26-05-2009 - Mail uit Zuid Amerika

NIEUW RODEN – Albert Buma verblijft samen met zijn zoon Martijn op dit moment in Zuid Afrika. Speciaal voor de Krant mailt hij regelmatig over zijn belevenissen ‘aan de andere kant van de wereld’. Vandaag opnieuw een bijdrage.

Vanuit Potosi gaan we over het Altiplano met een nachtbus naar La Paz. Deze stad met ongeveer een miljoen inwoners gesticht in het midden van de zestiende eeuw door de Spanjaarden ligt in een canyon. Deze ligging beschermt de stad tegen de gure wind die over het altiplano waait. De grensovergang van Bolivia naar Peru is een fantastisch gezicht met een levendige handel. Via Arequipa reizen we naar Nasca door een van de droogste gebieden op aarde. Het doel is de Nascalijnen te bekijken vanuit een vliegtuigje. Deze lijnen die reusachtige afbeeldingen vormen van onder anderen een aap, spin, condor en colibri zijn alleen waarneembaar uit de lucht. Vele theorieën zijn er op losgelaten waarom de Nasca en Paraca indianen, die hier leefden van 200 voor en 600 jaar na christus bedoeld hebben met het maken van deze immens grote figuren op de Nasca vlakte, in een tijd dat men nog niet kon vliegen. Tot op heden blijft het een mysterie. Met een 5 persoons vliegtuigje vliegen we een half uur boven de lijnen. De piloot haalt verscheidene capriolen uit om de figuren goed te zien die soms lijnen hebben van een 300 meter. De volgende plaats die we aandoen aan de kust heet Paracas. In dit gebied kwam anderhalf jaar terug een hevige aardbeving voor. Vooral het nabijgelegen Pisco met een inwonertal van 55000 inwoners werd voor 70 % verwoest en meer dan 500 mensen raakten om het leven. Voor de kust van Paracas liggen de Ballestas eilanden. Dit zijn kleine eilandjes waar het krioelt van het zeeleven wat aangetrokken wordt door het visrijke water van de Humboltstroom. Met een boot varen we er naar toe. De pelikanen vliegen met opgeheven nek traag wiekend over ons heen. Zo nu en dan naar beneden duikend om een visje te verschalken met hun enorme snavel. Aangekomen bij de eilanden zien we kolossale zeeleeuwen die heerlijk liggen te luieren in de zon. Omringd door zeeleeuwinnetjes geven ze een oorverdovend lawaai. Een andere zeeleeuw kan zijn plaats pas opeisen als hij zijn concurrent verslagen heeft. Zeevogels van diverse pluimage van onder anderen zeemeeuwen en pinguïns bevolken de rotsen. Er is werkelijk geen onbewoond plekje te zien. Eén keer in de 5 jaar wordt de vogelmest van de rotsen geschraapt en verkocht. Cuzco is de volgende plaats die we aandoen. Cuzco de hoofdstad van het eens vermaarde Incarijk, één van de grootste geordende samenlevingen die de wereld gekend heeft van zijn opgang in de elfde eeuw tot z'n vernietiging in de zestiende eeuw. Het rijk was stevig gebaseerd op andere Peruaanse beschavingen die grote vaardigheden hadden verworven in het weven van textiel, bouwkunst, keramiek en het bewerken van metaal. De politieke structuur van de Inca's was de dorpgemeenschap. Gehoorzaamheid aan de gemeenschap was absoluut. Het land was algemeen bezit. De huisdieren waren de lama, alpaca en de hond. Hun voornaamste voedsel bestond uit aardappelen en maïs, dat al lang bekend was hier. De Inca's veroverden enorme gebieden, en de overwonnen volkeren werd hun manier van leven opgelegd. Hun gemeenschappelijke geloof was de verering van de zon wiens vicepresident op aarde de Incakoning was. Rond hem was een elite die meestal werd gekozen uit verslagen hoofdmannen. Een doeltreffende manier om plaatselijke opstand tegen te gaan. Het volk werd onderworpen aan strenge wetten. Hun werd opgedragen te werken op het land voor hun groep en voor de staat. Tegen de berghellingen werden terrassen aangelegd die aangevuld werden met vruchtbare aarde die door middel van rieten korven op de rug werd aangevoerd. De Inca politiek was eenvoudig maar doeltreffend. De groep en niet het gezin was de eenheid. Groepen werden gevormd in eenheden van 10, 100, 500, 1000, 10000 en 40000. Elke groep met een leider verantwoordelijk aan de volgende groep. De Inca koning had de absolute macht over alles. Evenwicht