‘zomaar’ mensen op straat aan te schieten voor een verhaaltje in de Krant – opnieuw. Alle keren dat we willekeurig mensen aanspraken, was het meteen raak. Werden er leuke gesprekjes gevoerd met als ‘neerslag’ de verhaaltjes die u op deze pagina leest. Niks bijzonders, hoewel: Ze slaan (ook) op uw woon-, werk- en leefklimaat. En daardoor zijn ze de moeite van het lezen meer dan waard. En stuk voor stuk bijzonder. Ga er maar eens lekker voor zitten.
Hadden we vorige week woensdagmorgen, toen we er weer op uit trokken, een echt doel? Nee, dat hadden en hebben we met deze rubriek niet. Pluk de dag oftewel: kijk waar je letterlijk en figuurlijk tegenaan loopt. En de eersten – het was nog vroeg in de ochtend; de winkels waren amper open – waren dat Kelly van Dekken en haar dochter Robin. Ze waren, op de Dam in Leek, op weg naar Bart Smit om voor Robin, die de dag daarop negen jaar zou worden, een mooi cadeau uit te zoeken. ‘Rolschaatsen graag,’geeft dochter Robin een voorzetje op maat. Kelly en haar gezin wonen in Haulerwijk, maar doen bijna altijd hun boodschappen in Leek en Roden. ‘Gewoon omdat die qua winkelbestand meer te bieden hebben dan Haulerwijk en omdat de C1000 zulk lekker vlees heeft,’vertelt spontane moeder Kelly met onmiskenbaar Limburgs accent. Ze is – vertelt ze – dan ook een getogen Mestreechter, ‘We woonden bij het Vrijthof, de concerten van André Rieu daar konden we altijd vanaf ons balkon volgen, hartstikke leuk natuurlijk.’ Maar toch geven Kelly en haar gezin verre de voorkeur aan het wonen in het randfrieselijke Haulerwijk.’Want – attentie, attentie!, RED. – de mensen in Haulerwijk, eigenlijk in deze hele regio, zijn veel vriendelijker. En ik kan het weten. Ik werkte in Maastricht en nu ook in Friesland in de thuiszorg. Hier, in het noorden, word je door de mensen die je helpt, gewaardeerd, verwend zelfs. Nou, daar hoefde je in Limburg niet om te komen hoor.’ De Van Dekkens wonen nu in Haulerwijk, mede omdat vader een rasechte Fries is en dat trekt kennelijk toch. Maar naar Limburg terug, nee dat hoeven ze niet. ‘In Haulerwijk wonen we lekker buiten met veel speelmogelijkheden voor de jeugd,’ zegt Kelly die er ook nog aan toevoegt zich nergens aan te ergeren. Daar kan dus zó een reclamespotje van gemaakt worden. Maar nu is er volgens Robin genoeg gepraat. Bart Smit en de rolschaatsen wachten.
Wat verderop, aan het Bovendiep, wandelt Libbe Mud – qua accent een geboren Fries – met aan de ene hand de riem met hondje Svenja van vijf en in de andere hand een hondenpoepschepje en een plastic zakje. ‘Want ik vind dat niemand last hoeft te hebben van de uitwerpselen die jouw hond produceert,’ verklaart hij vastberaden. Libbe woont nu een paar jaar in Leek, aan ’t Veer, na eerst ruim 36 jaar in Tolbert te hebben vertoefd. Of er verschil tussen beide plaatsen is?, willen we meteen weten. ‘Wis en waarachtig wel,’geeft Mud hem meteen van katoen. ‘In Tolbert gebeurt altijd wat, het is er qua evenementen erg levendig. En ja Leek, daar komt eigenlijk weinig van de grond in dat opzicht. En ik moet nog zien of dat ooit gaat gebeuren. Het lijkt wel of de middenstand er in Leek niet achter staat.’ Libbe, 67 istie nu, heeft het redelijk druk nu zijn vrouw nog een beetje in de lappenmand ligt. ‘Stofzuigen en zo he, ‘lacht ie. Fietsen en vissen behoren tot zijn hobby’s. ‘En ik wou, dat ik een muziekinstrument kon bespelen, machtig lijkt me dat. Nee, ik ben er nu te oud voor, denk ik. Mijn vrouw speelt accordeon, bij de club ‘Lucht genoeg’ en bijna elke week komen de muzikanten bij elkaar. Machtig mooi man. Ik verleen wat hand en spandiensten, maar zelf mee (kunnen) spelen, dat is natuurlijk veel mooier.’ We gaan nog even op de kritische toer. Of er volgens heer Mud in Leek zaken voor verandering vatbaar zijn?, vragen we hem. Daar hoeft Libbe, pracht naam overigens, niet lang over na te denken. ‘Ik zei al dat er hier veel meer reuring zou kunnen zijn. Maar ik vind daarbij óók, dat Leeksters veel meer van hun belangstelling voor vlak-bij-huis accommodatiesals Nienoord en evenementen blijk zouden moeten geven.’ Maar dan moet Mud toch echt weg. De hond heeft gepoept, híj heeft de uitwerpselen keurig opgeruimd. En thuis wacht de stofzuiger.
