‘We gaan dit keer maar eens richting Nieuw-Roden om daar willekeurige passanten voor een komkommerpraatje –dus eigenlijk zónder vooropgezet doel– aan te klampen,’ nam het Komkommertripteam zich vorige week woensdagmorgen resoluut voor. ‘Dat zal nog moeilijk genoeg worden, want het is (‘we’ gaan steeds zo rond negen uur, half tien op pad) nu écht vakantietijd. Het lijkt qua verkeer wel of iedereen van huis is,’ zeiden verslaggever & fotograaf vooraf tegen elkaar. Maar dat bleek enorm mee te vallen. In de anderhalf uur die globaal steeds voor het vergaren van negen meningen plus bijbehorende foto worden uitgetrokken, werd Nieuw-Roden namelijk amper bereikt. Want tevoren werden al zoveel gesprekjes gevoerd dat er eigenlijk voortijdig de rem op moest worden gezet. Maar volgende week is het Komkommertripteam weer ergens anders. Wordt u dan door hen aangeklampt: aarzel niet maar geef ook uw mening over zaken die u beroeren of koud laten.
Amper op pad ontmoeten we als eerste op onze trip richting Nieuw-Roden Pieter Hut, die aan de Secr. Buiteveldlaan in Roden maar liefst twee lege vuilcontainers achter zich aan sleept. Pieter (74) is geboren op het Eenerveld – ‘dat heet nu Amerika’- maar woont al jarenlang in Roden. “Jawel, in hetzelfde huurhuis,” zegt ie. En die tweede container sleept ie achter zich aan, om de buurvrouw te gerieven. Noaberschap heet zulks en dat heeft hij hoog in zijn vaandel staan. Ook al omdat –horen we wat later in het gesprekje– hij vindt dat juist dát hetgeen is, wat steeds minder wordt. “En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het hier in de buurt ook een beetje verloedert,” wil hij nog kwijt. Pieter vindt dat met name het in zijn ogen (te) groots opgezette centrum Roden niet meer tot ‘zijn’ Roden maakt. “De oude vertrouwde plekjes zijn verdwenen en die grote gebouwen die daarvoor in de plaats zijn gekomen vind ik maar niks. En ik vrees, dat ook de huurhuizen híer op de tocht staan,” voegt ie er wat aarzelend aan toe. Hut verzamelt ballpoints, vertelt ie desgevraagd als zijn hobby. “Ik heb er inmiddels wel zo’n 6000; allemaal keurig geregistreerd. En ik ben ook nog parttime-chauffeur op de VOR-bus, overigens dit jaar voor het laatst want op je 75-ste is ook dát gebeurd. Jammer, want als je niet meer werkt moet je wereldje niet té klein worden. Nou ja, dan heb ik nog het shantykoor De Landrotten én het Roder Mannenkoor, waar ik met plezier bij zing. Ik kom mijn vrije tijd wel door.” Met de plaatselijke politiek wil Hut niks te maken hebben. Voor de burgemeester heeft ie wél het advies om het centrum niet verder met stadse hoogbouw te laten volbouwen. Een persoonlijke wens heeft hij tot slot ook nog: “Eens in een flatje in het centrum te kunnen wonen, zou mijn vrouw en mij wel passen.”
Armanda Hoekstra (21) loopt even verderop de hond uit te laten. Ze woont (nu op zichzelf) in Roden maar is er niet geboren. “Maar mijn moeder wel.” Roden biedt jongeren te weinig, antwoordt ze lik-op-stuk op de vraag, wat ze in Roden mist. “En dat zeg ik niet voor mezelf, ik red me wel. Ik ben op taekwondo, daar kan ik veel van mijn energie in kwijt.”Armanda werkt als Alfa-hulp en ‘zit’ in de schoonmaakbranche. Zorgen voor ouderen vindt ze het leukst en “O ja, ik heb nog steeds het voornemen om van het roken af te komen, maar het sigaretje smaakt me nog steeds zo lekker,”geeft ze desgevraagd als haar ‘grootste manco’ aan. De plaatselijke politiek volgt ze niet. “Dat zou ik eigenlijk wél moeten doen. Waar volgens mij hier de grootste behoefte aan is, is aan betere (en betaalbare) woningen voor ouderen.” Armanda is gelukkig en dat straalt ze ook uit. Haar vriend Hendrik Oosting – ‘hij is een échte Roner’- is daar voor een groot deel debet aan. “We zijn ook van plan om te gaan samenwonen. En die hond – Max heet ie - is niet van mij maar van mijn zus.” Max heeft kennelijk genoeg van de korte tussenstop en trekt zijn (nep)bazin verder…..
