29-07-2008 - Komkommertrip

Dit wordt alweer de achtste aflevering van Komkommertrip, de – mogen we het even heel mooi zeggen? – zomervakantiepagina met ‘kleinere nieuwtjes van vlak bij (uw) huis’. We zijn daarvoor weer op pad gegaan om een aantal geheel willekeurig mensen, die we op onze wekelijkse trip door de regio tegenkomen, te interviewen. Gewoon spontaan hun mening laten zeggen is het uitgangspunt.
En dat is volgens ons ook nu weer heel goed gelukt. Komkommernieuws wordt in deze qua nieuws ‘slappe’ periode ook wel ‘non-nieuws’, flauwekulverhalen dus, genoemd. Maar dat is hier toch zeker niet het geval. Natuurlijk, Groot Nieuws zult u op deze pagina niet aantreffen. Ook geen ‘Gruwelijke Verhalen’ als – we noemen maar een dwarsstraat – ‘Roden of Leek of vul maar een andere plaats van uw keuze in wordt hevig geteisterd door vleesetende mieren.’ Deze pagina is serieus. Met levensechte verhaaltjes van en over mensen, die uw buren zouden kunnen zijn. En misschien is dat ook wel het geval.
Veel leesplezier gewenst.
Hillie Holt, wonend aan het Zuidenveld maar haar tuintje wiedend aan de Norgerweg-kant, bijna centrum Roden dus, staat net even van haar tuinvrouwwerk uit te puffen als we haar als eerste Komkommertripper aanschieten. Ja hoor, de weduwe – sedert drie jaar – van de bekende dorpsmuzikant Jan wil die uitpufperiode best even benutten voor een praatje. Ze is in Haren geboren, verhuisde na anderhalf jaar naar Leutingewolde en vandaar naar Roden. Aan het Zuidenveld woont ze nu een jaar of veertien. “En dat is een hartstikke mooie plek,”erkent ze. “Overal dichtbij en toch buiten. Nou ja, behalve tijdens Rodermarkt, dan zit je midden tussen het feestgewoel. Niks mis mee hoor, ik heb alle jaren flink meegefeest,” haast ze zich te zeggen. Roden is een mooi dorp, bevestigt Hillie eveneens ruimhartig. Alleen:”De Raadhuisstraat is er met die lelijke nieuwbouw tegenover het gemeentehuis niet mooier op geworden. Ik snap niet dat de welstandcommissie dáárvoor toestemming heeft gegeven. Dit mag niet en dat niet; het is mij een raadsel dat zoiets lelijks wél door die commissie is gekomen.” En wees eerlijk: die kunnen de Hoge Heren van het dorp in hun zak steken….
Amper honderd meter verderop – richting Norg – wandelt Jenny Dijk met twee aangelijnde hondjes. “Dat zijn twee beagles, moeder en dochter. Beagles zijn een rassoort waarmee we af en toe ook fokken,” zegt de tot voor kort aan de Oldengaerde in Roden maar sedert een maand ‘heerlijk in de Noorderkroon’ aan de Hullenweg wonende geboren Friezin. (Als je goed luistert hoor je nog een heel licht Fries accent!). Aan de Oldengaerde woonden Jenny en haar man Jan jaren achtereen. “Ook tot volle tevredenheid. We waren een van de eerste bewoners van deze nieuwbouw. Dat we naar de Noorderkroon zijn vertrokken was op míjn verzoek. Al een tijdje had ik het er tegen mijn man over, dat we dáárheen zouden moeten gaan – want lekker makkelijk nu we ouder worden – als zich de gelegenheid voordeed. En die gelegenheid kwám opeens. Jan die het verhuizen daarheen altijd tegenhield, ging tot mijn verbazing ook meteen overstag. En nee, daar heeft ook híj tot dusverre geen spijt van gehad.”
Dini van den Wijngaard en echtgenoot komen uit Uden (Noord Brabant) vertellen ze, terwijl ze op het terras van Jachtlust in Steenbergen een kopje koffie nuttigen. Ze hebben even tevoren in de nabijgelegen bossen gewandeld, op zoek naar een hunebed. “Die hadden we nog nooit gezien en hier vlakbij ligt er eentje. Zijn er nog meer?” willen ze meteen weten. Het echtpaar logeert middels de fameuze Hotelbon drie dagen in hotel Langewold in Roden, om daarna weer een ander deel van Nederland te gaan verkennen. In Noord-Drenthe waren ze nog niet eerder geweest. Of het hun is bevallen, willen we weten. “Jazeker, maar ook bij óns in Brabant is het mooi,”gooit Dini er meteen maar een stukje PR voor háár streek tegenaan.
