30-12-2008 - Ik droom steeds vaker

Begin 2009 wordt er in Roden een monument ter nagedachtenis aan de dichteres Vasalis onthuld. Tot de onthulling van de door Erick de Lyon gemaakte versregels, wordt wekelijks een gedicht van Vasalis besproken. Deze keer wordt het gedicht Ik droom steeds vaker besproken door Epko H.Bult..
Ik droom steeds vaker in mijn dromen
een barre grond, groot en verlaten,
gegolfd, versteend, verwonderlijk geplooid,
met kromme, bladerloze, grote bomen,
als een van te nabij gezien en oud gelaat,
en voel mij thuis – te dicht bij huis – gekomen.
Te sterk, te naakt, te vroeg berooid.
Daar is geen rust, gewen dood, al bloeit geen blad,
al is het stil – geen vogelstemmen...
De stilte en rust zijn schijn:
het hart van een cycloon,
al klopt het niet, een niet te temmen
kracht schijnt alles bij elkaar te klemmen.
Zo is het land, waarin ik woon.
O tovenaar, o kracht, waar zijn de vogels toch gebleven,
de kleine, warme, met hun ritselende veren,
die zich van takjes stortten met een dikke keel;
de twijgjes die zich verende herstelden
van ’t licht gewicht, dat het zo sierelijk verliet?
Het waren toch zo vele
Wanneer ik sterven moet, wil ik bij kleine vogels sterven
en water horen en de oortjes van het gras
zien spitsen en de losse aarde voelen.
Uit: Vergezichten en gezichten
Er wordt heel verschillend over de Rodense dichteres Vasalis gedacht. Van haar worden versjes boven overlijdensadvertenties geplaatst als uit haar gedicht SUB FINEM:
En nu nog maar alleen het lichaam los te laten-
de liefste en de kinderen te laten gaan...
het werd, het was, het is gedaan.
Maar als zij de gevoelens van mensen heeft getroffen in deze regels die je overal tegenkomt, dan is dat toch niet slecht, dan is dat toch datgene wat ze in mensen heeft geraakt!
Anderen vinden dat de gedichten van Vasalis twee lagen hebben: het simpele constaterende gedicht dat registreert wat de dichter ziet en daaronder datgene wat we zoeken. Onzin. Vasalis treft ons omdat ze zegt, opschrijft, wat we allen zien, denken, voelen, vinden!
Vasalis’ gedichten moeten gelezen worden, en zeker het bovenstaande gedicht, als een mythe, een sprookje. Als een magisch-realistisch verhaal zoals Willink een magisch-realistisch schilderij maakte.
Het gaat over een droom over het verleden: stenen, ‘gegolfde aarde’. Het gaat over magische schilderijen, zoals die in Rusland zijn gemaakt:’ kromme, bladerloze, grote bomen’!
Dan zien we een paradoxe stilte in een cycloon: vogelstemmen en krachten van het land.
Dat alles in een landschap die niet anders kan zijn dan een magisch landschap. Je zou het kunnen schilderen.
De tovenaar: hij herstelt de kracht, hij laat weer het landschap met vogeltjes en takjes zien. En in dat landschap, waar water is en gras en losse aarde, wil de dichter sterven. Geen mythe, geen visionair landschap maar gewoon in de losse aarde.
Dat is ook Vasalis: terugkeren uit het mythische naar het gewone land.
Epko H. Bult