08-07-2008 - Komkommertrip

Het aanvankelijke plan van het Komkommertripteam was om dit keer de langs de rafelranden van het verspreidingsgebied (rafelranden, is dat geen mooi woord?) van de Krant op zoek te gaan naar nieuws, meningen en reacties van ‘zo maar’ mensen. Ten bewijze, dat er in en achter iedereen een verhaal zit. Via de rand van Peize, de Pol en Bunne wilden we richting Donderen na negen mini-interviews met passanten weer redactiewaarts keren. Maar we zijn, ondanks die nobele bedoelingen, Peize niet eens uitgekomen. Niet elk schot is een eendvogel, aldus een veel geciteerd spreekwoord.
Maar toen we in Peize met onze willekeurige interviewtjes begonnen, schoten we keer-op-keer ‘raak’. Ver kwamen we dus niet, maar de zomer duurt nog lang en het verspreidingsgebied van de Krant is groot. Dús komen er nog (veel) meer kansen, om ook ú wellicht aan te klampen om uw mening te vragen over zaken, die vlak bij (uw) huis liggen.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Meteen al op de Zuurseweg in Peize stuiten we op een fietsende Kinie Sesselaar, vanuit haar woonplaats Altena op weg naar de Plus-super in Peize, waar ze haar boodschappen doet. “Omdat we in Altena geen winkels hebben,” zegt Kinie, geboren en getogen Peizenaar die meteen vertelt dat ze het in Peize ‘geweldig’ vindt.”We hebben twee jaar in Groningen gewoond, maar dat was een verschrikking. Ik ben blij weer in deze omgeving terug te zijn,” maakt ze van haar hart geen moordkuil. Kinie heeft haar man, jáááren geleden, op een naaiatelier in de stad Groningen leren kennen en het klikte meteen. “Maar die twee jaar die we eerst in Groningen hebben gewoond, waren voor mij een pure nachtmerrie,” bevestigt ze ongevraagd nogmaals. “Ik ben van dat gemoedelijke. De bakker en de melkboer die achterom je huis binnen komen, dat werk weet je wel. Mijn man moest daar, toen we in Altena gingen wonen, eerst wel aan wennen. Die is een echte stadjer. Maar inmiddels is hij ook helemaal ‘om’. Altena is voor ons het toonbeeld van rust en gemoedelijkheid,” vervolgt ze haar lofzang. “Dat daar geen winkels zijn, vind ik geen probleem, ik mag graag fietsen en wat is de afstand nou naar Peize. Wat ik in Peize mis? Even nadenken. Een drogisterij, een échte. Maar verder eigenlijk niks. Nou ja, een dependance van het gemeentehuis zou makkelijk zijn. Maar hoe vaak kom je daar nou? We gaan – zegt ze – nooit op vakantie. Ons huis-met-grote-bloementuin, dát is ook onze jaarlijkse vakantie. We zijn gezond. Ik een tevreden mens? Ja! En een gelukkig mens ook.”
Het weer is zó fraai, dat een bezoekje aan het Peizer Openluchtbad aan de Smeerveensedijk onvermijdbaar is, ook al omdat we daar (vermoedelijk) áltijd prijs zullen hebben. Dat blijkt op weg daar naar toe al. Gine Luinge fietst daar met voor op haar fiets dochter Carlijn van anderhalf jaar. Gine – ‘ik ben absoluut en voor honderd procent een Paiser’- stapt meteen af als ze ons ziet. “Peize is een fantástisch dorp,” start ze haar monoloog. “Ik zou er niet weg willen. Wat het mooie van Peize is? Alles! Nou ja, alles – relativeert ze meteen daarna toch – er komt wel erg veel nieuwbouw bij. Het gemeentebestuur moet er ook voor waken dat die mooie open plekken in ons dorp blíjven. Het dorpsgevoel, dat tegen iedereen ‘hoi’ kunnen zeggen, dat moet blijven. Jazeker, ik ben hier geboren en getogen, ik woon aan de Achterstewold. Wat ik het gemeentebestuur van Noordenveld zou willen toewensen? Meer feeling houden met wat in het dorp leeft; je merkt aan alles dat ze ‘niks’ met Peize hebben. Binding is noodzakelijk om het unieke Peizer gevoel te behouden. Maar voor de rest: Peize is prima. En nu gaan we zwemmen.”