In de Lindelaan in Een zijn Henny en Klaas Pater druk doende, om oud krantenpapier vanuit de garage in de aanhanger achter hun auto te laden. Jan Ketelaar van de Norgerweg – op hem komen we nog nader terug – helpt daarbij een handje. “Oudpapier is niet veel meer waard, maar voor krantenpapier wordt wat extra’s betaald. De opbrengst is voor de renovatie van de kerk,” verklaart Klaas onder knikkende bevestiging van Ketelaar. “Dat kan hier nog in Een, die saamhorigheid om samen voor een project te werken,” komt hij even tussenbeide. Maar eerst is het woord aan Henny. “We zijn pas terug van vakantie naar de westkust van Canada, waar we met een reisgezelschap waren. Eerder al hebben we de oostkant verkend. Ja, we zijn echte Canada-liefhebbers. Prachtige natuur, fijne mensen, ruimte!,”vat ze die vakanties kort samen. (“Net dus als in Een,” grapt Jan Ketelaar tussendoor.) Henny die in Zevenhuizen is geboren, woont 39 jaar, samen met Klaas, in Een. “En we hebben het hier best naar de zin,” geeft ze de plaats een hoge verbale waardering. “Alleen moeten ze wat aan het verkeer hier in de Lindelaan doen,”mengt haar echtgenoot zich in het gesprek. “De gemeente mag wat mij betreft hier best torenhoge drempels aanleggen, want d’r wordt wat afgeracet hoor. Nee, een dertig kilometer-zone helpt niet. Rigoureuze maatregelen zijn echt nodig. En dan nog iets: De Lindelaan was vroeger vanuit beide richtingen afgesloten, nu nog van één kant en hoewel dat gunstig qua verkeer lijkt, het ís het niet. Sommige auto’s jakkeren hier nog steeds van beide kanten doorheen. Sluipverkeer uit Norg en Roden maakt ook steeds meer gebruik van Een, en daaraan zou de gemeente ook wat middels snelheidsbeperkende maatregelen moeten doen om Een Een te laten blijven. Toch ook nog even dit: de lindebomen aan de Lindelaan laten wel erg veel blad vallen….”
En nu vindt Jan Ketelaar het tijd worden, om zich intensief met het gesprek bezig te houden. Ketelaar, half Drent en half Fries – ‘ik ben aan de Grensweg geboren’- maar zich een echte Eener dus Drent voelend, noemt zich lachend ‘de eerste import van Een’. En zeker ‘gerechtigd’ om óók zijn woordje over het wel & wee hier te kunnen doen. “In Een wonen eigenlijk alleen maar enthousiaste en blije mensen,” begint hij zijn waarde-oordeel. “Maar de gemeente Noordenveld moet zich er wél voor inzetten dat dit zo blijft,”voegt hij er meteen waarschuwend aan toe. “Nieuwbouw, vooral voor senioren, zou een goede zaak zijn. En dan mét allerlei passende voorzieningen, zoals centrale zorg,”verbreedt hij die visie. “En, dat geldt overigens voor alle inwoners, een middenstandswinkeltje zeg maar een buurtsuper zou hier ook welkom zijn. Sluipverkeer moet uit het dorp worden geweerd. (Zou een klein rondweggetje niet kunnen?, gooit ie daarbij ook maar een natuurlijk onhaalbaar fantasietje op.) En de ambtenaren zouden wel eens wat actiever mogen worden, de kleine man, wij dus, moet meer aandacht krijgen,” sluit Ketelaar met nog eens een scheut pittige peper zijn betoog af. Henny en Klaas Pater knikken mee. Ze zijn het kennelijk roerend met hun dorpsgenoot eens. “O ja, ook nog even dit,” doet ook Klaas nog even met de kritiek mee:”Ik vind dat met name de burgemeester teveel het accent op de ontwikkeling van Veenhuizen als, hoe heet dat, Werelderfgoed legt. Alles goed en wel, aandacht is goed maar het moet niet ten koste gaan, zeker niet financieel, van dingen-van-deze-tijd. Van oude dingen kun je niet leven.”
