26-07-2011 - Vierdaagse van Nijmegen

Ik ken iemand die mee heeft gedaan aan de Vierdaagse van Nijmegen. Na terugkomst zag ik zijn voeten. Verschrikkelijk. ‘Maar wat was het een belevenis’, zei hij. Het zal wel.
Ik heb het niet zo op mensen die wandelen. Die elke dag de aartslelijke, halfhoge wandelschoenen aandoen en er op uit trekken. Ik noem ze geen wandelaars, maar gluurders. Het hoofd zit onder het wandelen scheef op de romp. Standaard. Het ene oog half richting stoep, het andere in de richting van de kamers van onschuldige bewoners. En maar naar binnen loeren. Een geoefend wandelaar kan binnen een seconde zien of er een ander vaasje op de vensterbank staat. Eenmaal thuis kunnen ze precies vertellen wie wel en niet thuis was. Een potje seks op de bank zit er niet meer in sinds de opmars der wandelsport. Het zou verboden moeten worden.

Wandelaars hebben behalve van die walgelijke degelijke stappers ook van de afritsbroeken. Als je wandelt, ervaar je het ook altijd warmer dan een normaal mens. Een graadje of vijftien en meteen komt de afristbroek (meestal lichtbruin) uit de kast. Mooie witte sportsokken boven de halfhoge schoenen en lekker even van Roden, via Nieuw Roden, langs Roderesch en Alteveer terug naar huis. Je moet het maar leuk vinden. Gelukkig is die hype met die stokken wat achter de rug. Dat was al helemaal geen gezicht.
Wandelaars lijken ook altijd vrolijk. En zeggen dat wandelen goed voor de lijn is. Ik zie het echter nooit aan de mensen, maar wellicht dat je na een dik uur slenteren inderdaad een paar gram kwijt bent. Dat zou best kunnen. Wandelaars zijn mensen met problemen. Anders ga je niet elke dag door weer en wind in een belachelijke outfit sportief lopen doen. Van de week zag ik – ik heb thuis niets te vertellen, zoals u weet- op de televisie een reportage over de Vierdaagse van Nijmegen. Zum kotsen. Duizenden mensen op halfhoge schoenen en afristbroeken. En die eeuwige smile op hun gezicht. Potje met vet. Na de eerste etappe- zo zag ik- waren er toch wat mensen met blaren. Een man miste bijna drie tenen, maar wilde tóch doorlopen. ‘Omdat het zo leuk is en de sfeer onderling ongekend is’. Een man had witte schoenen (een uitzondering) aan en na een tijdje waren zijn stappers rood. Een blaartje was opengesprongen. Maar gewoon doorlopen, alsof ze achterna gezeten werden. Of op zoek waren naar drinkwater, u weet wel. En dan die mensen die langs de weg zitten. Nóg erger. Die gaan dus geheel vrijwillig uren zitten kijken naar mensen met blaren op de voeten. En maar klappen. De Trektocht in het kwadraat.
Ooit adviseerde een sportkenner mij om ook te gaan wandelen. Bovendien- zo deelde hij mede- was het raadzaam om onderweg goed met de armen te zwaaien. Goed voor de vetverbranding. Verder gaf hij geen tips, en dus liep ik een kwartiertje later met een sigaret aan op de Norgerweg. Het begon te regenen, eerst licht, later hard. Doorweekt kwam ik thuis. Het was de laatste keer dat ik geheel vrijwillig en doelloos wandelde. Het zal nooit weer gebeuren. Wandelen is prima, maar loop een eind weg en keer niet terug. En die blaren en ingescheurde teennagels hoef ik al helemaal nooit meer te zien. Wat mij betreft was dit de laatste aflevering van de Vierdaagse van Nijmegen. Maar dat was u wel al duidelijk, vermoed ik.


De krant

» Download hier de krant van deze week

Plaats uw advertentie al vanaf 1 Euroo'tje!
» Euroo'tje plaatsen

Advertenties