Sommige mensen weten op fraaie wijze onder woorden te brengen dat ze erg content zijn met hun woonomgeving. Het is al weer een tijdje geleden dat er een melding kwam van Geke Buist-Boer die aan de Postemastraat in Roden woont. Tegenover haar ligt een strookje bos waardoor Geke zich ’als een juffertje in het groen’ waant. Dat vind ik nou een mooie omschrijving.
Geke had bij haar in de straat ’vreemd’ gedrag van een Grote bonte specht waargenomen. Die was boven op een lantaarnpaal gaan zitten om er vervolgens een gevecht mee aan te gaan, althans dat leek zo. Je ziet wel vaker dat vogels een gevecht aangaan met hun spiegelbeeld, waaraan soms geen einde lijkt te komen. Ga maar na, wanneer een vogel ermee ophoudt ziet hij dat de ’ander’ dat ook doet en dat is dan een sein om toch maar weer in de aanval te gaan, enzovoort. Nu had Geke gemeld dat die specht ook aan het roffelen was op de kap van de lantaarnpaal en daarbij waren de vleugels recht omhoog gestoken. Dat roffelen doen de mannetjes om hun territorium af te bakenen en dat begint al in de winter. Dat doen ze normaliter op bomen, maar soms dus op andere plekken. Je kunt je voorstellen dat het roffelen op de kap van een lantaarnpaal een bepaalde resonantie heeft waar zo’n beest misschien wel op kikt en daardoor opgewonden raakt. Uit Roderesch meldde Arnold Pera een jaar eerder al dat een Grote bonte specht achter zijn huis een nestkastje gebruikte om zijn roffel te laten horen. Dat klinkt dan ook best indrukwekkend en daar gaat het om.
Geke stuurde ook nog de foto die u boven dit stukje ziet. Ze hoorde op een ochtend een hoop kabaal waarna ze, gewapend met fototoestel, naar buiten ging om daar te ontdekken dat een Nijlgans boven op een schoorsteen was gaan zitten en met veel misbaar een vrouwtje lokte. Wellicht zag hij in die schoorsteen een ideale broedplek, maar daar is het niet van gekomen. Een serie foto’s van dit gebeuren treft u op de website van IVN Roden onder de knop: Waarnemingen (week 16).
Ook uit Roden kwam een melding van Joke Vortman. Tijdens het uitlaten van haar hond had ze aan de Weth. Deodatusplantsoen heel veel dennenappels zien liggen onder loofbomen. Ze vroeg zich af of dit wellicht het werk was van een specht en daarmee sloeg ze de spijker op de kop. Zo’n (Grote bonte) specht vervoert die dennenappels naar de boom om er, gezeten op een geschikte tak (waarop hij hem kan vastklemmen), de zaden uit te halen. Zo’n plek wordt een smidse genoemd. Af en toe kom ik ook smidsen tegen van bijvoorbeeld een Zanglijster. Eén keer was dat midden in een aangeplant sparrenbos ergens in de Veenkoloniën, bepaald geen plek waar je een Zanglijster verwacht. Maar dit had te maken met een daar aanwezige baksteen die door de lijster werd gebruikt om huisjesslakken te kraken, vandaar. Zo’n plek wordt vanwege deze ’werkzaamheden’ ook een smidse genoemd. Dat er driftig gebruik van werd gemaakt mocht worden afgeleid van de hoeveelheid huisjes die daar lagen, wel een paar honderd.
De eerste zwaluwen
Afgelopen zaterdag was ik samen met de coördinator van de florawerkgroep van IVN Roden aan de Meerweg – die vanaf Nietap naar het Leekstermeer leidt – op zoek naar Veenreukgras, een vrij bijzondere soort waarvan melding was gemaakt. Dat troffen we (nog) niet, maar links van de weg, wat ’De Jarrens’ wordt genoemd, zagen we wel een Zilverplevier rondscharrelen, een prachtige vogel. Ook vlogen er enkele Boerenzwaluwen rond, waarmee mijn metgezel verguld was, want zij had ze dit jaar nog niet waargenomen. Even later kregen we tevens andere zwaluwen in beeld die we nog niet hadden gezien: Gierzwaluwen. Er vlogen er wel een stuk of vijftien rond. Omstreeks Koninginnedag zie je ze trouwens meestal weer in de dorpen verschijnen. Boven Leutingewolde zagen we vervolgens opnieuw Boerenzwaluwen, maar nu wel een stuk of zeventig. Die vlogen daar constant rond in de luwte van een bosje. Net als die Gierzwaluwen zullen ze hun kostje (insecten) wel bijeen gescharreld hebben, hoewel dat nauwelijks voor te stellen was, want koud dat het was!