18-10-2011 - Heel anders

Hoe een paddenstoel er volgens de meeste mensen uit zou moeten zien is wel bekend. Hij moet lijken op die rode met witte stippen, de Vliegenzwam. Als het kan dus een beetje groot met een steel en een hoed erop. Dat is tenminste herkenbaar. Toch voldoet slechts een klein percentage van de zwammen aan dit stereotiepe beeld. Er zijn nogal wat die er van afwijken. Daarover wordt af en toe op deze plek geschreven, zoals laatst over de Biefstukzwam.

Zo nu en dan kom je wel eens misvormingen tegen. Zo’n voorbeeld ziet u in het kader op de foto. Deze werd mij toegezonden door Bertha Huizing uit Roden. Zij fotografeerde deze zwam in de buurt van het hunebed bij Steenbergen en vroeg zich af welke soort het is. Het betreft hier de Plooivoetstuifzwam met een dubbele hoed. Nou ja, als je de uitstulping boven de steel zo mag noemen. Bij deze soort worden de sporen in de zwam gevormd, in plaats van onder een ’gewone’ hoed. Ze worden daarom buikzwammen genoemd. De meest algemene buikzwam is de Gele aardappelbovist. Die naam is goed gekozen, want wanneer je die tegenkomt in het bos denk je inderdaad dat er een aardappel ligt.
Bertus van der Velde uit Eelde stuurde me een foto van de Reuzensluipwesp en vroeg of deze overeen kwam met het sluipwespje waarover vorige week werd geschreven. Dat is geenszins het geval. Neem alleen het formaat van beiden. Die van Bertus meet met legboor wel 7 cm en het wespje waarover ik schreef meet slechts enkele millimeters. Bovendien legt de Reuzensluipwesp zijn eitjes in de larven van vooral boktorren die in hout leven. Met veel tastzin speurt zij deze op, verdooft ze eerst en legt er vervolgens een eitje in. Daaruit komt vervolgens een larve die de geparasiteerde boktorlarve van binnen leeg eet. Door de wesp waarover ik schreef werd een lieveheersbeestje, de kever zelf dus, geparasiteerd. De mooie foto van Bertus kunt u trouwens bewonderen op de website van IVN Roden, met een kort verhaaltje erbij.

Afgelopen week heb ik een wandeling gemaakt langs de Nienoordsingel, vanaf de poort naar Midwolde en weer terug. Met de paddenstoelen wordt het de laatste tijd wat minder, zeker nu er nachtvorst is geweest. Toch zag ik er nog heel wat soorten, vooral de Beukenrussula en op maar liefst 6 plekken cantharellen. Daarvan had ik best een maaltje kunnen verzamelen, maar volgens de regelgeving mag je ze niet eens plukken. Daarnaast stonden er amanieten, boleten, melkzwammen en nog zo het een en ander, allemaal symbionten van de beuken. Eigenlijk was ik er voor iets anders, want in deze krant werden vorige week allerlei opmerkingen gemaakt over ’eeuwenoude’ bomen, vol met holtes, die elk moment kunnen omvallen vanwege de schimmels die de wortels hebben aangetast. Ook zouden er tientallen bomen jaarlijks tot 2006 zijn gekapt. Ik zag bij slechts 4 bomen dat ze door zwammen waren aangetast, hetgeen neerkomt op 1% van het totale aantal bomen. Een heel ander getal dan de 40% die de gemeente hanteert. Zij heeft alle bomen die een beetje afwijken van hoe je vindt dat een ’gezonde’ boom er uit moet zien bij elkaar opgeteld en kwam zo op dat percentage. Daarover is het laatste woord nog niet gezegd. Vanaf de poort tot aan het kasteel zijn er nogal wat bomen uitgevallen, maar de nieuwe bomen zijn er goed aangeslagen. Eenvormig is het daar niet, maar wat geeft dat. Vanaf het sportveld met de beukenhaag links en een eindje verder na de toegang rechts waar bedrijvigheid plaatsvindt zie je de bomen keurig in het gelid staan, waar nauwelijks schakels in ontbreken. Daar zag ik voor de knik naar rechts een aangetaste boom, in de knik één en op het eerste gedeelte, tot aan het water nog één. Op de foto ziet u het laatste stuk naar Midwolde dat volgens een door de gemeente gehanteerd rapport zwaar is aangetast. Juist dat gedeelte wordt merkwaardig genoeg door deskundigen beoordeeld als zeer vitaal. Al wandelend heb ik zo de nodige gesprekken met passanten gevoerd en ben er achter gekomen dat er steeds meer verzet komt tegen de plannen van de gemeente. Bovendien waren alle fietsers en wandelaars eensluidend over het soort wegdek: zij prefereren een strak stukje asfalt en vinden een klinkerweg maar niks.