24-06-2008 - 24 juni 2008

Dit wordt de derde aflevering van onze zomerrubriek Komkommertrip, waarmee we willen bewijzen dat het nieuws ‘gewoon’ op straat, zelfs vlak voor uw deur, ligt. En ook nú weer bleek, dat dit uitgangspunt maar ál te waar is. Gewone, dagelijks voor de hand liggende zaken worden in deze nu al ‘succesrubriek’ belicht. En die aanpak, zonder poeha, blijkt aan te slaan. Want hadden we aanvankelijk, bij de introductie van de eerste editie, nog de ‘angst’ dat veel (volstrekt willekeurig) door het Komkommertripteam – mooi scrabblewoord! – aangesprokenen geremd of afwijzend zouden reageren, nu al bleken veel aangesprokenen de rubriek al te kennen. En was de bereidheid om daaraan medewerking te verlenen groot. Praten over zaken die hem/haar na aan het hart liggen, wil ook eigenlijk iedereen wel. Maar dat daarbij ook een portretje wordt geplaatst, heeft een enkele keer een dame er toch van weerhouden. Overredingskracht helpt vaak, maar ja, de ijdelheid overwint heel soms: “Mijn haar, ik zie er zo niet uit!”. En tsja, dan houdt het op. Maar dit ter geruststelling: Fotograaf Erik Veenstra heeft in het vervolg altijd een schone kam op zak. En een toiletspiegeltje bij zich. En wat het belangrijkste is: Hij weet u altijd op uw voordeligst te kieken. Dus toon geen schroom, maar zég waar het (bij u) op staat, als u door het Komkommertripteam wordt aangesproken. Inclusief foto! De route, die onze snelle verslaggevers deze week volgden, ging via de nieuwe Leekster wijk Oostindie via Zevenhuizen naar Leek. Lees onderstaand het resultaat van negen min of meer boeiende interviews.

Dit wordt de derde aflevering van onze zomerrubriek Komkommertrip, waarmee we willen bewijzen dat het nieuws ‘gewoon’ op straat, zelfs vlak voor uw deur, ligt. En ook nú weer bleek, dat dit uitgangspunt maar ál te waar is. Gewone, dagelijks voor de hand liggende zaken worden in deze nu al ‘succesrubriek’ belicht. En die aanpak, zonder poeha, blijkt aan te slaan. Want hadden we aanvankelijk, bij de introductie van de eerste editie, nog de ‘angst’ dat veel (volstrekt willekeurig) door het Komkommertripteam – mooi scrabblewoord! – aangesprokenen geremd of afwijzend zouden reageren, nu al bleken veel aangesprokenen de rubriek al te kennen. En was de bereidheid om daaraan medewerking te verlenen groot. Praten over zaken die hem/haar na aan het hart liggen, wil ook eigenlijk iedereen wel. Maar dat daarbij ook een portretje wordt geplaatst, heeft een enkele keer een dame er toch van weerhouden. Overredingskracht helpt vaak, maar ja, de ijdelheid overwint heel soms: “Mijn haar, ik zie er zo niet uit!”. En tsja, dan houdt het op. Maar dit ter geruststelling: Fotograaf Erik Veenstra heeft in het vervolg altijd een schone kam op zak. En een toiletspiegeltje bij zich. En wat het belangrijkste is: Hij weet u altijd op uw voordeligst te kieken. Dus toon geen schroom, maar zég waar het (bij u) op staat, als u door het Komkommertripteam wordt aangesproken. Inclusief foto! De route, die onze snelle verslaggevers deze week volgden, ging via de nieuwe Leekster wijk Oostindie via Zevenhuizen naar Leek. Lees onderstaand het resultaat van negen min of meer boeiende interviews.

