03-02-2009 - Luchtspiegeling

Op 13 februari wordt er in Roden een gedenkteken voor Vaslis onthuld. Tot die tijd wordt er in de Krant wekelijks een gedicht van de Roner dichteres besproken. Deze keer een bijdrage van Jacob Hilbrands. Hij bespreekt het gedicht ‘Luchtspiegeling’. Voor meer informatie: www.vasalis.info.

Luchtspiegeling

Midden in deze woestenij
van zon, stenen en droog gewas
zie ik opeens mijn eigen land
- onaangetast door deze brand:
bleek water, mist over een wei,
zie ik hoe koel en zacht dat was.

IJl als de dunne, dode maan,
die overdag is blijven staan,
maar meer dan een herinnering,
begeerlijker dan enig ding
zie ik het verre water blinken,
trachten mijn ogen het te drinken.

Uit: M. Vasalis, Parken en Woestijnen (1940)

Denkend aan Holland / zie ik breede rivieren, schreef Hendrik Marsman in 1936 in zijn gedicht Herinnering aan Holland dat in 1999 werd verkozen tot Gedicht van de eeuw. Vasalis’ Luchtspiegeling is uit hetzelfde jaar, 1936, toen zij enkele maanden in Zuid-Afrika verbleef. Mogelijk kende ze Marsmans gedicht. Opmerkelijk is in ieder geval het overeenkomstige zie ik dat in beide gedichten aan het begin van de regel staat geplaatst. En beide dichters zien uit de verte vooral water.

Gerrit Komrij noemt De idioot in het bad van Vasalis het natste gedicht in de Nederlandse literatuur. Luchtspiegeling lijkt op die titel ook aanspraak te maken, maar dat is schijn. Het is het droogste gedicht in onze literatuur. Weliswaar oogt alles heel nat na de twee beginregels, maar die nattigheid ís er niet, die ontbreekt juist. De dichteres verlangt er hevig naar en de lucht spiegelt haar het koele water voor, maar Zuid-Afrika is een hete en droge woestijn. Van ver wordt Nederland zo een zinnenstrelend waterland, net als bij Marsman.

Zíjn gedicht gaat over Holland, haar gedicht over het verlangen naar dat land, haar eigen land. Naarmate hitte en droogte toenemen, groeit haar heimwee. Natuurlijk kunnen ogen niet drinken, hoezeer je ook tracht. Maar juist omdat dat niet kan, wordt door dat beeld van die drinkende ogen haar verlangen voor de lezer zo indringend versterkt dat we gulzig trachten met haar mee te drinken. Zo dompelt zij ons onder in een vergeten waarheid: de kou en de mist en het water vormen de verstilde schoonheid die ons omringt.

Jacob Hilbrands