01-06-2010 - Af en toe doe ik het nog

Af en toe doe ik het nog, hoewel nu meer af dan toe. Dat ik overlijdensadvertenties met een in mijn ogen bijzondere kopregel uitknip en bewaar. Waarvoor weet ik eigenlijk niet. Maar niet voor ‘later’ in elk geval. Want wanneer later komt, ben ík al weg. Heb ik er niks meer aan. Die relatief ongevaarlijke afwijking met betrekking tot de dood had ik als kind al. Toen keek ik, ik zat toen op een School met den Bijbel, bijna elke dag wel even stiekum naar buiten of ik de Engelen met de Bazuinen, die op de hoeken van het heelal het einde van de wereld zouden aankondigen, al zag verschijnen.

Tevergeefs. Vanaf mijn veertigste was ik aardser bezig en begon ik met die – ik besef dat mijn vrouw daarin gelijk heeft – uitknipperij-flauwekul van overlijdensadvertenties. Dat doe ik nu, met bijna het dubbele in levensdienstjaren, nog steeds. Bij vlagen. Na een tijdje kieper ik de hele knipselzooi in de papiermand. Weg er mee. Om toch later, na een paar maanden óf een paar jaar, er tóch weer mee te beginnen.

Sinds kort zit ik weer in zo’n tijdelijke uitknipfase. Speur ik – dat deed ik eigenlijk altijd al, dag in, dag uit, alleen om te kijken of er leeftijdgenoten of bekenden tussen zitten – elk overlijdensbericht nauwgezet af. Maar nu dus weer óók om de mooie gedichten of andere toevoegingen. Waar het mij om gaat, zijn de uitschieters, de exclusieve uitingen. Zoals dit prachtige gedicht Om op tijd te zijn, dat ik in de Volkskrant las:

Ga op tijd op reis/Om het meest/en het mooist/mee te maken
Leer je buik de klok/dan weet je precies/hoe laat het is.
Want wie voelt/hoe laat het is/gaat op tijd op reis.

Jammer, dat er niet de naam van de dichter onder stond. Die heb ik op internet opgezocht. Het blijkt ene Erik van Os te zijn. Nooit van gehoord. Maar dat is het mooie aan internet. En vooral Google. Type een naam of, zoals in dit geval, een kopregel in en je krijgt een tzunami aan feitelijkheden over je scherm uitgestort. Erik van Os is, vaak samen met zijn vrouw Elle van Lieshout, schrijver van kinderboeken, liedjes, versjes en teksten voor tijdschriften. Dat klinkt een stuk prozaïscher dan dichter. Dus houd ik het, om de sfeer er in te houden, maar op dichter. Totdat ik alle nu verzamelde uitgeknipte overlijdensadvertenties als ‘flauwekul’ weer wegkieper. Om een tijdje daarna weer opnieuw te beginnen. Weet ik nú al.