09-12-2008 - Vergezichten en gezichten

Begin 2009 wordt er in Roden een monument ter nagedachtenis aan de dichteres Vasalis onthuld. Tot de onthulling van de door Erick de Lyon gemaakte versregels, wordt wekelijks een gedicht van Vasalis besproken. Deze keer wordt het gedicht ‘wandeling in de herfst’ besproken door Epko H. Bult.

Uit: Vergezichten en gezichten (1954)

Langs de gehurkte huisjes, met hun hard, dik haar
over hun voorhoofd, de verlaten tuinen, waar
de bonestaken met hun maagre vingers staan
-tussen verwilderend loof stijgt af en toe de dunne rook van vuren
en ver, tussen de hese, wit-uitgebeten, roodgesteelde grassen
blinkt het onzegbaar dorstverwekkende en schoongewassen
water van meertjes, die alleen maar in de herfst bestaan –
daar zijn wij, - zorgeloze neuriënde man, -
des zomers langs gegaan.
Nu loop ik er alleen en langzaam en ik stond
lang op de smalle brug, hoog boven de gezwollen stroom
waarin de grassen schuin het trage water wervlen deden.
Daar leek het land haast hol:
de donkre bodem van de heldre bol,
die de kristallen hemel ermee vormde.
Ver in het bos praatte een kind tegen een hond
zo helder en onzichtbaar,
dat ik m’ als een blinde voelde.
Heeft al ’t verlangen en de onrust van de zomer
geleid tot dit volmaakte, heldre ogenblik,
of is mijn hart verkoeld, is dit de eerste vorst?
Het water blinkt. Ik heb nog altijd dorst.

Dit gedicht is al zon 50 jaar geleden geschreven. In de jaren vijftig schreven dichters rijmloze verzen, alleen te onderscheiden van proza door hun vorm en te herkennen door woord- en zinscombinaties die bijzonder waren. Ik was zo’n 17 jaar toen ik haar eerste gedichten las. Ik vond ze traditioneel in vergelijking met de 50ers als Lucebert en Hanlo. Nu ik ouder ben begrijp ik Vasalis. Laten we het gedicht volgen. Wandeling in de herfst. De dichteres loopt in de herfst door het landschap en schrijft alles op wat ze ziet: huisjes, tuinen met loofloze bonestaken. Blijkbaar stoken de boeren vuurtjes van aardappelloof, zoals ik dat ook meemaakte in de veenkoloniën. Ze kijkt om zich heen en geniet. Ze staat op een bruggetje, zoals je die vindt aan de Drentse Aa. Het lijkt alsof ze in een bol kijkt: een bol van een waarzegster? Het lijkt erop; de bol is van kristal! De bol zegt iets over de toekomst! Dat is ook zo: de dichter hoort een kind, een hond, ze hoort praten. Ze ziet water: een gezwollen stroom en schoongewassen water van meertjes . Water, het symbool van leven en tevens van de dood: de Styx. In de zomer is er het verlangen naar alles: loom de wereld bekijken maar in de herfst is het anders: zoeken naar dingen die het leven naar een toekomst brengen: water, verlangen, heldere momenten: visionair, de blik gericht op de toekomst. Als je wat ouder wordt begrijp je dat. Ik loop in de herfst en denk romantisch aan wat er komen gaat, zeker als allerlei geliefden je ontvallen. Wat geeft de toekomst, die er voor een ieder is? Het praten van een kind met een hond, het neuriën van een man in herinnering: Mensen!
En dan de slotregel: Ik heb nog altijd dorst. Het kan niet anders dan dat de dichter bedoelt ik heb nog altijd dorst naar het leven, dat is het verlangen, dat is het vergezicht!

Epko H. Bult, oud- docent Nederlands


De krant

Plaats uw advertentie al vanaf 1 Euro!
Rubrieksadvertentie plaatsen

Advertenties