14-07-2009 - Komkommertrip 14 juli 2009

Het is stil op straat. Maar dat is in deze tijd van het jaar niets bijzonders. De zomervakantie legt half Nederland immers lam. Ondanks de kredietcrisis, jawel, want die paar weken er echt helemaal uit te zijn laten we ons niet ontnemen. Dan desnoods – hoewel: desnoods? – maar wat dicht(er) bij huis. Vooral als het weer wat meewerkt kun je je het ook hier goed naar de zin maken. Voor de media – het modieuze verzamelwoord voor kranten, tv, radio & internet – is het momenteel wel dood katoen. D’r valt weinig te beleven., Nou ja: braderieën, feestweken & oefenwedstijden van profclubs tegen de ‘kleintjes’ in de regio zijn er genoeg, maar écht keihard nieuws is er mondjesmaat. Het is, kortom, komkommertijd. Zoals elk jaar om deze tijd.
Maar dat wil niet zeggen, dat er helemaal niks te beleven valt. Met deze pagina, de wekelijkse Komkommertrip die duurt zolang de vakantie hoogtij viert, gaan we weer bewijzen dat het ‘kleine’ onverwachte al dan geen nieuws in juist uw regio het oprapen meer dan waard is. Elke week krijgt u een paginaatje Komkommertrip van dicht-bij-huis voorgeschoteld. Met nieuws en babbels die door u zelf worden ingebracht, want het is best mogelijk dat (ook) u de komende weken op straat of rond uw huis ‘zomaar’ door het Komkommertripteam – prachtig scrabblewoord – wordt aangesproken. Maak dan van uw hart geen moordkuil. Dat deden uw regiogenoten, die we voor deze eerste editie aanspraken en op de kiek zetten, ook niet. Sterker nog: dit is uw kans om breeduit te vertellen, wat u allang kwijt wilde. Zelfs om van een scheet een donderslag te maken. Maar ook om gewoon een babbel te maken. Komkommertijd? Accoord. Maar wél ook de Komkommertrip. Met als het even meezit, ú in een hoofdrol voor uw eigen moment of fame. Hoe dan ook, veel leesplezier en wie weet, tot ziens. En voor wie nog gaat: een plezierige vakantie gewenst. Dichtbij. Of ver weg.
Het is stil op straat. Met deze – hierboven geschreven – zin openen wij dit seizoen de traditionele Komkommertrip-rubriek. Extra stil zelfs was het ook vorige week woensdagochtend, toen het Komkommertripteam voor de eerste keer op pad ging. Richting Langelo, waar nu bijna geen doorgaand verkeer is zolang, vlak bij Norg, de Langeloërweg wegens werkzaamheden is afgesloten. ‘Was het hier op de Hoofdweg altijd maar zo rustig,’ verzuchtte een aanwonende hartgrondig, ‘want d’r wordt hier in Langelo, ondanks verkeersremmende maatregelen, nog altijd te hard gereden.’ Maar met naam en een foto in de Krant, nee daar voelt deze Langeloër dame toch niks voor. ‘Dat kan enkel maar rompslomp met zich meebrengen,’ weert ze verdere ‘openheid’ vriendelijk doch beslist af. En dat mag natuurlijk.
Even verderop, op de Lieverseweg, is de 78-jarige Jan Tolner spraakzamer. De kwieke baas is in zijn moestuin aan het werk en wil best even pratren. Hij is, zegt ie, een geboren en getogen Langeloër en hij heeft een jarenlange carrière in de Sprookjeshof in Zuidlaren dat nu door zijn drie zonen wordt bestierd en een tienjarig bedrijfsleiderschap op de nu zo hevig in verval geraakte Vluchtheuvel in Norg achter de rug. Zijn moestuin, waarvan de groenten grotendeels naar de Sprookjeshof gaan, is nu zijn lust en zijn leven. Tolner is, zo vertelt ie breedvoerig, in een conflict(je) met de gemeente Noordenveld gewikkeld. ‘Deels op mijn grond staan drie oude eikenbomen die per dag zo’n 2000 liter water opslurpen en dat gaat ten koste van mijn tuingrond. Alles verdroogt me. Ik mag van de gemeente de boomwortels die op mijn grond liggen, doorkappen maar dan loop ik wél de kans dat de bomen doodgaan omdat ze ‘los’ komen te staan. Wie is, als ze omvallen, dan verantwoordelijk voor de schade?,’wil Tolner terecht van de gemeente weten. Die schakelt, kreeg hij onlangs te horen, een jurist in die het verlossende woord moet spreken. Tot zo lang doet Jan Tolner niks. ‘Jullie hadden deze affaire onlangs verkeerd in de krant staan, maar dat was omdat de gemeente jullie dit fout heeft doorgegeven,’voegt hij er nog aan toe. ‘Maar willen jullie dat nu dan even rechtzetten?’ Bij deze.
