11-10-2011 - Nostalgisch terugkijken

Het komt niet vaak voor, dat ik nostalgisch terugkijk op mijn jongere jaren. Heeft weinig zin ook, gebeurd is gebeurd immers. En ik dénk dat ik het nog steeds druk heb. Geen tijd heb om weemoedig terug te kijken. Maar het krantenbericht, dat de Historische Vereniging Tynaarlo werkt aan een boek over het Natuurbad in Tynaarlo, ja daar stond ik tóch even bij stil.

Het boek dat volgend voorjaar klaar moet zijn, zal, zo luidde het bericht, vooral aandacht aan de roemruchte jaren vijftig en zestig besteden. Toen trok de zwemplas op mooie zomerse dagen – die had je toen volop (of niet?) – wel tienduizend zwemmers en zonnebaders. Ook ons heel jonge gezinnetje toog midden vijftiger jaren bijna elke zonnige zaterdag en zondag Tynaarlowaarts. Per fiets vanuit de stad Groningen, waar we toen woonden. Dat waren dan hele fietscolonnes die daar naar toe fietsten, auto’s waren er nog maar weinig. Als we in het houten zomerhuisje van mijn schoonouders aan de Tienelsweg in Zuidlaren bivakkeerden, gingen we er met de kinderwagen waarin de jongste zoon lag met zijn drie jaar oudere zus op een plankje gezeten vaak zelfs lopend heen. Was een uurtje gaan, maar geen enkel probleem. We hebben er heel wat middagen doorgebracht, ontmoetten altijd veel bekenden – zelfs mijn toenmalige door de week barse baas liep er in zwembroek rond! Ome Joop Lesterhuis, in de wintermaanden dansleraar in de stad, was badmeester. Helemaal in het wit, korte broek, met kapiteinspet en ronddrijvend op een waterfiets hield hij alles in de gaten. Het bad is nu al weer heel wat jaren dicht maar elke keer als ik er met de auto langsrijd, krijg ik weer dat lekkere nu ondefinieerbare gevoel van toen. Ik heb er mooie herinneringen liggen, te veel om op te noemen. Maar wat me echt nog heel goed bijstaat was de zondagmiddag dat de oude Willem Drees, toen net minister-president áf, met zijn vrouw opeens vlak naast ons op de glooiende zonnewei
ging zitten. Hij helemaal in het zwart en met stemmige stropdas. Colbertjasje noch vest gingen uit, wél – na een tijdje - zijn schoenen. Hij droeg zwarte sokken. Naast hem zat zijn vrouw. Ook stijfdeftig gekleed, mét brede hoed. Ze schonk koffie vanuit een thermoskan. Maar niemand van al die duizenden die hen ook maar enigszins lastigviel. Of zelfs maar opzichtig aanstaarde. Geen bewaking te bekennen ook. Dat kón toen nog. En dát is nostalgie die telt.