Maar we zijn nog niet uit de Secr.Buiteveldlaan vandaan. Want ook Lucy Siegers met dochter Floor van anderhalf voor op de fiets stapt op ons ‘vragend’ stopteken even af. Zij is een echte Roner. “En wat dát betekent ervaar ik weer sedert de twee maanden dat ons gezinnetje hier weer is neergetreken,” zegt ze uit de grond van haar hart. “We hebben voordien vijf jaar in een buitenwijk van Assen gewoond en de sfeer dáár was toch een stuk killer dan aan het Landfort waar we nu in Roden wonen. Wat het grootste verschil is? Het contact met de mensen. Hier in Roden groet je mekaar tenminste. Nee, Roden ís het voor ons. Hier zijn we gelukkig en daar draait alles in het leven toch om?”
Mark ten Berge is, op de oprit van zijn woning aan het Nijlandspark, net bezig om zijn caravan na de pas beëindigde vakantie in Eernewoude – ‘op een heerlijke camping, vlakbij het water’– een grote beurt te geven. De in Enschede geboren maar nu een jaar of twintig in Roden wonende en in Hoogeveen werkende Tukker is niet zó happy met het ‘postzegelbeleid’, dat in de gemeente Noordenveld wordt gevoerd. Postzegelbeleid?, vragen we. Mark verklaart zich nader:”We willen graag verbouwen, maar de Welstandscommissie staat dat niet toe. Het straatbeeld zou daardoor worden aangetast. Veel begrijpen doe ik er niet van; op de ene plek mag zoiets wél, op de andere – de onze dus – weer niet. Terwijl niemand in de buurt er bezwaar tegen heeft. Sterker: veel bewoners hier willen zo’n verbouwing ook wel, de zolders hier zijn nogal klein, weet je. En nu ik het tóch over de gemeente heb: Ze zouden van het Nijlandspark waar wíj wonen best een 30 kilometer zône mogen maken. Er is hier in de buurt een speeltuintje en d’r wordt nogal geracet.”
We schieten nu op, richting Nieuw-Roden. Maar Hendrik Jan Wiltjer, die in het bushokje aan de Roderweg geduldig op de bus naar Drachten zit te wachten, laten we niet aan onze neus voorbij gaan. De 19-jarige Wiltjer zegt, in afwachting van ‘zijn’ bus, in Drachten de komende drie weken een verzekeringskantoor – ‘waar ik al stage heb gelopen’- te mogen runnen. “En dat vakantiebaantje laat ik niet aan mijn neus voorbij gaan.” De net zijn MBO-studie Commerciële Economie afgerond hebbende Hendrik Jan bevalt het in Roden ‘hartstikke goed’. “Vlak bij Groningen om lekker uit te kunnen gaan, want zoveel valt er op dat gebied in Roden niet te beleven,” maakt hij meteen van zijn hart geen moordkuil. Politiek, en zeker de plaatselijke, boeit de Roner niet erg. “Hoewel dat misschien wél zou moeten.” Idealen heeft ie zeker: “Meer gelijkheid onder de mensen staat hoog op mijn prioriteitenlijstje.” Verder doorvragen kan niet, want daar komt de bus al. En die wacht niet…..
Even verderop wandelt Herma Olthof met haar hondje Rakker aangelijnd. Ook zij wil – als laatste tussenstop voor ons ‘eindpunt’ in Nieuw-Roden – desgevraagd wel even haar mening kwijt. Over het verschil tussen Roden en de stad Groningen, waar ze is geboren. “Hier, in Roden waar ik al 34 jaar woon, nu aan de Veenwortel, maken de mensen nog een praatje met je…,” geeft ze meteen als grootste verschil aan. “Maar Roden op zich is allang geen dorp meer. Het krijgt steeds meer stadse allures. Jammer, dat een paar mensen het hier qua bouwprojecten kennelijk voor het zeggen hebben,” snijdt ze een voor haar kennelijk heikel punt aan. Herma is tevreden, ‘meer wil ik daarover niet zeggen want ieder huisje heeft zijn kruisje.’ En meer specifiek: “Ik hoop dat ze het voormalige AZC-terrein aan de Hullenweg niet helemaal gaan volbouwen. D’r staan hier al zoveel huizen te koop….”