Maar verder gaan hoeven we nog niet, want tien meter verder laat Janneke Piek – ‘ik ben de enige die nooit een euro wordt’- háár hond zijn behoefte doen. Zonder schepje en plastic zakje. ‘Want dat vind ik zo’n onzin, mijn hond poept alleen op plekken waar dat mag. Er is hier ruimte genoeg en als je met plastic zakjes in de weer gaat belast je het milieu toch ook?’ Janneke woonde als Roder meiske twintig jaar in Roden, aan de Borglaan – ‘ik ben een Aukema van mezelf’ – maar sindsdien is Leek via tussenstation Nietap haar woonstee. Dat komt door echtgenoot Tunnis, een Leekster pur sang die ze jaren terug in het destijdse Leekster barretje van Reina van der Sluis leerde kennen. Was ‘t liefde op het eerste gezicht?, willen we weten. Janneke denkt even na en zegt eerst:’Ik kwam op mijn brommertje en Tunnis had een auto.’ Maar even later: ‘Tunnis’ charme gaf echt de doorslag hoor.’:Naar Roden terug hoeft Janneke Piek niet. ‘ Leeksters zijn veel vriendelijker, socialer ook. Ze groeten je hier tenminste nog en maken een praatje met je. Daar hoef je doorgaans in het arrogante Roden niet meer om te komen.’ Nog even op de kritische toer dan maar: Wat zou u in Leek graag nog willen?, vragen we. ‘Het water in het centrum moet weer terugkomen,’luidt het vlotte antwoord. ‘Al die bootjes komen dan ook weer, is gezellig.’ Maar de hond trekt nu toch wel heel sterk aan zijn riem. Hij is klaar. En wij ook.
Nog steeds echter hoeven we geen straat(je) verder. Want nét als wij weer door willen rijden, fietst de bevallig ogende 19-jarige Sandra Hamstra langs ons. Ze wil best even stoppen, maar: ’Waar gaat het over?,’wil ze eerst weten. Eigenlijk over niks, maar toch…. Hoe bevalt Leek haar, vragen we ter inleiding: ‘Leuk. Met een mooie omgeving,’antwoordt Sandra neutraaltjes. ‘Maar heel vaak ben ik bij mijn vriend in Alphen aan de Rijn, dus veel heb ik hier niet over te melden. Want hij komt beurtelings ook naar Leek toe en dan hebben we elkaar zoveel te vertellen dat de omgeving er een beetje bij blijft.’ Begrijpelijk. Maar wát is dan het verschil tussen Alphen aan de Rijn, toch ook geen wereldstad, en Leek? – willen we doordrammerig weten. Sandra:’Alphen heeft toch veel meer stadse allure hoor, met veel flats. Niet leuk eigenlijk qua omgeving. Als het er op aan komt dan willen we dan ook het liefste in Leek gaan wonen, maar vindt ook hier maar eens wat betaalbaars.’ Sandra is erg vriendelijk, maar zit toch min of meer op hete kolen. In haar fietstas zit de verjaarstaart voor haar moeder, die deze dag net vijftig is geworden. Thuis wordt er met de koffie op haar gewacht. ‘Leek is leuk,’ mooie slogan overigens, is het laatste dat ze zegt voordat ze op haar fiets wegtrapt.
