21-02-2012 - Naar sport kíjken is surrogaat

Naar sport kíjken is surrogaat. Goed, je kunt je in je plastic kuipstoeltje in het stadion of comfortabeler thuis in je relaxfauteuil naar Eredivisie Live kijkend afreageren om er op die manier alle in een week opgekropte frustraties middels een fikse schreeuw- en scheldpartij uit te gooien. Dat lucht op. Voor even. Maar wees eerlijk, zélf sporten ‘ontlast’ beter. Is vele malen gezonder ook. Zeg ik schijnheilig, want vroeger vond ik het soms ook een opluchting als ik hihahondelul naar de scheidsrechter kon roepen. ’t Voelde na afloop of je weer eens lekker klaar was gekomen. Maar net als naar sport kijken óók surrogaat.

Zélf sporten doe ik nu elke dag. Verplicht want opgedragen door mijn cardioloog. Een half uur lang in een pittig tempo op mijn hometrainer die in onze slaapkamer pal voor de tv staat. Ik kijk dan, om helemaal in sportieve sfeer te blijven, naar kleine balletjes weg slaande profgolfers die hun omvangrijke pakkelarrie door een knechtje laten dragen. Naar geharnaste American footballplayers waar ik niks van begrijp. Naar Canadese top-ijshockeyers die elkaar met hun sticks in elkaar rammen. Naar reusachtige zwarte basketballers die hun ongeëvenaarde balkunsten vertonen. Ach, ’t is voor maar dertig minuten en geen trap langer  allemaal best te doen. 

Over sport en – liever nog – sportmensen lézen doe ik wél graag. ‘Leest, het verrijkt uw geest’ stond vroeger, opa vertelt over vlak na de oorlog, op het spandoek geschreven dat boven de ingang hing van wat toen officieel de ‘Openbare Leeszaal’ – ‘denk om het plankje!’ - heette.  Lezen ontspant én je kunt er van leren, schrijf ik hier belérend, wat mij niet bepaald past want het doet wat hufterig aan. Wat ik volgens mijn vrouw soms ook ben.

Maar om kort te gaan: ik smulde deze week van een bij de bieb geleend boek dat de Buitengewone Geschiedenis van de Tour de France in woord en beeld beschrijft. Prachtig, de heroïek van vooral de beginjaren. Schitterend de strijd op de grindpaadjes van de bergflanken, de al dan niet ‘gespeelde’ vete tussen de Italiaanse wieleridolen Bartali en Coppi. En in één woord uniek zijn de vaak wat korrelige foto’s. Een boek om je in te verliezen. Wat ik ook deed.

 Zo, genoeg op papier gesport. Nu maar weer een half uurtje mijn eigen Tour de France spelen. Op de hometrainer. Voor de tv.