06-01-2009 - Rebus in de Bus

Begin 2009 wordt er in Roden een monument ter nagedachtenis aan de dichteres Vasalis onthuld. Tot de onthulling van de door Erick de Lyon gemaakte versregels, wordt wekelijks een gedicht van Vasalis besproken. Deze keer wordt het gedicht ‘Rebus in de Bus’ besproken door Eddy van der Wal.
Wat doet een vmbo-leerling met een gedicht van Vasalis? Wat doet Vasalis met een vmbo-leerling? Deze vragen staan centraal in mijn bespreking van het gedicht “Rebus in de bus”. Het gedicht behandel ik in een les ergens in november 2008, een vervelende gure herfstdag. Als opwarmertje loop ik met de leerlingen van klas 4 naar de balustrade van het Open Leercentrum van de nieuwe Ronerborg en laat ze naar buiten kijken. Nu het herfst is en de bladeren vallen, kun je het vroegere huis van Vasalis vanuit de school zien staan. Vervolgens lopen de leerlingen in het Open Leercentrum langs de gedichtenposters om een favoriet te kiezen. Al snel wordt duidelijk dat een gedicht vooral ‘ergens over moet gaan’ en ‘dicht bij je moet staan’. En als het dan ook nog lollig is, dan is het gedicht ‘de jus over de aardappels’. Oei Vasalis, denk ik.We gaan terug naar het lokaal. Een bijna Pavlov-reactie volgt als ik zeg dat het vandaag dus over gedichten gaat. De vermoeide blikken en afkeurende ahhhhhh’s zijn niet van de lucht. De opmerking dat ze uiteindelijk met hun reacties in de krant komen, zorgt voor enige aandacht.
Rebus in de Bus
Wie zaten er vanochtend in de bus
behalve de chauffeur wiens roze wang
zo vloekte met zijn mooie rooie haar.
Een woeste oude boer met grijze ogen
en zijn gezicht in aanslag, en een woelig kind
doofstom, dat met zijn eigen dunne vingers praatte.
Een vrouw van vijftig, een zigeunerin of zo
ze stapte uit bij het woonwagenkamp
ze had een luipaard-jasje aan en kleine oren.
Een papoea-familie, drents van spraak
zo lief, zo lelijk en zo onbevangen.
Ik zat en luisterde en zag het aan
eerlijk gezegd en tegen beter weten in
verwachtend dat nu eindelijk “De Zin”
zichzelf in deze bus zou openbaren
van al die raadselachtige aanwezigheden.
Maar nee-natuurlijk nee. De conclusie was
ik houd van mensen in een bus, ik houd van gras
en lucht. Ik rij van Groningen naar Roden.
Ik leef een tijdje. Ik begrijp het niet,
zelfs niet als ‘Het’ zo duidelijk wordt aangeboden.
De oude kustlijn, p..24
Op het digitale schoolbord tover ik het gedicht tevoorschijn en vraag de leerlingen om het gedicht niet één, maar zelfs twee keer te lezen (zucht). We peilen de eerste meningen: saai, stom, diep, wel lief, sappig, vaag, geheimzinnig, apart en nog zo wat kreten. Het is duidelijk: Vasalis en mijn vierde klas, dat is geen liefde op het eerste gezicht. Het wordt tijd dat de leerlingen wat vraagtekens bij het gedicht plaatsen. Waar loopt het lezen vast? Ineens zitten enkele leerlingen aan de voorste tafeltjes in het lokaal, zogenaamd omdat ze het gedicht achterin niet konden lezen. In stilte worden er vraagtekens geplaatst in het gedicht. Wat is eigenlijk een rebus? Wat is een woelig kind? Wat wordt er bedoeld met De Zin? En wat betekent het woord Het in de laatste zin? Wat doen papoea’s in de bus van Groningen naar Roden?
Kleine inzichten bij de leerlingen ontstaan als vanzelf:
• De Zin is de zin die eruit komt, als je die rebus van mensen klaar hebt.
• Mogelijk hebben we hier te maken met de zin van het leven.
• De Zin is misschien de reden voor al die verschillende mensen in de bus.
• Het is misschien het nut, het doel van het leven.
• Zodra je het begrijpt, is het een mooi gedicht (Cruijff?)
• Het gedicht laat veel opties voor iemand om te bedenken wat de boodschap is.
• Hoe meer aandacht je eraan geeft, hoe mooier en diepzinniger het wordt
Na 45 minuten sluiten we tevreden af; één heel lesuur over één gedicht van Vasalis zonder gezeur. Met wat aandacht en een beetje inzicht doet zo’n gedicht wel wat. Alleen jammer dat we nog steeds niet weten wat die papoea’s in de bus deden.
Eddy van der Wal
Docent Nederlands Ronerborg