De nieuwe mega-woonwijk Oostindie is nu ons volgende doel. Maar nadat we ook maar een paar meter de brede toegangsweg tot deze forensische woonenclave zijn opgereden, stoppen we alweer. Want daar loopt Geertje van Engelenburg. Ook met hond. Die laat ze elke dag daar uit. Geertje, afkomstig uit Deil bij Geldermalsen, woont al 18 jaar in deze contreien, aan de Roomsterweg. Even aarzelt ze, of ze wel op de foto wil, want:’Ik zie er eigenlijk niet uit met al die krulspelden in mijn haar.’ Maar heel sportief gaat ze tóch op de kiek. Leek bevalt mevrouw Van Engelenburg prima. Ook qua winkels. ‘En in Roden winkel ik ook graag,’voegt ze er aan toe. Ze mist hier dus niks. Sterker: ‘Ik voel me hier prettig.’ Haar conditie houdt Geertje op peil met body balance – ‘dat is voor je evenwicht’. En elke dag wandelt ze een uur met de dertienjarige hond Tiko. ‘Dat stimuleert me om ook écht te gaan lopen.’ Curacao vindt Geertje eigenlijk nóg mooier dan Oostindie. ‘Want daar – van Curacao dus – komt mijn man vandaan. We gaan er regelmatig heen. Misschien dat het ooit nog zover komt dat we steeds een half jaar op Curacao gaan wonen en dan weer een half jaar hier, in Oostindie. Of ik hier wat te wensen heb? Eerlijk waar: niks.”
Meine Kempenaar, die ín Oostindie zélf de ramen van zijn woning een stevige lapbeurt geeft, heeft dat wél. Het bevalt hem en zijn partner, allebei Dokkumers, de tweeënhalf jaar dat ze hier nu wonen na eerst in Drachten te hebben gewoond, weliswaar goed aan de Watersingel hoek De Es, maar echt content met het gemeentelijk beleid is hij toch niet. Eigenlijk voelt ie zich een beetje door de gemeente Leek misleidt. ‘Kijk maar naar die grote kazerne die hierachter is komen te staan, wel erg dichtbij onze huizenrij,’ wijst hij. ‘Met alle respect: Dat was ons, toen we dit kavel kochten, niet door de gemeente Leek gezegd. Je uitzicht word er niet fraaier op en de openheid van het landschap was toch een van de redenen dat we hier zijn komen wonen. En wat staat ons de komende vijf, zes jaar nog méér te wachten? Nog steeds is hier noodbestrating. En dan al die hondenpoep. Nee hoor, dat is geen azijnpisserij van alleen maar mijn kant, de buurt vindt dat ook zo. Maar bij de gemeente krijg je met je klachten geen gehoor. Juridisch heb je in dit soort situaties geen poot om op te staan. Jammer eigenlijk, want voor de rest is het hier best fijn wonen.’
Jitske Smid – ook in Oostindie wemelt het echt van de Friezen – is ons laatste slachtoffer, deze week. Zij woont nu tweeënhalf jaar aan de Watersingel in Oostindie, na eerst in Tolbert te hebben gewoond. Jitske, die in afwachting van komend bezoek even een wandelingetje met zoontje Arwin van twee maakt, voelt zich hier erg gelukkig, vertelt ze spontaan na eerst even te hebben vermeld dat ‘mijn haar nog niet is gekamd, maar alla, maak maar een foto. Zo ben ik puur-natuur.’ Ze is in Noordwolde geboren en nu praktijkverpleegkundige in een artsenpraktijk in Appelscha. ‘Inderdaad, je hebt hier in Oostindie veel forenzen.’ Vakanties viert haar gezin bij voorkeur in Zuid-Engeland. ‘We zijn niet van die zonaanbidders, meer doeners.’ Over het leefklimaat in Oostindie zegt ze:’In feite begint bijna iedereen een nieuw leven in deze wijk-in-opbouw. Leuk vind ik dat. De contacten met de buurt zijn ook erg goed. Per slot van rekening is iedereen hier nieuw. En het is hier zo mooi landelijk nog….’ Toch sluit Jitske niet uit, dat haar gezin ‘ooit’ nog weer eens naar Friesland gaat verhuizen. ‘Dat blíjft trekken. Maar heel duidelijk: we zijn hier, in Oostindie, heel gelukkig.’
Een mooier slot van deze Komkommertrip kun je je niet wensen. Tot de volgende week. (En hopelijk doet ook u dán mee, als het Komkommertripteam u aanspreekt.)