21-07-2009 - Puur Natuur

Een mevrouw uit Zuidvelde belde laatst, ze had een verontrustende mededeling. Ze had namelijk geconstateerd, nadat ze bij een vriendin op bezoek was geweest, dat paarden houtwallen aan het vernielen waren. Dat gebeurde op een terrein tegenover Cordis naast het golfterrein aan het Oosteinde. Wat ze vooral schandalig vond was dat die paarden de eiken aan het kapot vreten waren.

Ze vroeg zich daarom af of deze dieren wel genoeg te eten kregen, want ze had wel eens gehoord dat paarden eiken zo onsmakelijk vinden dat ze er vanaf blijven. Dat ging hier dus niet op. In deze rubriek heeft wel eens eerder iets gestaan over pony’s die volgens iemand niet goed werden verzorgd, maar waarvan later bleek dat dit geenszins het geval was. Ik ben er persoonlijk dan maar gaan kijken en maakte daar de foto bij dit stukje.

Eerst liep het nog mis omdat ik op de aangegeven plaats helemaal geen paarden zag lopen. Navraag leerde dat mevrouw ze daar toch echt had gezien en dus ging ik er later nog eens kijken. Ook toen zag ik geen paarden, het terrein is daar groot, maar wel de goed beschreven houtwallen. Dat bood gelegenheid de vraatsporen op de eiken te onderzoeken. Die trof ik inderdaad aan al was dat wel oppervlakkig en niet dusdanig dat die eiken daarvan nu al te lijden hebben. Op langere termijn kun je bij voortdurende vraat dit echter niet uitsluiten en dat mag hier niet gebeuren. Een paar dagen later zag ik de paarden vooraan bij het hek staan en telde zeventien dieren die er volgens mij wel gezond maar wat schonkig uitzagen. Dat past wel bij deze jonge dieren; het vlees komt er op wanneer de r in de maand komt. Nu ging het die mevrouw uit Zuidvelde niet om het welzijn van de paarden maar om dat van de eiken en het voortbestaan van de houtwallen. Ik vind het op zich al heel positief dat iemand van elders uit de gemeente zich begaan toont met het landschap bij Roden. Eigenlijk horen we dat allen te zijn en dan mag je zelfs over gemeentegrenzen heen kijken. Het is dan wel belangrijk dat bij vermeende misstanden de juiste organisaties worden benaderd om dit aan de kaak te stellen. Wat dat betreft heeft mevrouw een goede keuze gemaakt om dit bij het IVN Roden aan te kaarten.

Allereerst is het van belang te weten of die houtwallen daar een beschermde status genieten. Daartoe moet informatie worden ingewonnen bij de gemeente. Dat is bij een groot deel van de houtwallen in Noordenveld, en ook elders, het geval. Het zijn namelijk landschapselementen die tegenwoordig meer en meer gekoesterd worden en dat is zeker heel nodig. Nog steeds gebeurt het namelijk dat ze moedwillig worden vernield. Voor ondernemers in de landbouw en veeteelt is het wel zo aantrekkelijk om aan schaalvergroting te doen en dan zijn houtwallen maar een sta-in-de-weg. Na de komst van prikkeldraad werden die houtwallen namelijk overbodig. Houtwallen waren er van oudsher voor om het vee op het terrein te houden en wilde beesten er buiten. Ze werden zo’n vijfhonderd jaar voor de invoering van de jaartelling al aangelegd. Bij het ontginnen van akkers werden stobben, stenen en keien naar de randen afgevoerd en zo ontstonden langzamerhand afscheidingen die beplant werden met bomen en struiken. Vooral struiken met doornen waren gewild om de wallen ondoordringbaar te maken. Aan weerszijden werden meestal greppels gegraven en zo werden die wallen verhoogd.

Houtwallen hebben onderhoud nodig om door te kunnen gaan als echte houtwal. Eens in de tien tot vijftien jaar worden bomen en struiken afgezet, waarbij op regelmatige afstand grotere bomen (staanders) gespaard worden. Het is belangrijk dat het licht de bodem bereikt om de stobben weer uit te laten lopen. Hier en daar moet plaats zijn om takken, stammetjes en zelfs een grote stam te laten liggen. Het is hier al eens eerder gezegd: dood hout is een grote voedselbron voor heel veel dieren en andere organismen; denk aan bijvoorbeeld paddenstoelen. Bovendien creëer je zo schuilplaatsen voor kleine en grotere dieren. Verschillende soorten muizen en amfibieën vinden daar een geschikt leefmilieu. Het is tevens een plek waar je marterachtigen kunt treffen zoals bijvoorbeeld de Bunzing. Die heeft trouwens voornoemde muizen en amfibieën op het menu staan.