06-12-2011 - Met weemoed

Afgezien van de gestage fysieke aftakeling heeft het ouder worden ook zijn pluspuntjes, namelijk dat er steeds meer mooie herinneringen zijn. Nu de natuur in Nederland meer en meer onder druk komt te staan door het (wan)beleid van het huidige kabinet, groeit het besef dat wat we nog aan natuur hebben (en eigenlijk nog ontwikkeld moet worden) de moeite van het beschermen waard is. Maar soms wordt geld gestoken in projecten waarbij je de vraag kunt stellen of het wel zinvol is; u weet wel, van die bodemloze put.

In 1967 toen ik systematisch begon met het noteren van vogels die ik waarnam, werden Korhoenders nog vrij veel gezien. Zo kwamen ze voor in het Fochteloërveen, maar de aantallen liepen daar en elders steeds verder terug. Op een andere plek, het Bunnerveen, waren ze al verdwenen nadat dit gebied tijdens en na de oorlog op de schop was gegaan. Van het eens grote natuurgebied resteerden nog slechts enkele snippers, wat te weinig was voor de instandhouding van de soort. Het lag trouwens niet alleen daaraan, het Korhoen is namelijk gebaat bij kleinschaligheid, heideterreinen en hoogveengebieden, omgeven en/of afgewisseld met kruidenrijke cultuurgronden. Men begon echter in de landbouw steeds ’effectiever’ te werken, hetgeen wil zeggen dat er bij de bestrijding van onkruid veel gif werd gebruikt en bovendien werd er intensiever bemest. Voor korhoenders waren dat kwalijke ontwikkelingen, want het betekende minder voedsel, rust en beschutting. Steeds meer gebieden kwamen geïsoleerd te liggen, wat voor deze honkvaste (stand)vogel negatieve gevolgen heeft. Bij ongunstige omstandigheden trekken ze er niet weg, maar ze sterven uit.

Korhoenders heb ik zelf nog regelmatig gezien, niet op de hierboven genoemde plekken, maar wel in de buurt van Frederiksoord waar ik studeerde. Daar kwamen ze toen nog op verschillende terreinen voor. Zo noteerde ik op 25 november 1967 op de Dwingeloosche Heide bij de Davidsplassen 10 exemplaren, 6 mannetjes en 4 vrouwtjes; op 25 september 1968 op het Westerzand bij Havelte 10 vogels, 8 mannen en 2 vrouwtjes. Meestal zag je meer mannetjes dan vrouwtjes, maar op 2 januari 1969 zagen we tijdens een excursie van de NJN op het Doldersummer Veld 16 vogels, waaronder maar liefst 11 vrouwtjes. Daarna vertrok ik uit die omgeving en heb nog slechts een enkele keer korhoenders gezien. De laatste keer was op de Holterberg (Sallandse Heuvelrug), een jaar of twintig geleden. Sindsdien nooit meer en moet ik het dus doen met de herinneringen aan de ontmoetingen van toen. Iets wat je zonder meer meegemaakt moest hebben was het baltsen van de hanen, het zogenaamde bolderen, waarbij ze een spectaculair geluid maken. Daarom trok ik er eens voor dag en dauw op uit naar een bekende baltsplaats op het Doldersummer Veld, maar dichtbij gekomen hoorde ik dat ze al bezig waren. Hierdoor werd ik gedwongen me in tijgergang verder voort te bewegen, want verstoren wilde ik ze niet. Veel kreeg ik niet te zien, slechts een enkele glimp, want op een gegeven moment gingen ze er vandoor. Misschien hadden ze me toch opgemerkt. Maar waar het me vooral om ging, het geluid dat de mannetjes tijdens het baltsen maken, dat hoor ik nu tijdens het schrijven van dit stukje nog steeds. Zoiets beklijft, zeker wanneer je daar in je eentje op die grote stille heide verkeert, ook al is het alweer lang geleden.

Dat ik het 45 jaar na dato hier nog over heb heeft te maken met een bericht in het blad ’Vogels’ van Vogelbescherming Nederland. Daarin wordt vermeld dat er nu nog slechts enkele hanen en hennen op de Sallandse Heuvelrug leven. Het zijn de laatste vogels in Nederland. Een importeur van een bekend whiskymerk doneert per verkochte fles € 3,- voor het instandhouden van de soort in Nederland. Al vele jaren loopt een project met dit doel, maar ik heb de hoop al lang geleden opgegeven dat het hier met het Korhoen nog wat wordt. Iemand die het project begeleidt wilde me eens wijsmaken dat het net kippen zijn, dan moet het toch lukken zei hij. De praktijk wijst echter anders uit. Ik moet het doen met herinneringen aan de ontmoetingen met deze vogels. En aan de whisky ga ik niet, ik houd het ’gewoon’ bij wijn.