Gefeliciteerd, u bent een doorzetter! Echt, u behoort tot de weinigen – vier procent zo is onlangs door (weer!) een wetenschappelijk onderzoeksbureau vastgesteld aan de hand van (weer!) een enquête, die ‘ze’ dan ook nog representatief noemen. Vier procent van de krantenlezers begint aan een column. Nog minder – geschat wordt de helft van die vier procent – leest ‘m ook helemaal uit. Maar zover bent u nu nog niet. Een column is, onnodig om dat te vermelden want u bent niet debiel, de Engelse benaming voor het Nederlandse woordje kolom oftewel een kort stukje ter breedte van een (vaak opgerekte) krantenkolom. Deze krant heeft er een paar.
Een column of kolom komt, calamiteiten daargelaten, elke keer weer terug. Ze hebben, ook in deze krant, doorgaans een vaste plek. En een vaste schrijver, de columnist. Die mag op zijn columnplekkie vrijuit zijn menig verkondigen. Er zijn nauwelijks beperkingen aan wat het onderwerp van een column kan zijn; het gamma reikt van huiselijke voorvallen tot de plaatselijke, regionale, landelijke of, voor de heel ambitieuzen, de wereldpolitiek. Het cursiefje, dat tot aan het eind van de 70-er jaren welig tierde, was de voorloper van de column. Dat was wat humoristischer en wat gezellig-vertelderiger dan een meer serieus bedoelde (?) column. Simon Carmiggelt – Kronkel – was een kei in het schrijven van cursiefjes. Bekende hedendaagse columnisten zijn Remco Campert, Jan Mulder, Arnon Grünberg, Youp van ’t Hek niet te vergeten. En tot voor een jaar wijlen Martin Bril. Hoe díe kon observeren, juist van die kleine dagelijkse dingetjes vaak, was meer dan meesterlijk. Een columnist kan ver gaan. Door althans de Nederlandse rechter wordt hem een grote mate van vrijheid toegekend. Een vrijheid die zich zelfs kan uitstrekken tot teksten die, als ze buiten een column geschreven zouden zijn, als kwetsend of beledigend gekenmerkt zouden kunnen worden. Die bedoeling heb ik niet. ’t Is me ook wat té gemakkelijk vanaf mijn veilige schuilplaats doelgericht mensen te beledigen. Hij die zonder zonde is, enzovoorts. Leven en laten leven, is mijn motto.
Bedankt, dat u dit stukje tot het bittere einde hebt uitgelezen. U bent daardoor uniek want u behoort tot die twee procent die hebben doorgezet! Het is dan ook bewust dat er bij deze column geen foto van mij staat, want ik wil u niet op voorhand afschrikken. Tot de volgende keer dan maar?