Die slotwoorden zijn een prima ezelsbruggetje om dit keer ook even door te rijden naar Veenhuizen. In de nieuwbouw - naar oude ambachten vernoemde - wijk treffen we Rik Dortmond met partner Loes Talens in de Wagenmaker aan. In Norg opgegroeide Loes is onder andere kunstenares; ze schildert. Wat ze van het museumdorp Veenhuizen, waar ze sedert tien jaar woont, denkt – starten we ons gesprekje bij haar. “Bij het woord Museumdorp gaan meteen mijn haren recht overeind staan,”zegt Loes lachend. “Dat klinkt zo historie-achtig en Veenhuizen moet juist óók levendig, bij de tijd, blijven. Het Gevangenismuseum en de activiteiten daar omheen zijn prachtig voor de uitstraling van het dorp, maar enkel stilstaan – wat de naam museumdorp onbewust accentueert – is niet goed. Veenhuizen biedt méér en kán nog veel meer bieden ook, zeker op het gebied van kunst & cultuur. We moeten inventief blijven denken, méédenken. Veenhuizen is óók een ondernemersdorp; mensen moeten een bezoek niet eenmalig brengen, maar we moeten er met elkaar voor zorgen dat bezoekers hier terugkomen. En nog even iets anders maar óók belangrijk: Er zou hier weer een supermarkt(je) moeten komen. Dat zal de leefbaarheid voor de inwoners erg bevorderen. Want Veenhuizen is veel meer dan enkel een toeristische attraktie; het is hier ook fijn en rustig wonen in een prachtige natuur. Ook dát facet mag bij de ontwikkeling niet worden vergeten!”
Haar partner Rik Dortmond vult haar aan met:”Laat ik voorop stellen dat ik horeca-ondernemer ben en alleen al uit dien hoofde geïnteresseerd ben in de ontwikkeling van Veenhuizen. Ik ben hier destijds komen wonen nadat ik samen met anderen de exploitatie van hotel-restaurant De Jufferen Lunsingh in Westervelde heb opgezet. En in Veenhuizen ben ik nu ook druk doende, om onder meer het ‘Hospitaal voor Goede Zorg’ gestalte te geven. Het hotelvak vind ik boeiend – ik heb ook nog een cateringbedrijf – en vooral samen met andere creatievelingen iets organiseren om Veenhuizen als ook in dát opzicht unieke en gevarieerde locatie op de culinaire kaart te zetten, vind ik een uitdaging. De kracht van het dorp is, naast de al genoemde museale en creatieve activiteiten, de rust en ruimte die het uitstraalt. Ik ben een horeca-mens, zit al vanaf mijn vijftiende in dat vak. Dus zeg maar een ruime kwart eeuw. Veenhuizen is voor mij een uitdaging. Burgemeester Hans van der Laan ziet het unieke van het voormalige justitiedorp ook heel goed in. Hij gaat ervoor om het dorp op de Werelderfgoed-lijst te krijgen. Laat dat op het eerste gezicht ‘vreemd’ lijken: Veenhuizen én de Chinese Muur naast elkaar op zo’n internationaal aansprekende lijst. Maar denk eens goed na: waar ter wereld vind je zoiets unieks als hier? O ja, toch nog even een klein puntje van kritiek: De touringcars die Veenhuizen in steeds grotere aantallen aandoen zouden niet het hele dorp door moeten kunnen…..Nee hoor, de boevenbus blijft natuurlijk buiten beschouwing, die hoort er bij.”
Deze hele aflevering hebben we ze gemist: De jeugd. Maar bij het afronden van de trip treffen we ze alsnog aan: de 14-jarige tweeling Erica en Calluna Denkers. Ze wonen aan de Wagenmaker maar zijn allebei als vakantiewerkers aan het tuinieren in de Kerklaan. De meiden gaan in Assen naar school – ’s zomers op de fiets, in de winter met de bus. In Veenhuizen woont het in Groningen geboren duo negen jaar. Ze vinden het dorp best gaaf. ”Maar het is ons soms toch te saai, te rustig.” Nee, in de plaatselijke jeugdsoos Paal 4 komen ze niet vaak. Wat ‘vers bloed’, leeftijdsgenoten dus, zou voor hen meer dan welkom zijn. “Er mag wat ons betreft dus best wat meer nieuwbouw komen. Maar anderzijds: het leuke is nu wél, dat je alle mensen hier kent. En o ja, een supermarkt zou hier toch wel heel erg passen,” geven ze tot slot als praktische leefbaarheidstip voor de plaatselijke bevolking aan. Waarvan acte.