Als je ’s ochtends rond half tien een nieuwe wijk als Oostindie (moet dat nu mét of zonder ‘puntjes’ op de e?) binnenrijdt, mag je uiteraard niet verwachten dat het in de straten van deze ‘voorstad-in-aanbouw ’van Leek krioelt van de mensen. Natuurlijk, er is op dat tijdstip bedrijvigheid genoeg. Van al die bouwvakkers die bezig zijn complete nieuwbouwstraten van huizen te voorzien. En van stratenmakers en ander werkvolk, dat bezig is met de aanleg van wat zo fraai de ‘infrastructuur’ wordt genoemd. Er komen per slot van rekening 1200 nieuwbouwwoningen staan. Maar van een ‘slaapstad’ á la Almere om maar eens een dwarsstraat te noemen, kun je ook niet spreken. In de bewoonde buurten kuieren ook op dít tijdstip wel degelijk bewoners rond. Zoals Henk Mollema, die sedert één jaar aan de Zwarte Els woont. En – na 16 ook prima jaren in Tolbert – heel blij met zijn nieuwe woning daar is. Mollema laat zijn hond uit. Aangelijnd. En met een schepje in zijn hand want ‘een ander mag geen overlast van mijn huisdier hebben.’ Binnenkort komen er hondenuitlaatveldjes in Oostindie, vertelt Mollema ons. En hij voegt er meteen aan toe, dat hij over de aanpak van de gemeente Leek zeer tevreden is. Hoewel, zegt ie na enig nadenken, “dat het met de aanleg van het gemeentelijke speelplaatsje naast ons huis, ondanks inspraak van de buurt, toch niet helemaal goed is gegaan. We mochten als buurtbewoners meepraten over de meest gewenste situatie, maar nu blijkt dat het speelplaatsje tóch 180 graden gedraaid is aangelegd, waardoor we thuis ‘inkijk’ hebben waar we niet om gevraagd hebben. Miscommunicatie, zeg maar. En nu ik toch bezig ben: ik vind dat hier het gras te laat is ingezaaid, het duurt nu zeker een jaar of zes voor we er wat aan hebben. Maar ach, we wonen prachtig, dus dit mekkeren is eigenlijk peanuts.” Nog wensen?, proberen we het gesprek verder nog inhoud te geven. “Wat winkeltjes bij de ingang van de wijk zou welkom zijn,” heeft Mollema als stille wens. Waarna hij ziet dat hond Lady zijn behoefte keurig in de berm heeft gedaan en hij de drol netjes met het schepje oppikt. Praten over de plaatselijke politiek hoeft voor hem niet. “Dat heeft toch weinig zin, hoewel ik in feite best nieuwsgierig ben waar de nieuwe rondweg komt.”
Tineke Wobbes laat hond Nora ook netjes aangelijnd uit, hoewel: een schepje kunnen we bij haar niet ontwaren. Tineke woont nog maar heel pas – ‘sedert 1 juni!’- in Oostindie na vijf jaar daarvoor in Tolbert te hebben gewoond. Ze kan, zegt ze terecht, in feite nog weinig over haar nieuwe woonbuurt oordelen, maar vindt de sfeer zonder meer ‘gemoedelijk’. En dat ze zo ongestoord met hond Nora kan wandelen, is ‘super’. Over super gesproken: “Een supermarkt dicht(er)bij zou welkom zijn,” antwoordt ze op onze vraag wat ze eigenlijk hier nog mist. “Maar verder moet je me maar niet te veel over Oostindie vragen, ik ben me nog aan het oriënteren. Ik werk overdag maar elk uurtje dat ik ‘thuis’ kan doorbrengen, vind ik heerlijk. Frustraties ken ik niet, de plaatselijke politiek boeit me niet. En verder? Ik hoop dat ik op de foto een beetje mooi in de Krant kom.”

Oostindie als (mini)paradijsje? Boukje Stoker woont hier nu twee jaar – ‘aan de Wilg’- en dat bevalt haar prima. De geboren Friezin, voorheen woonde ze jaren in Haulerwijk, kent in feite (lacht ze) één mini-mini-probleempje: “Ik moet nog Gronings leren praten. Maar het is hier echt heel gezellig, het klikt ook goed met de buren.” Boukje heeft twee spruiten: Jordi die in augustus drie wordt en Ilse van drie maanden. “Ik denk dat tegen de tijd dat díe naar school moeten, de onderwijsvoorzieningen er ook allemaal zullen zijn,” veronderstelt ze. “En nu je me naar wensen vraagt: een supermarkt op loopafstand zou wel nuttig zijn maar anderzijds: Met de auto ben je natuurlijk zó in Leek. Ons gezinnetje heeft het hier prima naar onze zin. Op frustraties zul je me niet kunnen betrappen. Ook niet wat de plaatselijke politiek betreft. Die volg ik helemaal niet.” Waarna we de ‘gelukkige wijk’ verlaten, richting Zevenhuizen.

En daar fietst, langs de Hoofdvaart, Herman Wijsbeek uit Leek waar hij aan de Kluftlaan woont. Hij fietst veel, de voormalige stadjer die overigens ‘al heel lang’ in Leek woont. “Mooie omgeving, goed winkelbestand, prima scholen,”prijst hij zijn woonplaats aan. Vrijwel elke dag zit Herman op de fiets. “Dat houdt me gezond,” zegt de 63-jarige. Maar na enig doorvragen blijkt Wijsbeek toch wel degelijk aanmerkingen op het beleid van de gemeente Leek te hebben. “De gemeentelijke belastingen gaan toch wel erg vaak omhoog. Waar ik me daarbij het meest aan erger? Aan de reinigingsheffingen. Vroeger zette je huisvuil bij de straat en werd het opgehaald. Punt. Nu wordt het – behalve dat alles steeds maar meer kost – je allemaal wel erg omslachtig gemaakt. Of ik de gemeente politiek volg? Amper. Als het zo te pas komt lees ik wel de verslagen van gemeenteraadsvergaderingen maar zo’n vergadering bezoeken? Nooit! Ach en wees eerlijk, politiek is altijd een kwestie van wikken en wegen, het zoeken naar de grootste gemene deler. Ze kunnen het natuurlijk nooit iedereen naar de zin maken. Ik zelf zou er ook niks aan kunnen veranderen. Weet je wat het belangrijkste is? Dat jij en je naasten gezond blijven. En nou fiets ik door want ik heb wind-tegen.

