21-12-2011 - Wensen

Een enkele keer gebeurt het wel eens dat ik ergens rondloop en aan een bepaalde vogel denk in de trant van: ”Het zou me niet verbazen dat ik hier een Blauwe kiekendief te zien krijg”. Verwijzend naar het gezegde: ’De wens is de vader van de gedachte’, kwam dat talloze keren uit. Op het moment dat ik een bepaalde ’wenssoort’ inderdaad te zien krijg maakt zich een licht euforisch gevoel van mij meester. Maar laat ik het niet overdrijven.

Als je al decennialang naar vogels kijkt weet je wat je ongeveer kunt verwachten. Aan een Blauwe kiekendief denk je niet wanneer je zomers hier in de buurt rondstruint. Nou ja, misschien zie je hem in het Lauwersmeergebied, maar niet in Noord-Drenthe en het Zuidelijk Westerkwartier. Beide gebieden zijn trouwens nooit in trek geweest bij deze in Nederland uitstervende broedvogel. Hij was vooral te zien op de Waddeneilanden, maar daar is het aantal broedparen drastisch afgenomen. Volgens mijn informatie broedt de vogel alleen nog op Texel en dan heb je het misschien over 2 of 3 paartjes. Het heeft onder meer te maken met de voedselsituatie. Op Ameland zag ik in het verleden regelmatig een ’blauwe kiek’ met een konijntje er vandoor gaan, maar zoals u vermoedelijk wel weet gaat het met het konijn ook niet bijster goed. Soms gebeurt het dat er ergens omstandigheden ontstaan waardoor bepaalde broedvogelsoorten explosief in aantal kunnen toenemen. Zo profiteerde de Blauwe kiekendief van de drooglegging van Zuidelijk Flevoland en beleefde daar in de jaren zeventig van de vorige eeuw een piek van wel 40 – 50 broedparen. Toen de polder in cultuur werd gebracht verdwenen echter de optimale omstandigheden en daarmee ook deze ’kiek’.

In onze contreien moeten we het doen met een enkele vogel die hier als wintergast verblijft. In deze tijd bestaat de mogelijkheid dus dat u de vogel hier kunt spotten. Soms deelt een enkeling enthousiast mee er één gezien te hebben en dan betreft het meestal het mannetje. Deze is fraai blauwgrijs van kleur en met de zwarte, contrasterende vleugelpunten is het een opvallende verschijning. Dit in tegenstelling tot het vrouwtje dat bruin is met slechts een witte stuit. Dat is vrij logisch omdat je als grondbroeder vooral niét moet opvallen. De taken zijn namelijk verdeeld, het vrouwtje broedt en het mannetje jaagt. De laatste jaren waren er in de wintertijd meldingen uit de buurt van Langelo en tevens van het Noordsche Veld. Op de laatste plek was het dat ik op weg naar de heide liep te mijmeren over de blauwe kiek en hem daar - tot mijn blijde verrassing - te zien kreeg.
Een andere kiek die we hier zomers aantreffen is de Bruine kiekendief. Deze soort heeft ook zorgelijke tijden gekend, maar is nu met ongeveer 1400 paartjes in Nederland goed vertegenwoordigd. Een goede plek waar u deze vogel kunt waarnemen is bij het Leekstermeer. Vooral aan de noordzijde broedt hij, eigenlijk dus zij, en in de broedtijd is het mannetje er veelvuldig jagend te zien. Ik stel me zo voor dat u daar vanuit de grote uitkijktoren een goed zicht op hebt. Op de foto van Pia Zomer ziet u er een. Vanaf mei tot augustus kan de vogel waargenomen worden, want ’s winters trekt hij weg en bivakkeert deze kiek in het Middellandse-Zeegebied. Enkele ’opportunisten’ overwinteren in het Deltagebied.

We kennen in Nederland verder nog de Grauwe kiekendief, ook een zomergast, die vooral in Oost-Groningen is gaan broeden toen daar landbouwgronden braak werden gelegd. Dat wordt nu niet meer gedaan, maar de vogel is wel trouw gebleven aan dit gebied waar hij vooral in akkers met luzerne broedt. Het scheelt daarbij dat een fanatieke groep mensen aan nestbescherming doet, want zonder de samenwerking van akkerbouwers en vogelaars zou het broedresultaat minder positief zijn.
Kiekendieven associeer ik met ’wiekelen’, wat voor mij inhoudt: wenden, keren, draaien, kortom druk bezig zijn. Toch wordt het woord wiekel, ook wel wickel, gebruikt voor andere roofvogels. Zo wordt de Torenvalk ’rode wickel’ genoemd en dan heb je ook nog de ’blauwe wickel’, waarmee de Boomvalk wordt bedoeld. Maar voor mij zijn kiekendieven de echte wiekels. Of moet je ze dan wiekelaars noemen?