02-12-2008 - De oude kustlijn

Begin 2009 wordt er in Roden een monument van Vasalis onthuld. In dat kader wordt er wekelijks een gedicht van de Roner dichteres in de Krant besproken. Deze keer een analyse van Martin Koster.
De zomerwei des ochtends vroeg.
En op een zuchtje dat hem droeg
Vliegt een geel vlindertje voorbij.
Heer, had het hierbij maar gelaten.
M. Vasalis, De oude kustlijn, blz. 39
Een gedichtje van vier regels. Je leest het in een paar tellen. Maar wat staat er?
Je loopt ’s zomers in de vroege morgen langs een weiland en ziet een citroenvlindertje, gonepteryx rhamni, voorbij fladderen. Je wordt overvallen door een geluksgevoel. Wat mooi, zo’n teder vlindertje op zo’n mooie vroege zomerdag. Om zich gelukkig te voelen, heeft een mens niet meer nodig. Maar de dichteres heeft het, helaas, niet gelaten bij dit mooie beeld in drie regels.
Zij voegt er nog een vierde regel aantoe. Een regel die door al die h’s iets amechtigs krijgt. Je raakt er zowat van buiten adem. Die regel zit dan ook vol onheil. Het opperwezen wordt gevraagd waarom hij het niet bij al dit moois gelaten heeft. Er is later op die zo mooi begonnen dag namelijk iets onplezierigs gebeurd. Maar wat er precies voorgevallen is, wij weten het niet. Zullen het nooit weten ook. Wij weten alleen dat de dichteres er niet blij mee is. Zacht uitgedrukt.
Het gedicht gaat uiteindelijk over de tragiek van het leven.
Martin Koster, leraar Nederlands