De lucht is somber, er dreigt regen. Maar bij café Het Hart van Lieveren zijn kroegbaas Bauke van der Zee en echtgenote Tineke desondanks druk doende, om het caféterras voor de te verwachten bezoekers van de Fietsvierdaagse in te richten. ‘We zijn controlepost en verwachten zo’n 1000 stempelaars hier, dus je moet op alles voorbereid zijn. Buiten op het terras en ook binnen zal het wel topdrukte worden.’ Terwijl Bauke dat zegt melden de eerste fietsers zich al aan. Alleen voor een plasstop, maar daar doet het café-echtpaar niet moeilijk over. Ze hebben het hier in Lieveren, waar ze nu ruim tien jaar resideren, best naar de zin, zegt Tineke. ‘We zijn Friezen (dat hoor je ook nog steeds aan hun charmante accent; RED.) maar we gaan als het aan ons ligt hier niet meer weg. Zo gemoedelijk allemaal, heerlijk.’ Nee hoor, eigenlijk hebben ze geen klachten, althans niet over het gemeentelijk cafébeleid. ’Hoewel,’zegt Bauke na enig nadenken, ‘het vergunningenbeleid best wel wat soepeler mag; je hebt zoveel papiertroep, dat moet makkelijker kunnen.’ Dat je in de “kleine kroegen” althans voorlopig gewoon mag (blijven) roken, pleziert het echtpaar. ‘Wij hebben nooit last gehad van controle, althans we hebben er nooit iets van gemerkt, maar die hele maatregel was voor café’s zonder personeel bijna de doodsteek geworden. Wij hebben het ook heel goed aan onze omzet kunnen merken hoewel we een aparte rookruimte hebben gecreëerd. Eens kijken wat minister Klink nú weer verzint. Café’s hebben het al moeilijk genoeg met de kredietcrisis en het steeds duurder wordende bier.’ Waarna drommen fietsers hun aandacht opeisen.
Even verderop komen Sanne Frieling en zoon Djort aangewandeld. Ze hebben er net een trimloopje op zitten en zijn weer op weg naar huis. Verloskundige Sanne – ‘heel Lieveren en omstreken kent me wel, ik ben oprichtster van Ma Lune aan de Groene Zoom in Roden’ – woont met haar gezin nu zes jaar in Lieveren, na eerst in Wagenborgen bij Delfzijl te hebben gewoond. ‘Lieveren is letterlijk & figuurlijk warmer’, zegt ze. Op de vraag waar ze zich hier eventueel tóch aan ergert, heeft ze meteen het pasklare antwoord: “Een jaar geleden heeft de gemeente aan Lieveren al een dertigkilometer-zone beloofd en die is er nog steeds niet…’ Ondanks het in alle opzichten prachtige klimaat in Lieveren gaat het gezin dit jaar naar Italië op vakantie. ‘Eerst Rome zien en dan naar Toscane,’verheugt de 11-jarige Djort zich al bij voorbaat. Moeder Sanne verheugt zich er ook op: ‘We waren al eens eerder in Italië, maar toen brak ik een been. Dús dit moet een prettige revanche worden.’