Aukje Heins – ‘asjeblieft geen mevrouw’- komt net van een verfrissend bad de uitgang uitlopen. Ze zwemt, zegt ze, zomers elke dag in het openluchtbad, ‘Althans dat is het streven’. Aukje woont haar hele leven al in Peize. Nu aan de Eikenlaan. “Mijn man Johan neemt ook intensief aan het verenigingsleven deel. Hij was voetbalvoorzitter, biljart, is lid van DSTV, je kent hem vast wel, hij heeft drie jaar geleden ook een lintje voor al zijn vrijwilligerswerk gekregen. Het mooie aan Peize? Dat is het dorpse karakter en dat wordt in de laatste jaren toch wel aangetast. Niet dat ik het erg vind dat er nieuwe mensen komen wonen, maar het zo unieke dorpse moet daardoor niet verdwijnen. Peize moet ook groen blijven. Soms zeg ik bij mezelf ‘Waar is mijn dorp?’ Dat het gemeentehuis hier weg is, vind ik jammer. De lijntjes waren zo lekker kort. Met het postkantoor idem dito. En ik hoop, dat het met de bieb ook niet die kant op gaat. We – zelf ben ik dat ook – draaien op vrijwilligers. Een lievelingsboek? Heb ik niet. Ach, ik vind dat ook zó persoonlijk, in welke situatie je geestelijk verkeert zal ik maar zeggen. Je moet, ondanks persoonlijke tegenspoed en die hebben we meer dan gehad, je zegeningen tellen. Dat geldt in breder verband ook voor Peize. Dat moet echt dorps blijven, zonder hoogbouw, lekker gemoedelijk.”
Met Beatrice en Albert Oosterhof, die ook net na een verfrissende zwempartij het Peizer openluchtbad verlaten, scoren we ‘twee vliegen in één klap’. Het echtpaar komt uit Roden, woont nota bene vlak bij het zwembad de Hullen daar. Maar dat is….gesloten. “Dus,”zegt Beatrice, “is dit openluchtbad in Peize een uitkomst, zeker bij mooi zomerweer. Ik wist – zegt ze ook oprecht – niet dat dit zo’n pareltje was. Heerlijk. Als het maar enigszins kan zwem ik hier deze zomer twee of drie keer per week.” Echtgenoot Albert is het helemaal met zijn ega eens. “We wisten niet dat Peize zo’n pracht voorziening had.” Beatrice en Albert leerden elkaar via de schietvereniging in Niekerk kennen. “Of beter gezegd: Mijn vader en Albert waren daar allebei lid van en mijn pa vond hem de ideale schoonzoon,”lacht Beatrice. Zelf schiet het echtpaar ook, ze zijn beiden zelfs instructeur. ‘De Kleine Wereld’ heet die schietsportvereniging. “Het café, waar we op de omgebouwde kegelbaan wekelijks oefenen heet ‘De Nieuwe Wereld’”, verklaart Albert die naam nader. De klein kaliber schietclub telt honderd leden. Albert vindt het schieten vooral ‘een sociaal gebeuren met ook de nadruk op concentratie. Denk daar niet te licht over.’ Beatrice is een even fervent schutter. Zij kwam er, zegt ze, achter dat het niet alleen een concentratiesport is, maar ook goed voor de beheersing van ademhaling en hartslag. “Kortom: er zit méér in schieten dan je denkt.” Roden, hun woonplaats, vinden ze qua mentaliteit ‘goed’. “Als je wilt kun je veel contacten leggen en als je solo wilt zijn, legt niemand je een strobreed in de weg. En wat ook leuk aan Roden is, is de gemêleerdheid aan mensen die er wonen. Nee, we missen eigenlijk niks. Behalve dan dat nu, in de mooiste tijd van het jaar, het zwembad de Hullen dicht is. Maar het Openluchtbad in Peize is een méér dan goed alternatief. Weet je – zegt Beatrice toch nog even terugkomend op wat er eventueel in Roden zou missen – een leuke website om Roden beter op de kaart te zetten zou een goeie aanvulling zijn.” Voor het Komkommertripteam is díe opmerking een inkoppertje. We wijzen het echtpaar beleefd op de (dagelijkse bijgewerkte) website van de Krant: www.dekrant-info.nl En dat reageert even beleefd met:”Die zullen we zeker eens aanklikken.”