In Zevenhuizen, aan de Veldstreek, ontmoeten we twee uithijgende trimmers, Wendy van Rossum (18, uit Zevenhuizen) en – naar even later blijkt – haar vriend en zelfs nog wel meer: Tim Luijt (19) uit Roden. Ze zijn smoorverliefd, dat stralen ze ook uit en willen ze best bekennen. Wendy en Tim werken beiden als parttimer bij de Poiesz in Nieuw-Roden en ‘na een lange aanloop van maar liefst drie jaar ’ is hun liefde daar ontsproten. Echt ’aan’ is het nog maar kort. Tim vindt Wendy ‘lief en knap’ en Wendy vindt Tim ‘leuk, grappig én knap’. Het is de eerste keer dat ze getweeën hardlopen. “Want over twee jaar doe ik samen met mijn vader mee aan de befaamde triathlon in Almere,”zegt Tim terwijl Wendy hem liefelijk toelacht. Tim voetbalde bij Nieuw-Roden, Wendy korfbalde bij Sparta in Zevenhuizen. Wendy studeert logopedie en Tim ‘international business’. Ze zijn, heel begrijpelijk, zo in love dat doorvragen over de plaatselijke politiek, laat staan over eventuele frustraties, geen zin heeft. “Ik heb vrede met alles,”zegt Tim. Wendy knikt bevestigend. En lief.

Ook in Zevenhuizen is Gina Poeder haar tuintje aan het maaien. “Vraag mijn moeder Aafke maar,” zegt Gina meteen als we haar vragen naar haar mening over Zevenhuizen. “Zij (mijn moeder) is als ondermeer voorzitter van de Handelsvereniging van veel meer hier op de hoogte.” Maar we willen Gina’s mening. Die is wat dat betreft heel kort van stof: ”Ik heb geen idee over de gemeentepolitiek en zo. En ik heb het ook veel te druk met drie dagen in de week werken plus nog eens de zorg over twee kleintjes thuis. Van uitgaan komt dus ook niet veel meer, vroeger was dat Pruim. Maar hoe het daar nú is, weet ik niet. Ik heb – zegt ze in de loop van het gesprekje – toch nog wel een opmerking: D’r moet een uitlaatplek voor de honden komen; het sportpark waar het nu vooral gebeurt, is één grote hoop stront. Ja, ik heb nu echt weinig te vertellen,” geeft ze zelf toe. “Maar als jullie me van te voren even hadden laten nadenken was er vast nog wel meer uit me gekomen. Maar mag ik nu doorgaan met grasmaaien?”

In Leek treffen we Tamara Hassing-van Duyvendijk. Ze is sedert november 2007 getrouwd, heeft nu een gezinnetje dús komt de geboren Leekster weinig meer in uitgaansgelegenheden. Maar toch:”Ik vind dat er een hangplek voor jongeren in Leek moet komen,” zegt ze. “Punt Een – de officiële bijeenkomstplek voor jongeren, is qua leeftijdsgroep te groot.” Vroeger (lacht ze, want: ‘Ik ben pas 24’) kwam ze veel bij Pruim in Zevenhuizen. “Maar afgezien van mijn gezinnetje: Ik ben met mijn 24 jaar daar toch ook al een ‘oud wijf’. Het zijn tegenwoordig allemaal 15-, 16-jaruigen; voor ouderen is er niks meer aan. Maar dat is geen klacht hoor, ik ben gelukkig. Met mijn kind en ja, ook met mijn sigaretje…”

En dan ontmoeten we aan het slot van deze aflevering Lisa Ellens uit Marum, die net met een groepje klasgenoten uit de Oldeborg-vmbo-school in Leek komt. De dertienjarige Lisa zegt, dat de school haar wel bevalt maar: ”We krijgen wel erg veel huiswerk op.” (De vriendinnen knikken bevestigend). ”We moeten vaker een projectweek krijgen, zoals deze week over China,” geeft Lisa als schooladvies. (En weer knikken haar vriendinnen hartstochtelijk mee.) Wat Lisa verder nog graag wil zeggen is, dat in haar klas, op Coen Brondijk uit Zevenhuizen na, eigenlijk geen leuke jongens zitten. (Vriendinnen opnieuw:’Ja!’) En nu met een uitroepteken

Waarmee deze derde Komkommertrip precies binnen de geplande tijd (anderhalf uur) is geëindigd. Tot de volgende week.

De krant

Plaats uw advertentie al vanaf 1 Euro!
Rubrieksadvertentie plaatsen

Advertenties