08-11-2011 - Voetbalvaders zijn gek
‘Moet je zien, want een linkerbeen hè. En dat overzicht. Prachtige pass.’
‘Maar zag je wel dat mijn zoon de loopactie maakte waardoor er ruimte kwam en de passlijn naar de spits open kwam te liggen?’
‘Klopt, maar mijn zoon zag het wel. En perfect op maat hè. De spits kon zo doorlopen. Deze goal komt voor negentig procent op het conto van mijn zoon.’
‘Die van mij wordt met de dag beter. Altijd met de bal bezig. Ik ben nu bezig hem de omhaal eigen te maken. Kost wat blauwe plekken op de rug en schouder, maar de eerste beginselen zijn er.’
‘Moet je weer eens zien. Tweebenig hè. Links even goed als rechts. Dat is talent. Hij ziet het. Is niet te leren.’
‘Weet je wat het is? Ik wil het toch wat kalm aan doen. Nu al zie je de mensen kijken als mijn jongen speelt. Nu al een attractie. Dat besef ik me, maar hij moet natuurlijk wel plezier blijven houden. Laatst belde me al iemand met een buitenlands nummer. Ik kon hem niet verstaan, maar in de brij van woorden meende ik de naam van mijn zoon te horen. We blijven echter bescheiden hoor. Maar het zegt natuurlijk wel wat.’
‘Die van mij is in principe linksbenig. Die zijn creatief hè. Hebben wat extra’s. En merk je wel hoe snel hij de dingen oppakt? De trainer hoeft niets te zeggen. aan de stand van de hoedjes weet hij al wat de oefening is. Hij is ook geestelijk al ver. Maar die linkerpoot hè. Smullen gewoon.’
‘Het rare is wel dat die van mij zo snel is. Zelf was ik tamelijk traag. Moet je zien, hij loopt ze er allemaal uit. Razendsnel. Laatst zei al iemand dat hij wel een soort Overmars in hem zag. Ik zeg je : hij wordt beter. Meer overzicht. Overmars was toch vooral een lopertje. Daar doe je mijn jongen toch tekort mee. Snelheid is wel belangrijk, mijn zoon koppelt dat aan techniek en scorend vermogen. Is ook belangrijk hè. Scoren. Alles draait toch om doelpuntjes maken.’’
‘Laatst was er familie over uit het westen van het land. Ik heb uiteraard even een balletje gepakt en ze laten zien wat mijn zoon al kan. Balletje hooghouden. Zo honderd keer. Hebben we ook uren en uren op geoefend. Hij kon niet meer staan, maar tóch doorgaan hè. Oefening baart kunst. Dan maar met een ibuprofen naar school de volgende dag. Mijn jongen kan veel op basis van talent. Een beetje training kan geen kwaad.’
‘Ik gooi die van mij na een wedstrijd in een koud bad. Goed voor de bloedsomloop. Herstelt ie wat sneller. Moet je z’n benen eens zien na een wedstrijd. Bont en blauw. Komt dat ie zo snel is. Tegenstanders zien alleen zijn rugnummer en grijpen dan andere middelen om hem te stoppen. Dat hoort er bij. Mijn vrouw volgt een massagecursus. Om hem zo fit mogelijk te houden.’’
‘Die van mij heeft geen blauw plekje. Hij ziet al heel snel wat er gaat gebeuren. Hij kan vooruit denken. Zie alles aankomen. Is knap hè. Zag je dat passje weer? Genieten hoor. Jammer dat ze zaterdag niet spelen.’’
Niet spelen?
‘Nee, Sinterklaas komt, en hij wordt zaterdag zes.’’