27-04-2010 - bestaat toeval?

Al een tijdje laat ik op de zondagen mijn baard staan. Niet om de stoerigheid, maar – zo houd ik mezelf voor – om mijn huid wat rust te gunnen. Maar ergens vind ik dat kennelijk toch ook wel wat hebben. Voer voor psychologen? Mijn vrouw vindt mild spottend mijn overslaan van de zondagse scheerbeurt wat onvolwassen pubergedrag. Volkomen onterecht wil ik nog de macho spelen, zegt ze lacherig. Net als steeds meer profvoetballers, die stoer hun vlassig ringbaardje laten staan en – veel erger nog vindt ze - hun koppie kaalscheren. Maar dat laatste zal ik zéker nooit doen.

Hoeft ook niet, want langzaam maar wél in een steeds sneller tempo verdwijnt mijn haardos zónder manuele ingrepen. Het zal, constateer ik in de kille badkamerspiegel, niet lang meer duren of mijn hoofd is een biljartbal. Maar dat één dag per week niet scheren houd ik er voorlopig in. Min of meer toevallig – bestáát toeval? – las ik onlangs in Elsevier een verhaal over ene Leen Zevenbergen, sinds kort de baas van het beursgenoteerde IT-bedrijf Qurius, waarvan ik nog nooit had gehoord maar zéker dát zegt niks. Die meneer Zevenbergen heeft als inspirator al veel grote ten dode opgeschreven bedrijven opnieuw in de Vaart der Volkeren opgestoten. De 51-jarige management goeroe noemt zichzelf niet het type leider dat meteen met zijn vuist op tafel slaat, maar een inspirator met een geheel eigen visie op de noodzaak van ‘Creatief Ondernemen & Sprankelend Inspireren’. Onder de afkorting COSI – zie de voorgaande hoofdletters – vat hij zijn filosofie samen. Die succesvisie heeft ie nu ook op schrift gesteld in het bestsellerboek ‘En nu laat ik mijn baard staan’. Die titel moet aangeven, dat hij wil dat het anders moet in de Grote Mensen Wereld van het Ondernemen. (Die hoofdletters heb ik zelf bewust getypt.) Cosi, zo schrijft de grote goeroe, is Italiaans en betekent ‘zo, en zó gaan we het dus doen.’ Hij geeft er ook nog een aanvullende succes-instructie bij: De 5 D’s oftewel Dromen, Denken, Durven, Doen en Doorzetten.

Je scheert morgen toch wél weer je baardstoppeltjes af hè, macho-opa, zegt mijn vrouw plagerig als ze me op de zondagochtend dat ik dit schrijf, vraagt of ik óók koffie wil. Gráág, zeg ik. Ongeschoren.