12-07-2011 - Veel mensen ? zonder kinderen- zijn al op vakantie.

De rest moet nog. Een vakantie is bedoeld om te onthaasten. Bij te komen van een jaar hard werken of in (sommige) gevallen een jaar niets doen. Na de vakantie – zo is de bedoeling- keer je zo fris als een hoentje terug en kun je de hele wereld weer aan. Mooi. Bovendien lonkt dan de Rodermarkt al weer.
Het voortraject, in vaktermen het voorspel, richting vakantie is overigens heftig, zo ondervind ik momenteel aan den lijve. Neem de ID-kaarten en paspoorten, moet allemaal kloppen. De douaniers anno 2011 zijn namelijk bepaald niet mild. Wat moet je mee, wat kun je vanwege ruimtegebrek niet mee? Wat als je auto het op een Duitse snelweg ineens begeeft? Wat te doen als de kinderen zich onderweg vervelen? Wat als ze ineens besluiten te plassen of overgeven? Hoe zit het met vignetten en tolwegen? Kun je daar met je pasje betalen, of moet dat cash? Hoe zit het met de verzekeringen? Hoeveel kleding moet mee? Zijn sigaretten in Italië duurder dan in Nederland? Hoe zit het met de gesteldheid van de banden van de auto? Is het verstandig om ’s morgens,’s middags of ’s nachts weg te gaan? Laat je de telefoon thuis? Wie haalt de post van de deurmat? Waar kan de hond terecht? Is het navigatiesysteem in de auto nog betrouwbaar? Wie geeft de kat eten? Is er iemand bereid zo nu en dan een kijkje in huis te komen nemen? Wie doet de stekkers er uit als het in Nederland onweert en ik op een luchtbedje op de Adriatische zee dobber? Kortom: voor je daadwerkelijk in de auto zit, ben je kapot. En dan moet je dus nog 1500 kilometer in opperste concentratie rijden. Ben je er eenmaal, dan is het goed. Dan hoeft ineens niets meer, en is alles mogelijk. Het ergste aan vakanties is het meenemen van souvenirs. Compleet nutteloos. Je doet er niemand een plezier mee, meestal is het toch rommel en dus zonde van het vakantiegeld. Het hoort echter wel een beetje zo. Ooit wilde een familielid graag bijzondere kaarsen uit Polen. Was ie al jaren naar op zoek. Waarom weet ik niet, hij wilde ze echter enorm graag. Het toeval wilde dat een kennis van hem die zomer naar Polen op vakantie zou gaan. En dus werd een avond belegd waarop precies uitgelegd en uitgetekend werd welke bijzondere Poolse kaarsen precies bedoeld werden. Ze waren kostbaar, en de reiziger kreeg geld mee. In Polen viel het bepaald niet mee om betreffende kaarsen te vinden. In Polen heb je alles – veel vrouwen langs de weg bijvoorbeeld- maar kaarsen moet je écht zoeken. En dus werd – toen de tijd echt begon te dringen- een hele dag besteed aan het vinden van de kaarsen. Het lukte uiteindelijk in ene obscuur winkeltje, en met de kaarsen aanvaarde men de terugreis naar Nederland. Meteen na thuiskomst stond de kaarsenverzamelaar op de stoep. Nog voor de rest van de bagage uitgepakt was, werden de begeerde kaarsjes overhandigd. Hij was als een kind zo blij. Dit waren ze. Eindelijk. Thuis kregen de kaarsen een ereplaats, nog net niet naast de urn van moeder. De volgende dag pakte hij de kaarsen van de plek, om ze eens van dichtbij te bekijken. De ontzetting was groot toen meneer de kaarsen omdraaide.
‘Made in Gouda’ stond er.