03-08-2010 - Vincent Voetbal
‘Lauwersoog, dáár moet je eens heengaan.’’ Was getekend: mijn buurman. Vrijwel elke zondag maakt hij met vrouwlief de reis naar de boorden van de Noordzee om daar een visje te eten. Volgens de verhalen van de buurman is het er prachtig en smaakt de vis er heel best. En dus zaten we zondag in de auto, richting Lauwersoog. De reis verliep voorspoedig, al werd dochterlief ter hoogte van Vierhuizen onrustig. De kleine keek om zich heen, maar zag niets meer.
Alsof je van de aardbodem reed, en dat baarde haar zichtbaar zorgen. Het maakte haar onrustig. Terplekke – Lauwersoog dus- de auto uit. Getuige het groot aantal auto’s moet het er inderdaad leuk zijn. In realiteit valt het mij bitter tegen. Wat moet je er doen? Wat is er te zien? Om met vraag één te beginnen, ik zou het niet eten. Op het piertje zaten twee senioren op een tuinstoel naar de zee te turen. Gebiologeerd, alsof ze een wereldwonder zagen. Op de dijk lag een vrouw te zonnen, ondanks het feit dat de koperen ploert niet heel veel zin had. Mevrouw lag op de buik, zelfs de schapen keken niet naar haar om. Voor het overige was er niets te doen en niets te zien. Omdat het hoog water was, was er zelfs geen schelpje te bekennen. En de zoute zeelucht maakte me beroerd. De rug deed ook al pijn, omdat het niet echt handig was om dochterlief te laten lopen. Zij moest dus – zeer tegen haar zin- getild worden. En ook zo’n kleintje wordt na drie kwartier best zwaar. De hond vond het wel leuk. Hij banjerde wat in het water, de andere mensen die ook helemaal niets te doen hadden en zich dood verveelden op Lauwersoog, lachten om de doldrieste hond. Nadeel was wel dat hondlief door het drinken van zout water aan de diaree raakte, de bekleding van de auto wat nat werd en hij zich schudde op drie centimeter van mijn broek. Na drie kwartier complete leegte, lonkten de diverse eettenten. Dat leek wél de moeite waard. De rij voor het buffet was immens, de voertaal was hoofdzakelijk Duits. De keuze was reuze, het werd echter gewoon saté en schnitzel. Daarvoor hadden we dus niet naar Lauwersoog gehoeven. De terugreis verliep exact gelijk aan de heenreis. Via Vierhuizen, Zoutkamp – de brug stond open- via Gaarkeuken naar Grijpskerk. Drie uur na vertrek terug thuis. De buurman riep. Ook hij was – met zijn eigen zeemeerminnetje- even geweest en had andermaal genoten. ‘’Je bent er echt even helemaal uit hè?’, probeerde hij nog. Ik wist wel beter. Als je elke zondag naar Lauwersoog gaat om vis te eten, heb je echt niets beters te doen. Mij zien ze er voorlopig niet terug. Voor saté en schnitzel kan ik heel goed in Roden terecht. Bovendien praat men hier over het algemeen gewoon Nederlands en voor het eten hoef ik niet anderhalf uur naar een lullig bootje te kijken. Uitwaaien is aan mij niet besteed. Maar dat zal wel aan mij liggen.