28-12-2011 - Een jaar lang

Leuk hè, zo’n roodborstje. In het echt wel, maar jaren geleden kreeg ik een stapeltje kerstkaartjes van de vleeswarenspecialist op de markt met een afbeelding van een roodborstje. Met afstand was het de lelijkste kerstkaart die ik ooit in handen kreeg. Kerstmis hebben we achter de rug en nu, in de laatste week, wordt er veel teruggekeken op het jaar dat bijna achter ons ligt. Dat doe ik ook een keer en kijk naar de onderwerpen die hier de revue passeerden.

Daaruit blijkt dat vogels zonder meer een favoriet onderwerp zijn. Het leidde tien keer tot een stukje. Over planten ging het vijf keer en over een andere voorkeur van mij, paddenstoelen, slechts twee keer. Andere onderwerpen waren: insecten (drie keer) en een enkele keer amfibieën, zoogdieren, slakken. Maar het ging over het algemeen over natuurbeleving. Maar liefst twintig columns hadden niet een specifiek onderwerp, maar ging het in zijn algemeenheid over de natuur. Wie telt komt nog niet uit op 51. Twee lezers kwamen met hun beeltenis in de krant, wat eigenlijk ook te maken had met natuurbeleving. Wat mij betreft gebeurt dit vaker. Meldingen over een natuurgebeurtenis blijven sowieso welkom, hetgeen echter niet altijd leidt tot een vermelding in deze column. Vaak komt het wel te staan op de website van IVN Roden. De andere keren was (wan)beheer het onderwerp, het gaat dan wel over natuur, waarbij de politiek (helaas) in beeld komt. Zo ging het op 9 augustus (‘Klepperdeklep’) over de ooievaars op de havezate Mensinge in Roden. Deze moesten maar verkassen naar een nestpaal dichtbij, want de schoorsteen werd zo vies. IVN Roden schreef daarover een officiële brief, kreeg geen antwoord, maar laatst werd tijdens een bijeenkomst duidelijk dat wethouder Huisman zijn belofte gestand doet en dat de vogels op de havezate mogen blijven. Ze beslissen zelf maar waar ze gaan broeden. Dat is dan geregeld. Ik durf er mijn pet onder te verwedden dat ze de eerstkomende 10 jaar voor de schoorsteen kiezen.

Verder was de Nienoordsingel hét onderwerp, voor het eerst op 7 juni onder de kop: ‘Kaalslag op Nienoord’. Bijna waren daar ruim 400 beuken zonder al te veel protest geveld, maar gelukkig kwam er vanuit de bevolking steeds meer verzet tegen de ‘Kwaliteitsimpuls Nienoordsingel’. De verantwoordelijke wethouder wakkerde dat zelf aan door op 24 september op feestelijke wijze de eerste boom om te zagen onder het motto: ’Leek hout van u’. Om de kap te rechtvaardigen verklaarde de wethouder dat de bomen oud zijn en in hun laatste levensfase verkeren. De meeste mensen weten inmiddels dat de bomen van middelbare leeftijd zijn en dat er weinig aan mankeert, maar mevrouw Haseloop wil niet weten van aanvullende informatie door deskundigen en stak afgelopen week wederom haar bekende riedel af in het Dv/hN. Ze volgt kennelijk trouw de projectleider die er ook al meerdere keren blijk van heeft gegeven niet open te staan voor de mening van anderen. Overigens gaat het hier puur om een pot subsidie binnen te halen en niets anders. Vorige week kwam Henk Koekoek, politiek leider van Groen Noordenveld, in deze krant aan het woord. Hij vindt het absurd dat lijsttrekkers zomaar wethouder kunnen worden zonder dat ze ter zake kundig zijn. Daar heeft hij gelijk in, vind ik. Tegenwoordig kun je, bij wijze van spreken, nadat je eerst in een kroeg achter de tap stond, op school les gaf of in het bos bomen kapte zomaar, zonder gebleken geschiktheid, wethouder worden. In de praktijk worden daardoor wethouders aangestuurd door ambtenaren, in plaats van andersom. Dit ambt heeft niet meer de statuur van weleer en het is niet voor niets dat wethouders vaak vroegtijdig moeten opstappen. En dat gebeurt, naar mijn mening, vanwege coalitiegedrag nog te weinig.

Nu even terug naar het favoriete onderwerp van velen. Op de foto, alweer van Pia Zomer, ziet u dus een Roodborst. Een mevrouw meldde laatst dat ze er twee in de tuin had. “Maar dat kan niet, buiten de broedtijd dulden ze soortgenoten niet in hun territorium”, zei ik. Mevrouw had een pasklaar antwoord: ”Nou ja, één zit in de voortuin en de ander vertoeft achter”.