In de Zuster Kleveringastraat, hartje Peize, drentelt druk Klaaske Kollé die met de zonneklep op een huis-aan-huiskrant in de brievenbus stopt. Klaaske, geboren stad-Groningse maar sedert 1991 in Peize wonend wil de ‘concurrent’ best even te woord staan. Peize is voor haar de ideale woonplaats, komt ze vlot ter zake. “Vlak bij de stad, vlak bij Roden.” Maar ze heeft ook een klacht: “Het Openbaar Vervoer naar de stad is danig verslechterd. Zeker in vergelijking met tien jaar geleden. En of de gemeentelijke herindeling ons Peizenaren nou voor- of nadeel heeft gebracht?,” proeft ze deze standaardvraag. “Je moet voor gemeentelijke zaken nu naar het gemeentehuis in Roden en dat is soms, vooral voor mensen zonder auto, best lastig. Dat moet anders kunnen. En o ja, een betere openstelling van de openbare bibliotheek hier is ook aan te bevelen. Die wordt door vrijwilligers gerund, ik weet het, maar de leeszaal is nu toch te vaak dicht en als je met het inleveren van je boeken overtijd bent, worden die dichte dagen ook in de boete doorberekend. Daarom heb ik mijn abonnement opgezegd. Wat er verder veranderd moet worden? Laat ik eerlijk zijn: voor veranderingen hebben ze mijn mening niet nodig. De wereld draait wel door. En anders staat ie maar stil. En nu wachten de brievenbussen weer op me. Sta ik wel een beetje leuk op de foto?” En dóór loopt Klaaske.
Wát een weertje, die woensdagochtend (vorige week dus), stralen Lammert Dalmolen en zijn buurvrouw Alida Holsteijn, die gezamenlijk in Alida’s tuin aan de Esweg aan het koffiedrinken en – wat Lammert betreft – sigaretje roken zijn, uit. Lammert, een verdienstelijk zondagschilder die met zijn hobby ook al eens de veelgelezen rubriek ‘Kleintje Cultuur’ in de Krant haalde, volgt de plaatselijke politiek amper, want: “Ik kan er toch niks aan veranderen.” Ook over de landelijke politiek is ie kort: “Balkenende-Bos & Co maken alleen maar alle belastingen duurder.” Voor de rest is Lammert ‘hartstikke gelukkig’, rijdt de 73-jarige nog regelmatig op zijn ‘dikke Honda-motor’, vindt ie – ‘mijn vrouw is dat zeker met me eens’’ – Alida een perfecte buurvrouw waar hij en zijn vrouw nog steeds regelmatig mee kaarten en mag ie ook nog graag een biljartje plegen. Buurvrouw Alida vindt het echtpaar Dalmolen als vrienden ‘goud waard’ en heeft op Peize, haar geboortedorp, eigenlijk niks aan te merken. “Nou ja, wat méér winkels misschien voor mijn leeftijdcategorie.” Een vergelijking met, noch afkeer tegen, het grotere Roden wil ze niet maken. “Ik ben blij dat we hier geen Vrijetijdsboulevard en dat soort grote dingen hebben,” zegt ze simpel. “Peize moet gewoon Peize blijven.”
Wat doet Free Hofstee hartje Peize eenzaam op een grote kei op de kruising van De Woert en de Esweg zittend, daar?, vragen we hem. Oud-spoorman Hofstee die nu in Groningen woont, wacht er rustig op zijn vrouw, die in de Esrank een quiltcursus volgt. “Ik heb haar gebracht en wilde vervolgens bij oud-buren in Roden even een kopje koffie drinken maar die waren niet thuis. Maar wat hebben ze in Peize weinig bankjes,” zegt hij. Free komt nog regelmatig in Roden, waar het echtpaar 15 jaar aan de Acacialaan heeft gewoond. Machinist Hofstee kan prachtig herinneringen ophalen aan de Drachtster Tram, waar hij op heeft gereden. Maar:”Roden is allang Roden niet meer,” ervaart hij. “Het gaat meer en meer de kant van een stad uit, ook qua massieve bouwsels. Roden moet daarmee ophouden, het moet niet groter willen worden dan het is. Laat de echte grote dingen maar aan de Grote Stad over.” En met die uitspraak sluiten we deze Komkommertrip af.