Eindpunt Nieuw-Roden is nu bereikt. Bij de Poiesz-supermarkt is het voor het Komkommertripteam bijna schieten voor open doel. Wie we ook aanklampen voor een praatje, ze reageren allemaal positief. Zoals Hannie Kruize, die aan de Kortewijk – ‘op het mooiste plekje van Nieuw-Roden; hier dragen ze me alleen maar horizontaal en met gestrekte benen weg…’- woont. “Al 44-jaar –denk erom dat mijn haar een beetje goed op de foto komt, hoor; maant ze tussendoor de fotograaf– en moet ik het nog zeggen? Tot volle tevredenheid.” Hannie doet haar boodschappen meestal in Leek. “Dat is voor mij het dichtst bij. En je kunt er makkelijk parkeren.” Ze volgt de politiek – ‘en zeker de plaatselijke’- niet, zegt ze met als reden: ”Je kunt er toch niks tegen inbrengen. Vroeger had je nog de ombudsman waar je in laatste instantie verhaal kon halen maar ik geloof dat je dat nu ook al niet meer kunt.” Haar advies voor een betere communicatie tussen lokale overheid en burgers luidt: ”Ze moeten op het gemeentehuis niet alleen luisteren naar, maar vooral ook iets doen mét suggesties van burgers. Dat geldt voor elke gemeente hoor,” voegt ze er min of meer vergoelijkend aan toe. Op de vraag of ze gelukkig is, antwoordt mevrouw Kruize genuanceerd met: ”Ik ben tevréden en dat vind ik al heel wat. Zo, en nu ga ik nog even naar mijn schoondochter, mijn kleinkinderen zien,” breekt ze het (prettige) gesprek af.
Raymon (‘inderdaad, zonder d aan ’t eind’) Koenen (18) kwijt zich ondertussen met verve van zijn taak, om als parttime-Poieszmedewerker het stoepje voor de super schoon te vegen. Het gesprekje met de Krant is voor hem een welkome afleiding. “Ja hoor, dat mag best even van mijn baas.” Raymon die nog aan de ict-studie is, is een echte Roner. “Over twee jaar ben ik klaar, maar wat ik dan ga doen weet ik nog niet. Misschien wel bij de politie want daar werkt mijn vader ook, d’r mag in elk geval wél meer blauw op straat komen,” poneert hij meteen maar zijn mening over wat er in de gemeente Noordenveld aan schort. “En voor jongeren zouden er ook best meer activiteiten overdag mogen komen,” doet ie er nog een schepje bovenop. “Maar de plaatselijke politiek interesseert me amper.” Raymon verheugt zich er op om in augustus weer met zijn vriendin op vakantie te gaan. “Naar Turkije, daar ben ik al twee keer eerder geweest.” En plichtsgetrouw vat hij daarna zijn schoonveegtaak weer op.
En tot slot: Twee vliegen in één klap (met excuses voor de beeldspraak) vangen we met de zussen Beerta van der Hoek en Betty Jongsma, die samen bij de Poiesz hun boodschappen hebben gedaan en ook gezamenlijk de auto inladen. Beerta woont in Grootegast, waar ze een kapsalon bestiert en Betty woont in de Vijfde Verloting, in Roden dus. Grootegast met Roden vergelijken is lariekoek, zegt Beerta want: ”In Grootegast hebben ze, denk ik, vijf of zes winkels in het centrum.” Toch vindt haar zus Betty dat er in het Roder centrum best nog een paar winkels bij mogen. “Ik mis hier bijvoorbeeld een kledingzaak als C&A en wat meer stoffenwinkels zouden voor mij ook best nog kunnen,” heeft ze als opbouwende kritiekpuntjes. “Ze mogen het échte koopcentrum van Roden voor mijn part ook wel helemaal autovrij maken in plaats van autoluw,” adviseert ze eveneens. Zus Beerta – net als Betty in Roden geboren – houdt zich een beetje buiten de discussie. “Ik ben jaren geleden samen met mijn man naar Grootegast gedeserteerd omdat er in Roden toen geen geschikt huurhuis voor ons was,” lacht ze. “Dus ik heb mijn recht van spreken verspeeld. En in Grootegast hebben we het prima naar onze zin.” Beide dames verklaren eenstemmig gezond en gelukkig te zijn. “Dus rijk!” Is dat geen fraaie afsluiter van deze trip?