Op weg naar Peize valt de regen écht met bakken uit de hemel. Schuilend onder een dikke boom staat op de Hereweg in het dorp een groepje fietsers hun regenkleding aan te trekken. Het groepje kent elkaar niet, maar tegenslag – dus regen – verbroedert. Johannes en Lieneke – ‘wél met ie hoor’- Rozema uit Tolbert behoren tot die regenfietsers. Maar ze kijken blijmoedig. ‘We doen al voor de achttiende keer mee, fietsen de 100 kilometerroute en dat bevalt ons, ondanks de regen van nu, prima,’zegt het echtpaar monter. Ze hebben elkaar op dansles, in de vermaarde Tolberter Postwagen, leren kennen en zijn – zegt vooral Johannes met kennelijke trots – al 47 jaar getrouwd. In Tolbert wonen ze aan de Zandhoogte en dat is in het kader van de zo omstreden structuurvisie Leek-Roden min of meer “bedreigd gebied”, realiseert het echtpaar zich ietwat benauwd kijkend, hoewel de benauwde blik ook van de steeds grimmiger neer plenzende regen kan komen. ‘De natuur in het Zuidelijk Westerkwartier is zó mooi, laten ze dat gebied toch asjeblieft ongerept laten,’filosoferen ze nog even door. Johannes mag graag fietsen, maar zijn zes paarden, de lijkkoets én de trouwkoets die hij nog regelmatig berijdt, staan hem als hobby het naaste bij. De fietsvierdaagse is overigens niet hun enige vakantiebezigheid. ‘We zijn onlangs nog drie weken naar Zeeland geweest.’ Ook om te fietsen, maar Johannes die (ook) gek is op oude dorsmachines heeft daar een in dat opzicht ook “oude lotgenoot” gevonden. Inmiddels is de bui over. En stappen de Rozema’s vol goede moed weer op de fiets. ‘Want 100 kilometer, dat ís me een eind hoor.’
Hanneke Kok laat even verderop haar hond Hobbes, zes jaar oud en vijf jaar geleden uit het asiel opgehaald, op de fiets uit. Het is haar dagelijkse bezigheid, zegt de in Roderwolde geboren maar vanaf haar derde jaar in Peize woonachtige Hanneke. En Peize bevalt haar prima. ‘Ik wil hier niet meer weg.’ Punt, uit. Ze is ook meer dan tevreden over het Peizer woon- en leefklimaat, vertelt mevrouw Kok vrijmoedig. ‘Vooral nu we van de overlast van hangjongeren zijn bevrijd. Vakantie elders hoeft voor mij niet. Want wat ís de natuur hier mooi,’ maakt ze PR voor eigen regio. ‘En nee, meer winkels hoeven hier wat mij betreft ook niet te komen. De basisvoorzieningen zijn er en voor de rest is Roden toch mooi dichtbij, mijn liefje wat wil je nog meer. Inderdaad, kritiek zul je van mij niet horen. Als alles naar wens is, moet je toch ook niet zeuren?’
Ja hoor, zegt Charlotte van Wijk die vanuit haar net beëindigde werk in de Kinderopvang De Essen in Peize op weg is naar de bushalte om naar haar huis in de Vijfde Verloting in Roden te reizen, ‘Ja hoor, je mag me best wat vragen en ook op de foto zetten als jullie er maar rekening mee houden dat ik nu als leidster van de basisschoolse opvang een slaapfeestje in de kinderopvang achter de rug heb. Ik zie er dus niet uit, maar ga je gang als ik mijn bus maar haal.’ Rielekst vertelt ze vervolgens over haar werk dat ze prachtig vindt. ‘Maar ik zou hier in Peize écht niet willen wonen. Je hebt hier immers té weinig. Geef mij dan toch Roden maar, daar kun je fijn winkelen, heb je alles bij de hand. Nou ja, bíjna alles: Wat ik daar mis is toch een soort Xenox-winkel, een zaakje met allemaal betaalbare blingblingdingetjes zeg maar. Maar voor de rest is Roden een prima plek om te wonen. Ook als winkelcentrum prefereer ik het boven Groningen, waar ik drie jaar heb gewoond. Roden is veel gezelliger.’ Met vakantie gaat Charlotte met haar vriend – ‘schrijf zijn naam maar niet op, ik weet niet of hij dat leuk vindt’- naar Rhodos. ‘En weet je wat je nog wél mag noteren? Dat op dít moment (dus vorige week woensdag, RED.) we precies een jaar bij elkaar zijn.’ Toen kwam de bus. En was het rennen geblazen.
Tot de volgende week.