10-04-2012 - Leuke vondst

Voor het maken van de foto ben ik vorige week woensdag op bezoek geweest bij Timo Velthuis en buurvrouw Leonie Waalkens in Haulerwijk. Daar wonen ze aan de Koudenburgerweg met achter hun huis een prachtig park waar de natuur haar gang mag gaan. Er is veel bos met enkele open ruimtes. Makkelijk voor Leonie, want via haar achtertuin wandelt ze zo het bos in, om haar twee honden uit te laten. Ze schildert trouwens zeer verdienstelijk, vooral stillevens. In haar woonkamer zag ik dat Henk Helmantel’s werk op het hare lijkt.

Leonie had mij een foto gestuurd met de vraag wat voor beestje in het gevlochten kokertje zit (zie kleine foto van Leonie). Timo was daar mee komen aanzetten nadat hij bij hen in de vijverbak meerdere had zien drijven. Bij nadere inspectie zag Timo dat er pootjes uit de kokertjes staken en dat was iets wat hij nog nooit eerder had gezien. Natuurlijk wilde ik hen het antwoord op die vraag geven, vooral ook omdat ik het altijd geweldig vind wanneer jeugd zich interesseert voor de natuur. Timo is nu nog 10, maar op Koninginnedag viert hij zijn elfde verjaardag. Maar voordat ik antwoord kon geven bleek dat Timo, samen met moeder Yvonne, via internet er al achter was gekomen dat het kokerjuffers waren.

Kokerjuffers zijn de larven van schietmotten en die worden zo genoemd omdat ze wel wat op motten (vlinders) lijken. Ze verschillen hiervan door de fijne beharing op de vleugels die bij vlinders met schubben zijn bedekt. Om dat goed te kunnen zien heb je wel een loep nodig. Een ander (groot) verschil is dat vlinders (meestal) beschikken over een langwerpig orgaan (roltong) waarmee ze voedsel kunnen opzuigen; die ontbreekt bij schietmotten. Wat bij schietmotten verder opvalt zijn de antennes die soms zeer lang zijn.

Schietmotten eten trouwens niet of nauwelijks en zijn vooral ’s nachts actief. In dit stadium zijn ze maar met één ding bezig: het voortbestaan van de soort. Na de paring worden de eitjes gewoonlijk afgezet in geleipakketjes in of op het water, vooral aan stengels. Wanneer de eitjes in het najaar uitkomen maken de larven (de kokerjuffers dus) van allerlei materiaal (steentjes, plantendelen, slakjes) hun ’huisjes’ die bijeen worden gehouden door zijdedraadjes die worden afgescheiden door de speekselklieren. De verplaatsbare, veelal kokervormige, huisjes verschillen allemaal per soort en daarin zijn de larven in het water goed gecamoufleerd. Slechts de kop en poten steken eruit wanneer ze zich voortbewegen. Ik heb niet kunnen achterhalen welke soort kokerjuffer het is. Dat is ook niet eenvoudig, want in Nederland komen er maar liefst 180 soorten kokerjuffers voor en wereldwijd zelfs 6000. Het toont nog eens aan hoe enorm divers de wereld van de insecten is.

De foto met Timo en Leonie is gemaakt in de achtertuin van Timo bij de vijverbak (met de prachtige Dotterbloem) waarin hij de kokerjuffers vond. Moeder Yvonne vertelde me dat de bak helaas over enige tijd moet verdwijnen, omdat de houten bekisting minder wordt. Deze dreigt namelijk door de druk van het water te bezwijken. Om al het leven in de bak te behouden lijkt het mij het beste om op dezelfde plek een nieuw vijvertje te graven en hiervoor goede folie te gebruiken. Bij het aanleggen daarvan is het aan te bevelen dat ze dan zoveel mogelijk organismen uit de oude vijverbak overzet, ook het water. Een tuinvijver trekt heel veel natuur aan en voor Timo is het mooi om dit dichtbij huis te kunnen onderzoeken.

De krant

Plaats uw advertentie al vanaf 1 Euro!
Rubrieksadvertentie plaatsen

Advertenties