31-03-2009 - Mail uit Zuid Amerika

NIEUW RODEN – Albert Buma uit Nieuw Roden is niet voor één gat te vangen. Hij reist al vrijwel zijn hele leven. Op dit moment is hij in Zuid Amerika. Speciaal voor de Krant mailt hij regelmatig over zijn avonturen. Vandaag weer een bijdrage van Buma.

Over de rivier Uruguay komen we Argentininië binnen. De Argentijnse douane kijkt vreemd naar onze paspoorten. Er passeren hier weinig landgenoten want volgens de douanier is dit het eerste Nederlandse paspoort wat hij hier in zijn handen heeft. Vanuit San Xavier gaan we naar het nabijgelegen Posados.

Hier nemen we de bus naar Resistencia. Volgens onze kaart gaan van hieruit treinen naar Salta. Midden in de nacht komen we aan. Maar niemand weet hier van treinen naar Salta. De volgende dag gaat er pas aan het eind van de middag een bus naar die stad. We rijden in tegenstelling tot het heuvelachtige Brazilië door de vlakke provincie Chaco met zijn eindeloze groene vergezichten. De volgende ochtend vroeg komen we in Salta aan, een stad met mooie koloniale witte gebouwen en de typische Spaanse indeling in vierkanten met midden in een mooi park. Op de achtergrond zie je de majestueuze Andes met zijn besneeuwde toppen. We blijven hier een week en zien veel van de omgeving. Rondom Salta wordt veel tabak geteeld van hoge kwaliteit. Het is een lucratieve bezigheid, overal staan op gasgestookte schuren waarin de Virginia tabak gedroogd wordt. Argentinië is een land van vlees en wijn. Een liter wijn kost hier in een restaurant evenveel als een liter bier. De bedoeling was vanuit Salta naar Chili te gaan, maar de verbinding vanaf hier is ronduit slecht. We besluiten naar Bolivia te vertrekken. Onderweg zien we bergen met verschillende kleuren. De mineralen liggen voor het opscheppen. Bij Quaca gaan we de grens over. Het landschap wordt steeds kaler en grauwer. De huizen zijn gebouwd van grote brokken door de zongedroogd soort leem. Met als afdekking een blikken golfplaat of riet. De bevolking van Bolivia is voornamelijk Indiaans. De Indiaanse vrouwen dragen verschillende kleurrijke jurken over elkaar. Meestal met een draagdoek waar ze hun goederen in vervoeren of ze dragen er een kind in. Die regelmatig de borst krijgt, tot wel een paar jaar oud. Markant zijn ook de bolhoedjes, waar een paar grote zwarte vlechten onder vandaan komen. De wegen in Bolivia zijn hoofdzakelijk onverhard, het is dan ook verre van comfortabel hoe je hier reist. Opgevouwen zit je op je stoel. De benen strekken in het gangpad is niet mogelijk want ook hier zit het vol met passagiers. Het landschap daarin tegen ziet er fantastisch uit op deze grote hoogte. In het stoffige plaatsje Uyuni gaan we met een Toyota jeep met de lokale gids Josè een paar dagen op pad. We toeren over het grootste verdroogde zoutmeer van de wereld op een hoogte van 3650 meter en een oppervlakte van 12000 vierkante kilometer. Alles ademt zout, hotelletjes worden hier van zoutblokken gemaakt en diverse hebbedingetjes zijn gemaakt van zout. Er over inzitten dat we zoutloos komen is niet nodig want al met al ligt hier ongeveer 10 miljard ton zout opgeslagen. Midden in deze witte wereld ligt een klein eilandje wat vol staat met reusachtige cactussen. Cactussen van over de 10 meter met een respectabele leeftijd van over de duizend jaar volgens de cactuswetenschappers. Na een zoute dag trekken we de bergen in en bewonderen het landschap met al zijn prachtige vormen met soms een rokende vulkaan op de achtergrond. Regelmatig zien we lamas, alpakas of een dier met een moeilijke naam wat het ene oor invliegt en het andere weer uit. Blauwe bergmeertjes bevolkt met flamingo’s die naar het er uit ziet de hele dag met hun snavel in het meer staan te slobberen op zoek naar voedsel. We maken een zonsopgang mee tussen geisers. De aarde pruttelt, borrelt, stoomt. Het is een schitterend gezicht hoe moeder aarde hier tekeer gaat en iets van zijn binnenste laat zien. Verschillende kleuren van allerlei mineralen komen naar de oppervlakte. Even later liggen we bij te komen van dit fenomeen in een warmwaterbron. We zetten een paar meegetoerde Australiers af bij de Chileense grens en keren terug naar Uyuni. De volgende stop is Potosi, met zijn meer dan 4000 meter, de hoogst gelegen stad van zijn omvang van de wereld met als achtergrond de mijnberg Cerro Rico, wat rijke berg betekent. In het verleden werd hier veel zilver gewonnen en door de Spanjaarden verscheepd naar hun thuisland. Het was onze boekanier Piet Hein die de zilvervloot heeft gewonnen op de Spanjaarden met hoogstwaarschijnlijke het zilver uit deze mijn. Het zilver is tegenwoordig nagenoeg opgedroogd en in 1980 werden de staatsmijnen gesloten. Tegenwoordig werken er een 10.000 mijnwerkers in cooperaties en huurt men voor een bepaalde periode een stuk mijn van de staat. We bezoeken de mijn, uitgerust in mijnwerkerskleren compleet met lamp. We lopen door glibberige schachten. En zien hoe hard het bestaan is van een mijnwerker. Je hebt mijnwerker eerste en tweede klas en leerling mijnwerker. De leerlingmijnwerker mag de lorries over de rails naar buiten duwen en verdient eigenlijk niks. De eerste en tweede mijnwerker verdienen omgerekend zo'n € 200 in de maand. Daar moeten ze per dag een 12 uur voor werken in nauwe gangetjes. Met boort gaten in de wand en hierin drukt men de staven dynamiet, daaromheen blaast men nog een soort van gekleurde kunstmestkorrels. Aan het eind van de dag brengt men dit spul tot ontploffing en de volgende dag wordt het ingestorte spul vervoerd naar buiten. Van de 1000kg die naar buiten wordt vervoerd is er ongeveer 100 kg bruikbare erts. We beklimmen over wankele houten trappen de hoger gelegen schachten. Over zulke trappen moet een mijnwerker zijn hele werkzame leven klimmen, gebeurt er wat is het einde oefening en moet zonder sociale voorzieningen verder. In het verleden werden de mijnwerkers niet ouder dan 40 jaar. Een kleine verbetering is dat men nu water gebruikt bij het boren van gaten en is het wat minder stoffig. Om het leven wat draaglijker te maken wordt de hele dag op cocabladeren gekauwd. Eten en drinken is taboe in de mijn. Op een plekje in de mijn staat een beeld tio (oom), de god van de onderwereld. Een afschuwelijk rood duiveltje met een enorme pik in erectie wat de vitaliteit van de man moet uitdrukken. De mijnwerkers offeren hem alcohol, cocablaadjes en sigaretten om hem gunstig te stemmen voor weer een veilige dag in de mijn. Gelukkig staan wij na een rondleiding van twee uur weer buiten.

Albert Buma