22-02-2012 - Doffe dreun

Hoe vaak gebeurt het dat vogels tegen ramen van woningen (of windschermen) vliegen. Bij ons komt dat jaarlijks wel eens voor en vaak zelfs meerdere keren. Wanneer je een berekening zou willen maken voor heel Nederland kom je uit op vele honderdduizenden botsingen. Dat daarbij heel veel dodelijke slachtoffers vallen laat zich raden. Toch loopt het geregeld nog goed af en sta je versteld dat na een enorme doffe dreun vogels de aanvaring overleven.
Dat was een tijdje geleden het geval toen na een harde knal een Merel groggy bij ons op het terras lag. Dan is het verstandig de vogel eerst met rust te laten om te zien wat er vervolgens gebeurt. Eerst vreesde ik het ergste, maar na een tijdje richtte de vogel zich op, schudde zijn veren en begon daarna verwoed in een hoopje bladeren te wroeten, alsof er niets aan de hand was. Hij, het was een mannetje, was snel van de klap hersteld. Soms duurt het langer, zelfs veel langer. Vorig jaar schreef ik over een Houtsnip die eigenlijk was opgegeven, ook al omdat deze ’scheel’ uit zijn ogen keek en een vleugel iets afhing. Maar drie dagen later bleek deze vogel toch te zijn gevlogen.
Afgaande op mijn eigen ervaring overleven de meeste vogels aanvaringen met ramen. In ongeveer één op de vijf gevallen valt er een slachtoffer te betreuren. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat ze wel wegvliegen, maar later toch aan (inwendige) verwondingen bezwijken. Daarbij maakt het niet uit of vogels groot of klein zijn. Wat ik nog nooit heb meegemaakt is dat kraaiachtigen tegen ramen vliegen. Waarschijnlijk zijn ze zich er terdege van bewust hoe de situatie is. Bovendien zullen zij minder snel in paniek raken, want je mag er vanuit gaan dat in veel gevallen vogels in een vluchtreactie tegen ramen vliegen, bijvoorbeeld wanneer ze belaagd worden door roofvogels. Zeker wanneer er zich een raam tegenover een ander raam bevindt zien veel vogels de belemmering niet.
Dat zal vermoedelijk ook zo zijn geweest bij Loes en Jaap ten Bosch die aan het Zuidenveld in Roden wonen. Van hen ontving ik de foto die u boven dit stukje ziet. Die is ongeveer twee weken geleden tijdens de vorstperiode gemaakt, toen veel vogels gebruik maakten van de voederplekken die mensen in hun tuin hadden ingericht. Predatoren zijn daar waar hun prooidieren zich ophouden, zelfs wanneer dat dicht bij het centrum is. Op de foto ziet u het silhouet van een vrij grote vogel en zelf vermoedden ze dat het een roofvogel is: wellicht een Sperwer of misschien zelfs wel een Havik. Als informatie werd vermeld dat het raam 65 cm breed is en dan kom je uit op een vrouwtje Sperwer. De spanwijdte van een vrouwtje is namelijk minstens tien cm groter dan van het mannetje, ongeveer 80 cm. Dezelfde verhoudingen zie je bij de Havik, maar dan heb je het over een spanwijdte van meer dan een meter. Vandaar dat ik het op een Sperwer(vrouw) houd.
Waarschijnlijk achtervolgde de roofvogel een prooi – bijvoorbeeld een Merel – die wellicht op tijd wist uit te wijken, want daarvan werd geen afdruk gevonden. Die kon misschien de koers op het laatste moment nog wijzigen. Van sperwers is bekend dat ze behoorlijk onstuimig zijn tijdens de jacht, bij het doldrieste af. Aan de afdruk kun je nog wel zien dat de vogel op het laatste moment ’vol op de rem heeft getrapt’, maar een botsing met het raam was onvermijdelijk. Loes en Jaap waren op dat moment thuis en spraken van een behoorlijke dreun. Ze vreesden het ergste, maar toen ze buiten keken troffen ze niets aan. Dus ook in dit geval is het goed afgelopen, althans voor de Sperwer. Uit de foto kan niet afgeleid worden of een prooi al dan niet is geslagen.
Van Bertus van der Velde (Eelde) ontving ik nog een zeer speciale foto, die te zien is op de site van IVN Roden. Hij fotografeerde een kraai op een dode vogel met daarvoor twee blauwe reigers. Thuis op de computer bleek dat hij daarbij een IJsvogel, die dichtbij in een struik zat, over het hoofd had gezien. In eigen woorden: ”Ik zocht het paard en zat er bovenop”.