07-02-2012 - Overwinteren

Zo langzamerhand weten we wel dat het weer in Nederland aan het veranderen is. Steeds meer hebben we met extreme omstandigheden te maken. Langdurige droogte wordt gevolgd door uitzonderlijk natte perioden en bloeiden anderhalve week geleden nog de krokussen, nu is het land in de greep van de winter en wordt er uitgekeken naar, eindelijk weer, een Elfstedentocht. Voor mij mag het, al was het alleen maar omdat een goede kennis er voor is ingeloot.

Mocht het inderdaad zover komen dan zal ik er zeker vanuit mijn luie stoel af en toe naar kijken, net als in 1997 toen ’spruitjeskweker’ Henk Angenent de tocht der tochten won. Dat was op een zaterdag hetgeen goed uitkwam, want bijna heel Nederland kon er toen van genieten. Bij een happening van dit formaat hoef je met de televisie die er bovenop zit niks van het spektakel te missen. Op internet wordt overigens al gespeculeerd dat het wellicht vrijdag zal plaatsvinden, maar ik kan me, van overheidswege, voorstellen dat zaterdag een geschiktere dag is. Op die site werd trouwens gezegd dat we vanwege de economische malaise van nu best een feestje kunnen gebruiken! Dat gun ik een ieder die er reikhalzend naar uitkijkt, maar zal er geen traan om laten wanneer het alweer niet doorgaat. Het jaar dat er wél één zal plaatsvinden komt volgens Jan Uitham, de nummer 2 van 1963, hoe dan ook steeds dichterbij. Verwijzend naar de extreme weersomstandigheden waarmee we steeds meer te maken hebben past dat wel in het toekomstbeeld. Wat dat betreft is het zelfs best mogelijk dat er meerdere jaren na elkaar een tocht is, hoewel me dat niet echt wenselijk lijkt. Dat zou een beetje teveel van het goede zijn en gaat ten koste van de heroïek waarmee het is omgeven.

Voor een hoop dieren is het momenteel zaak om te overleven. Eigenlijk is de koudegolf van nu helemaal niet verkeerd, omdat er dan een natuurlijke selectie plaatsvindt waarbij de allersterksten  overleven. Wanneer echter de vorst nog langer aanhoudt wordt de situatie ook voor de sterksten penibel. Denk daarbij aan reigerachtigen en vooral de IJsvogel, waarvan de populatie de laatste jaren, na een dip als gevolg van enkele strenge winterperioden, redelijk was hersteld. Ook voor de Kerkuil is het nu afzien. Gelukkig is er niet een enorm pak sneeuw gevallen, want dan zouden hun prooien, muizen, zo goed als onbereikbaar zijn. In die barre winter in 1963 (toen Paping won) was dat het geval en waren er nog slechts enkele kerkuilen over in Nederland. Toen duurde het vele jaren voordat er weer sprake was van een ’normale’ populatie, hetgeen mede te danken was aan het beschermingswerk van veel vrijwilligers. Op zich is het trouwens niet echt een grote ramp wanneer de populaties van bepaalde diersoorten worden gedecimeerd. We moeten namelijk wel voor ogen houden dat we het dan over de Nederlandse situatie hebben en, met alle respect, ons land is maar een heel klein stipje op de wereldkaart. Met andere woorden: het betekent niet het einde voor zo’n diersoort. Langzaamaan herstellen populaties zich daarna wel weer, desnoods vanuit andere landen.

De vogels die hierboven zijn genoemd zijn dus kwetsbaar en niet of nauwelijks door mensen te helpen; nog afgezien van het feit of dat wenselijk is. Er zijn tal van vogels die we wel tijdens deze winterse omstandigheden helpen door ze bij te voeren. Voor deze vorstperiode waren daar al tal van mensen mee bezig, hoewel vanwege het zachte weer van toen de voederplekken niet of nauwelijks werden bezocht. In de vrije natuur was toen volop voedsel te vinden, vandaar. Nu is de situatie anders en zien we tal van vogels dicht bij huis, tenminste wanneer u ze voedert. Het biedt mensen de gelegenheid vogels goed te bekijken. Het zijn niet alleen de meest algemene soorten die je nu ziet: Kool- en Pimpelmees, Roodborst, Winterkoning, Merel en Huismus. Andere mezen laten zich nu ook zien, bijvoorbeeld de Zwarte mees, Kuif- en Staartmees. En wie ’geluk’ heeft kan een Sperwer waarnemen die één van de door u gekoesterde vogeltjes verschalkt. Die zal waarschijnlijk eerder kans op slagen hebben dan de poes op de foto. Of zou die denken vanuit deze schuilplaats een kansje te maken?