13-07-2010 - Mail van sergeant Doetze

RODEN – Sergeant Doetze Overwijk is weer op zee. Speciaal voor de Krant mailt hij regelmatig over zijn belevenissen. Vandaag opnieuw een bijdrage van Doetze, normaliter inwoner van Roden.

Als jullie dit lezen ben ik al een mooi eind op pad richting de warmte, al schijnt het bij jullie ook aardig heet te zijn. Mijn ouders brachten me half juni naar Den Helder, waar we afscheid hebben genomen voor tenminste vijf maand.

 Mijn reis begon meteen met de zogenaamde Hondenwacht. Dat houdt in dat ik overdag van 12.00 uur tot 16.00 uur paraat moet zijn op mijn post en ook ’s nachts van 24.00 uur tot 04.00 uur. Dat valt wel mee? In de uren die er tussen zitten moet er echter worden geslapen en als je pech hebt – en dat gebeurt dus regelmatig- worden er ook allerlei oefeningen gepland. Meteen na vertrek moest ik de eerste DSOT (Daily System Operatebility Test) worden gedaan. Met deze test worden gekeken of alle wapens en sensoren systemen aan boord werken. En er wordt getest of de systemen het zouden doen als het écht nodig is. Ook de vliegende vrienden (helikopter) kwamen oplanden. Zij gaan de eerste twee manden met ons mee. Na het oplanden gaan we meteen over tot de orde van de dag. We oefenen ondermeer ‘man overboord’ en ook het 145mm kanon wordt in stelling gebracht, evenals het snelvuurkanon (goalkeeper). Nadat we een aantal journalisten in IJmuiden hebben afgeleverd, hebben we de eerste dag zo’n beetje weer overleefd. Je bent overigens snel gewend aan het leven aan boord. We maken schoon, vergaderen, de ‘spelregels’ aan boord worden bekend gemaakt en we spreken af wat we doen bij calamiteiten. Elke reis zijn er wel weer nieuwelingen aan boord en ook die moeten dus ook alles weten. Ook in de machinekamer van het schip is altijd wel wat te doen. Ook bij ons wordt naar voetbal gekeken. Ik ben niet echt een liefhebber, al juich ik als we weer een ronde verder zijn en ook doe ik mee aan het feestje na afloop. Het was stil aan boord. Het schip leek tijdens het voetbal wel zonder bemanning. Inmiddels zijn we bij het Suezkanaal. In het kanaal liggen twee konvooien, één die noordwaarts gaat en één die zuidwaarts gaat. Het kanaal is ongeveer honderd meter breed en dus wordt het lastig om elkaar te passeren. Wij lichten eerst het anker voordat we kunnen doorstromen. Oh ja, ook nu ga ik weer de strijd aan de ‘afvalrace’ met mijn goede vriendin Annemaaike. Ik heb beloofd regelmatig de fitnessruimte op te zoeken, iets waar ik eigenlijk ‘allergisch’ voor ben. Langs deze weg wil ik overigens opa en oma Overwijk beterschap wensen. Oh ja, mensen kunnen mij ook nu weer een kaartje sturen. Ik vind het altijd erg leuk om iets van de mensen te horen. Post kan gestuurd worden naar sergeant Doetze Overwijk, Hr. Ms. De Zeven Provincien, Napo 310, 3509 VP Utrecht.