tussen productie en consumptie was een decimaal stelsel door middel van knopen in koorden. Seizoensveranderingen werden beschermd door het bouwen van schuren waarin het teveel in jaren van overvloed werd bewaard om te worden gegeten in de jaren van schaarste. De prijs van het volk voor deze economische zekerheid werd betaald door hun persoonlijke vrijheid. Niemand werd toegestaan zijn huis en zijn werk te verlaten. Om berichten snel te verzenden en te ontvangen bouwden de Inca's grote wegen door het rijk waarlangs koeriers te voet snelden. Men legde het volk één gemeenschappelijke taal het Quecha op wat tegenwoordig nog veel in de Andes landen door de bevolking wordt gesproken. Op het hoogtepunt van het Incarijk besloeg het heel Peru, Bolivia, Ecuador, het noorden van Argentinië, noord en centraal Chili. Het rijk groeide te groot om vanuit één centraal punt te worden geregeerd. De laatste Incavorst maakte de fatale fout het rijk tussen zijn twee zoons te verdelen. Atahualpa regerend vanuit Quito en Huascar vanuit Cuzco. De burgeroorlog die hieruit ontstond werd vlak voor de aankomst van de Spanjaarden gewonnen door Atahualpa. Francisco Pizarro had geen beter tijdstip voor zijn aanval in 1553 kunnen bedenken. Hij vond de Inca's verzwakt door de burgeroorlog plus het feit dat de volgelingen van de verslagen Huascar in het begin dachten het met geallieerden van doen te hebben. De Spanjaarden waren veel beter bewapend met hun paarden en ijzeren harnassen. De vernietiging van dit legendarische rijk was dan ook spoedig een feit. In de omgeving van Cuzco is nog menig overblijfsel van dit Inca tijdperk te bewonderen. Een paar kilometer van Cuzco ligt de vesting Saqsaywaman. Grote rotsblokken van soms meer dan dertig ton zijn met volmaakte nauwkeurigheid geslepen en samengevoegd zonder een druppel specie of ander bindmiddel te gebruiken. Een scheermes is er niet tussen te krijgen. Aardbevingen hebben ze doorstaan zonder maar één centimeter te verschuiven. Vanuit Cuzco reizen we langs de boorden van Het Titicaca meer naar Puno. Het Titicaca meer ligt op een hoogte van 3827 meter en is het hoogstgelegen bevaarbare meer in de wereld. Negenentwintig jaar terug lag hier een enkel bootje om toeristen de drijvende eilanden met de Urosindianen die hier op leefden te bezoeken. Tegenwoordig ligt er een hele vloot en gigantische hotels zijn aan de oevers van dit meer gebouwd. Heb sterk de indruk dat deze Uros indianen hier nog drijven terwille van de duizenden toeristen die hier op af komen. Vanuit Puno gaat het weer richting La Paz (Bolivia) en van daaruit naar Santa Cruz wat een stuk lager ligt. Santa Cruz ligt op een hoogte van 416 meter en heeft een subtropisch klimaat. Het is met een 1,5 miljoen inwoners de grootste stad van Bolivia. Vanuit deze plaats gaat de Oriënt Express een boemeltje die je 650 km verder brengt naar de Braziliaanse grens. De trein gaat niet harder dan 50 kilometer per uur en stopt op verscheidene plaatsen. Tot vervelens toe komt er een hele meute verkopers met allerlei soorten waren langs. In de trein reizen veel volgelingen van Menno Simons mee. Deze Mennonieten doen je terugdenken aan het verleden. De mannen met strohoed gekleed in blauwe tuinbroeken en witte overhemden en de vrouwen met witte kanten hoofddoekjes en blauwe bloemetjesjurken. Op verscheidene plaatsen langs de spoorlijn liggen hun woonplaatsen. Men spreekt een taal waar je geen touw aan vast kunt knopen. We boemelen de hele nacht door de Boliviaanse wildernis. s' Morgensvroeg staan er ineens een viertal woest uitziende rambofiguren voor je neus met grote geweren die even je paspoort en bagage willen door snuffelen. Als ik wat traag op gang komt word mijn paspoort uit mijn handen gerukt. Het schijnt dat er op deze lijn veel drugs worden gesmokkeld. In Brazilië verblijven nog drie dagen in de Pantanal. Het grootste draslandengebied van de wereld met zijn rijke flora en fauna. Op een eilandje voor de Braziliaanse kust storten we ons nog een aantal dagen in het Braziliaanse carnaval en vliegen via Sao Paulo weer terug naar Nederland.

Albert Buma