08-11-2011 - Zwartomrand feestje

Kerkhoven zijn zeer in trek bij mycologen (mensen die paddenstoelen bestuderen) en dat is niet zomaar. Vaak is daar een grote verscheidenheid aan bijzondere soorten te vinden en dan is het logisch dat dit dergelijke lieden trekt. Voor reguliere bezoekers zal het een opmerkelijk fenomeen zijn, mensen die zich kriskras voortbewegen tussen de graven op zoek naar de door hen gekoesterde zwammen. Uiteraard met het nodige respect, hoewel fotografen in hun enthousiasme soms op het randje van het toelaatbare opereren.

Dat laatste was zonder meer het geval tijdens een bezoek aan het kerkhof in het Asserbos waar we met de provinciale paddenstoelenwerkgroep op bezoek waren. Op een liggende, harde kalkstenen grafzerk werd een korstmos ontdekt met, in dit geval, de toepasselijke naam: Zwarte grafkorst. Het is een vrij zeldzame soort die specifiek gebonden is aan kalksteen en gesierd met een blauwe rand was het een dankbaar object voor fotografen. Maar liefst 6 fotografen lagen of zaten op het graf waar een mevrouw lag begraven, hetgeen mij, excursieleider, een beetje te gortig werd. Meestal kijk je bij dit soort gelegenheden trouwens wel even om je heen of er geen andere bezoekers zijn, want wat niet weet deert in dit geval niet; de doden praten immers niet. Die korstmos was een bijvangst, we waren daar voor de paddenstoelen. Kerkhoven zijn in het algemeen keurig onderhouden plekken, waar blad en gemaaid gras meestal secuur wordt verwijderd waardoor een schraal milieu ontstaat. Dat zijn omstandigheden waar veel paddenstoelen van houden en vaak staan er nog oude bomen die zo hun begeleidende soorten hebben. In het ’vermeste’ Nederland zijn het oases. Om die reden zijn kerkhoven dus geliefde oorden voor mycologen.

Soorten die in Assen werden waargenomen waren bijvoorbeeld wasplaten, zo genoemd vanwege hun wasachtige voorkomen. Het zijn meestal fel gekleurde paddenstoelen die wel als de orchideeën van de zwammenwereld worden gezien. Die wasplaten komen tevens voor op vooral het oude gedeelte van het kerkhof in Roden (foto), voor mij een reden daar regelmatig een kijkje te nemen. Wasplaten die er eerder werden gezien waren bijvoorbeeld de Zwartwordende wasplaat, het felrood gekleurde Gewoon vuurzwammetje, de prachtige gele Elfenwasplaat en het groengele Papegaaizwammetje. Bij ieder bezoek hoop je stiekempjes op weer iets speciaals. Dat hoeft dan niet per se een wasplaat te zijn, hoewel dat wel mooi zou zijn. Recent was ik daar en trof een zwam die voor mij nieuw was. Vaag herinnerde ik me hem van een afbeelding uit een boek en vervolgens kwam de naam Ridderwasplaat naar boven drijven. Toevallig één van de meest saaie wasplaten die er zijn, een beetje grauwe en nogal fors. Door dit uiterlijk wijkt deze af van het gangbare beeld wat je hebt van een wasplaat. Maar de vreugde was er niet minder om, want hij was niet alleen nieuw voor mij, het was bovendien de eerste vondst in Drenthe. Eigenlijk is het meer een soort van de klei. Voor een extra controle stopte ik deze wasplaat in een opbergdoos en tevens kon deze vondst later dan nog even aan mijn ’vakbroeders’ worden geshowd.

Terwijl ik daar op het kerkhof verder rondstruinde stuitte ik op een oudere mevrouw die daar een graf aan het verzorgen was. Ze was belangstellend naar wat ik in mijn opbergdoos had en vond het een erg leuke hobby. Het leek me niet gepast al te uitbundig te verhalen over mijn tamelijk spectaculaire vondst. Dat werd mede veroorzaakt door het feit dat ik zag dat in het graf wat ze verzorgde een jongetje, slechts 9 maanden oud, en zijn broer van 49 jaar lagen begraven. Het kind was gestorven aan de gevolgen van mazelen en zijn broer aan een hartinfarct. Mevrouw bleek de moeder te zijn en wees op een graf dichtbij waar nog een zoon van haar lag. Hij was aan de gevolgen van kanker overleden, slechts 46 jaar oud. Ik ken moeders (en vaders) die een kind hebben verloren en ook een moeder die er twee verloor, maar dit sloeg alles. U begrijpt dat, ondanks haar blijmoedige houding er van mijn aanvankelijk euforische stemming weinig over bleef.